'Wat zij doen, kunnen 500 Japanners ook'

APELDOORN - Matchpoint voor Nederland. Met een duik in twee jerrycans sportdrank en een ballenmand redt Jeroen Bijl de laatste bal. Het onding raakt de linkerhand van Bas van de Goor, die hem in een reflex tussen de Canadezen mept. Het wordt de perfekte afsluiting van een toernooi, waarin een bij elkaar geraapt groepje clubspelers heeft laten zien dat je met inzet en enthousiasme een heel eind kunt komen.

Het traditionele kersttoernooi in Apeldoorn was bedoeld als test. Wie werpt zich op als leider en wie is er tegen de druk bestand die internationale wedstrijden met zich meebrengen? Na afloop van dit toernooi, zo had technisch adviseur Joop Alberda beloofd, weten we wie er in aanmerking komt om de Bennes en Zwervers, die naar het buitenland zijn vertrokken, op te volgen. Om zoveel mogelijk kandidaat-internationals de kans te geven zich te profileren, werd de aanwezigheid van de in Nederland achtergebleven oud-internationals Ron Boudrie en Avital Selinger niet op prijs gesteld.

Zodra gisteren de winst van 3-0 (15-12, 15-7, 15-12) op Canada een feit was, was er slechts een gespreksonderwerp: 'Hoe gaat het nu verder?' De meningen waren verdeeld. Er was om te beginnen een razend enthousiaste Joop Alberda. Uitbundig feliciteerde de toekomstige bondscoach zijn invaller Wuqiang Pang. "Die Pang heeft het toch maar geflikt om hier in een paar dagen tijd een fantastisch team van te maken" , riep Alberda uit. "Dit waren niet zes losse individuen, dit was een team dat meer heeft gepresteerd dan anderhalve week geleden voor mogelijk werd gehouden. Als je deze jongens vergelijkt met de groep die in 1986 bij elkaar kwam, kun je concluderen dat ze op een veel hoger niveau beginnen. Dat is het produkt van wat er de afgelopen zes jaar in de schaduw van het Nederlands team bij de clubs is gebeurd."

Verder was er een Wuqiang Pang, die met immense voldoening op het toernooi terugkeek. Hij had zoveel mogelijk spelers ingezet en was tot de conclusie gekomen dat ze allemaal even goed waren. "Er zit veel talent in deze groep. En de sfeer onderling is geweldig. Het is lang geleden dat ik een troep volleyballers heb zien lachen met elkaar" , grinnikte hij.

En natuurlijk was er ook een Ivo Martinovic, de trainer van de Apeldoornse eredivisieclub Dynamo. Van de zeven Dynamo-spelers die voor 'Apeldoorn' waren geselecteerd, hebben vooral Bas van de Goor, Richard Schuil, Jeroen Bijl en Sander Mulder laten zien dat Nederland na het vertrek van de oude ploeg wellicht nog niet hoeft te wanhopen. "Het beste bewijs dat de ontwikkeling bij de clubs goed is" , glom Martinovic trots. "Zoiets ga je toch niet willens en wetens kapot maken? En voor wat? Voor het continueren van een systeem, waarvan zo langzamerhand wel vaststaat dat het stom was?"

De afgelopen maanden hebben drie 'wijze mannen' een plan opgesteld dat voorziet in een duurzame samenwerking tussen nationaal team en clubs. Geen Bankrasmodel meer en dus ook geen select groepje fanatiekelingen, dat zich 25 uur per week in afzondering suf traint voor 60 internationale wedstrijden. "Met dat systeem hebben we zes jaar geexperimenteerd en we weten eindelijk dat het verkeerd was," zegt Martinovic. "Het zou wel erg stom zijn als de volleybalbond zich twee keer door dezelfde hond liet bijten."

Maar nu er in de Apeldoornse wandelgangen geruchten circuleren dat er een sponsor rondloopt die staat te trappelen om anderhalf miljoen gulden in het mannenteam te stoppen, is Martinovic er niet helemaal gerust meer op. Met zoveel geld kan de verleiding om nogmaals een eenzijdige route naar Atlanta uit te stippelen, wel erg groot worden. "Ik geloof best dat dat kan gebeuren. Maar het zou niet logisch zijn. Het Nederlands team kan fantastisch draaien met een competitieprogramma erbij."

Martinovic' twijfel over de toekomstige inspraak van de clubs blijkt een afspiegeling te zijn van zijn eigen ambities. "Als ik bondscoach was, zou ik de volleyballers uit de competitie halen en terugkeren naar het Bankras-model. Maar dat zou stom, egoistisch en kortzichtig van mij zijn. Want, in tegenstelling tot zes jaar geleden, kun je nu niet meer ongelimiteerd je gang gaan. Er spelen allerlei zaken mee waar een bondscoach rekening mee moet houden. De welwillendheid van de clubs om hun spelers aan het nationaal team uit te lenen bijvoorbeeld."

Onzin

Allemaal positieve, lovende woorden. En allemaal onzin en waanzin, moppert Ron Boudrie. De oud-international heeft het vierdaagse evenement met gemengde gevoelens gevolgd. "Het was best grappig om te zien. Leuke, vrijblijvende potjes volleybal. Maar dat zegt niks over de mogelijkheden van deze groep. Wat zij doen, dat kunnen 500 Japanners ook. Talent, talent . . . wat garandeert dat nou? Die jongens slaan ieder voor zich een leuk balletje, maar daarom is het nog geen team. Ze moeten er honderd procent voor gaan en het doen, zoals wij het zes jaar lang gewoon gedaan hebben."

Wie in deze tijd de wereldtop wil bereiken, zegt Boudrie, heeft niet genoeg aan talent alleen. Hij zal moeten investeren in zichzelf en dat kan alleen met keihard werken. Vijfentwintig uur per week de zaal in en eindeloos dezelfde patronen inslijpen. "Alle landen zijn ooit begonnen met het combineren van de competitie en het nationaal team. Dat verhaal kennen we nu wel. Als je je vandaag de dag in de top staande wilt houden, moet je met iets bijzonders aan komen zetten. Dan moet je ergens uniek in zijn en niet achter alle ontwikkelingen aanhobbelen. Een van die bijzonderheden, waarmee je je kunt onderscheiden van de rest, is om de internationals uit de competitie te halen. Kijk om je heen, dan zie je dat andere landen dat hoe langer hoe meer doen. Leuk hoor, zo'n plannetje waarmee je de clubs te vriend houdt, maar je keert er wel tien jaar mee terug in de tijd."

De mensen die de toekomst van het Nederlands team bepalen, schijnen te vergeten dat de concurrentie de laatste jaren enorm is toegenomen, zegt Boudrie. "Alleen al in Europa zijn er 100 000 jongens die precies hetzelfde willen als deze zestien kandidaat-internationals. Denken ze nou heus, dat ze zich met dat gehink op twee benen kunnen onderscheiden van de rest? En dat er op deze manier in Atlanta een topteam zal staan? Nee, ik weiger mee te doen aan het wekken van valse hoop."

Natuurlijk komen de betrokkenen er vanzelf wel achter dat ze met een heilloze weg bezig zijn. Maar dan is het wel te laat, voorspelt Boudrie. "We hebben maar drie jaar de tijd. Dat is veel te kort om gezellig te gaan experimenteren. Als ze eenmaal tot de ontdekking zijn gekomen dat deze opzet is mislukt, kun je verder wel vergeten dat je ooit nog terug komt."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden