Wat zetten wij onze Turkse gasten voor

,,Na de oorlog zag je van die mooie affiches waarop de Nederlandse emigranten naar Canada en Australië werd toegeroepen: 'Emigreren? Leert Engels! Doet mee! Past u aan!' Dat hadden we ook tegen de gastarbeiders die naar ons toekwamen, moeten zeggen. Maar dat deden we niet. Sterker nog: we hebben jarenlang gedaan alsof we geen eigen cultuur hadden.'' Minderhedenspecialist Jan Beerenhout vindt dat de Turken en Marokkanen in ons land met te weinigen zijn om hun eigen cultuur te kunnen houden. 'Het is overal hetzelfde: wie zich niet aanpast, wordt er vroeg of laat uitgegooid.'

door Chris Rutenfrans en Koert van der Velde

,,Dat was dikke pret in het vliegtuig terug naar Turkije. Stewardessen vochten erom juist met deze vluchten mee te mogen. Op het vliegveld van Ankara stond het vol met vrouwen en meisjes die hun stoere mannen toejuichten. Negen maanden na hun Turkije-vakantie werden er opeens heel veel kindertjes geboren.''

Het was begin jaren zestig, en Jan Beerenhout (59) leefde meer in Turkije dan in Nederland. ,,Als Verkade honderd Turken nodig had, gingen wij naar de binnenlanden die speciaal door de Turkse overheid waren aangewezen als wervingsgebied. In lange rijen stonden de verarmde landarbeiders bij het kantoortje te wachten om zich te laten testen: zich in de bek te laten kijken en wat zinnen-in-koeienletters voor te lezen. Hele dorpen en streken raakten zo ontmand. Tegenwoordig wordt vaak de indruk gewekt dat wij ze gedwongen hebben hierheen te komen. Flauwekul natuurlijk.''

Beerenhout werkte in die tijd voor de Nederlands-Turkse Vereniging, een organisatie die goede betrekkingen tussen deze twee landen nastreefde. De tijd dat hij in Nederland verbleef, gaf hij cursussen Turks aan bedrijfsleiders die hun nieuwe werknemers graag wilden verstaan. ,,Ik heb wel honderd lezingen 'Omgang met Turkse gastarbeiders' gegeven - 'Let op: het is een snel ontbrandbaar volk' - en voor het voedingsbureau schreef ik de brochure 'Wat zetten we onze Turkse gasten voor?' Siskebab van rundvlees.''

,,We legden de Nederlanders uit hoe de Turken zijn, want Nederlanders vroegen daarnaar. Maar de Turken vroegen ons niets. Dus veronderstelden wij dat zij hetzelfde deden als wij doen als we op vakantie naar Italië gaan: we lezen wat boekjes over het land en zijn geschiedenis, en leren wat van de taal. Maar onze Turkse gasten waren geen grote lezers. Ze wilden ook niet Nederlands eten.''

Je zag het chagrijn en het verdriet toenemen. Vanaf 1975 werd duidelijk dat terugkeer naar het land van herkomst er niet van zou komen. Ze lieten hun vrouw en kinderen naar Nederland komen, de zogenaamde gezinshereniging. De ontvangst in bijvoorbeeld de Indische buurt in Amsterdam, waar Beerenhout vele jaren als voorpostambtenaar de integratie begeleidde, was volgens hem aanvankelijk zeer hartelijk. ,,Het is een echte volksbuurt waar mensen nogal gemakkelijk met elkaar omgaan. De Amsterdammers waren nieuwsgierig, en kwamen langs met kopjes soep.''

,,Maar voor de Turkse vrouwen was de confrontatie met het leven in de Indische buurten van Nederland zeer rauw. Terwijl ze in Turkije zonder man, in redelijke welstand, een zelfstandig leven leidden, moesten ze zich nu onderwerpen. Hun succesvolle held woonde drie hoog achter. Ze moesten binnenblijven. Ik heb het altijd schandalig gevonden dat de Nederlandse vrouwenbeweging het nooit voor hen heeft opgenomen.''

Beerenhout verklaart het geringe maatschappelijke succes van Turkse en Marokkaanse jongens uit het feit dat hun vader hen nooit zal aanmoedigen en nooit trots op hen zal zijn. ,,Een zoon die meer kan dan zijn vader berooft die vader van zijn status in het gezin. Vaders zijn bang onttroond te worden door hun zoons. Zij moesten het maar uitzoeken, op straat. Tegenover hun dochters, die immers toch zijn voorbestemd voor de keuken, hebben ze die angst niet. Die meisjes doen het beter op school dan jongens. Veel moeders moedigen hun dochters aan: 'Wat mij is overkomen, mag jou niet gebeuren'. Binnenshuis hard doorstuderen dus - dat is bevorderlijk voor de carrière.'' Maar aan hun succes zit ook een keerzijde: ,,Die meisjes leiden vaak een eenzaam bestaan. Ze willen geen losgeslagen jongen uit hun eigen milieu, maar een Nederlandse jongen is een brug te ver.''

Toch denkt Beerenhout dat we voor de integratie meer mogen verwachten van de vrouwen dan van de imam in de moskee, zoals het CDA onlangs opperde. De imam zou de gelovigen de Nederlandse samenleving moeten binnenloodsen. Beerenhout: ,,In Amsterdam is geen imam te vinden die Nederlands spreekt. Geef mij maar de vrouwen. Toen er in de grote Kabir-moskee een conflict uitbrak tussen conservatief en progressief, konden alleen de vrouwen een progressieve overwinning afdwingen. 'We gaan staken', zeiden ze. 'En we hebben een machtsmiddel: Vanaf nu neuken we gewoon niet meer'.''

Maar ook de PvdA-er Paul Scheffer die in de islam juist een belemmering ziet voor de integratie, heeft volgens zijn partijgenoot Beerenhout ongelijk. ,,De ontmoskeeïsering neemt hand over hand toe. De angst van Scheffer is dus schromelijk overdreven.''

Beerenhout heeft al met al decennialang een stempel gedrukt op het minderhedenbeleid in de hoofdstad: op het stadhuis, in deelraden en bij de politie. Hij was de rechterhand van PvdA-wethouder Jan Schaefer, met wie hij in de projectgroep sociale vernieuwing Amsterdam op de schop nam.

Eind jaren zeventig besefte hij al dat het fout ging met de integratie van de Turken en Marokkanen in ons land. Vanaf 1980 pleitte hij voor maatregelen - voor het eerst in dagblad Trouw. Hij verzon er vele tientallen, van training van randgroepjongeren in het leger tot het inhouden van kinderbijslag voor wanpresterende ouders. Toch bleef hij zich een roepende in de woestijn voelen: ,,De hele minderhedenmaffia viel over me heen. Ook binnen de PvdA. Daar werd het beleid heel lang bepaald door de voormalige Amsterdamse burgemeester Ed. van Thijn. Van Thijn trof achter elke straatsteen een stuk gemankeerde Joodse historie aan die hij projecteerde op de huidige minderhedenproblematiek.''

,,Het klimaat is nu wel aan het veranderen. Jarenlang werd het debat gefrustreerd door de angst een Janmaat gevonden te worden. Voor je het wist, werd je een cryptofascist genoemd.'' Maar Beerenhout kon niet zo gemakkelijk verdacht gemaakt worden: hij kende de Turkse en Marokkaanse gemeenschap als geen ander, ook al doordat hij zelf moslim is. Dat gaf hem gezag. ,,Mijn overgang naar de islam was het resultaat van reli-shoppen. Ik kom uit een niet-godsdienstig socialistisch gezin, waar mijn moeder na de dood van mijn vader met de vraag bleef zitten: wat heb ik gedaan dat God mij zo straft. Die vraag vond ik (14) wel grappig.'' Via Lou de Palingboer, de zwarte kousen-kerken en de Rozenkruisers kwam hij bij de islam terecht. ,,Wat me daaraan beviel was de tolerantie, de vrijzinnigheid. De islam laat ruimte voor een eigen theologische ontwikkeling. Er is officieel geen priesterklasse, je moest zelf nadenken. Ik ben niet zo van de geloofswaarheden, meer zo van 'dat is een aardig verhaal' en 'zou best kunnen'.''

,,Ik kreeg permanent ruzie met de meegebrachte moslimgeleerden die hun kuddes naar de afgrond leidden. Die vragen zich niet af wat de profeet in 2000 gedaan zou hebben, maar wat hij in 600 deed.'' Met de koran op tafel bestreed Beerenhout de meest achterlijke opvattingen van de moslims die op zijn spreekuur kwamen: ,,Jouw dochter moet een hoofddoek dragen? Wijs dat dan maar even aan in de koran.''

Aftandse koraninterpretaties hebben soms vreemde gevolgen. ,,Zag ik laatst een prachtige Marokkaanse meid in het stadhuis. Juist door die hoofddoek kwam dat koppie zo mooi uit! Dan spuiten je hormonen toch zesvoudig omhoog? En neem die aspirant-agent die weigerde de eed 'zo waarlijk helpe mij God almachtig' af te leggen, omdat hij geen vreemde goden mag eren. Ik zei: God is hetzelfde als Allah, en die ís toch almachtig?''

,,Ze kenden de koran niet, en helaas geldt dat ook voor hun huidige spirituele leiders. De islam maakt namelijk onderscheid tussen gelovig zijn in de islamitische wereld en daarbuiten. Daarbuiten moet je je aanpassen, stelt de koran. De islam is een vredesgodsdienst die de gelovigen voorschrijft geen irritatie te wekken. Maar de meeste moslims gedragen zich hier alsof ze in een islamitisch land leven.''

,,Het was fout dat we nooit hebben gezegd dat ze zich moeten aanpassen aan de Nederlandse cultuur. Laatst sprak ik een man die zijn kind niet op een crèche wilde doen. 'Maar lieve meneer Mohammed', zei ik, 'u wist toch in Marokko al dat u naar een christelijk land ging'. Een oudercommissie eiste een apart lokaal om de Turkse waarden en normen te kunnen overdragen. Ik zei 'gvd, zijn jullie nou helemaal van de pot gerukt, hiermee zeg je dat de Nederlanders hun kinderen niet goed opvoeden'.'' Beerenhout maakt zich vaak kwaad over 'zijn' minderheden, maar hij houdt wel van ze.

,,We hadden een voorbeeld moeten nemen aan de manier waarop we vlak na de oorlog onze eigen mensen voorbereidden op hun emigratie naar Canada en Australië. Toen zag je van die mooie affiches met een stoomboot en de tekst: 'Emigreren? Leert Engels! Doet mee! Past u aan!' Dat hadden we ook tegen de gastarbeiders in ons eigen land moeten zeggen. Maar dat deden we niet. Sterker nog, we hebben jarenlang gedaan alsof we geen eigen cultuur hadden. Toen een Turkse man mij eens vroeg wat de Nederlandse cultuur inhield, zat ik mooi met m'n pik in het zand.''

Inmiddels heeft Beerenhout er wat boekjes over gelezen en erover nagedacht: ,,Wij Nederlanders zijn niet tolerant. Alles wat de kop boven het maaiveld uitsteekt, wordt afgehakt. Wij zijn het land van de middelmaat: doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg. Dat zit in onze genen, komt door onze strijd tegen het water. Wanneer de dijken doorbraken, moest iedereen meedoen. Uitzonderingen werden niet geaccepteerd.''

,,We hebben twintig jaar getolereerd dat een Marokkaanse man hier in een soepjurk over straat loopt, maar nu vinden we het tijd worden dat hij zich aanpast. Ik heb altijd al gezegd: Stop daar nou mee, trek die jurk eens uit en ga er normaal bij lopen. Wie in zo'n tent blijft lopen, kan nooit directeur worden bij Van Gend & Loos. Pas op: ik zeg niet 'jij mag niet' of 'jij moet', maar 'jij hebt geen keus als je je wilt aanpassen'.''

Beerenhout heeft in zijn grote betrokkenheid bij het lot van de etnische minderheden in ons land nooit een blad voor de mond genomen. Al in 1992 zei hij op een CDA-congres over de integratie van minderheden: ,,Wat ik Turken en Marokkanen in Nederland verwijt is dat ze zo'n ontstellend geringe belangstelling hebben voor de Nederlandse cultuur, sterker nog, zich daar zelfs vaak tegen afzetten. Als onze cultuur niet deugt, maar wel onze salarissen, onze huizen en onze sociale voorzieningen, zeg ik; sodemieter maar op.''

,,Onaangepast gedrag wordt uiteindelijk nergens geaccepteerd. Het is overal hetzelfde: wie zich niet aanpast, wordt er vroeg of laat uitgegooid. Zo is het de Nederlanders in Nederlands-Indië vergaan, en de Fransen in Afrika: zij pasten zich niet aan, en zijn eruit gezet. Dat de Europeanen erin geslaagd zijn om hun cultuur in Amerika te vestigen, komt alleen doordat ze alle Indianen hebben uitgemoord. De Turken en Marokkanen bij ons zijn met te weinig om hun stempel op onze cultuur te drukken. Ze zullen de Nederlandse cultuur voor geen millimeter beïnvloeden. Het is onvermijdelijk dat ze hun eigen cultuur hier op den duur zullen kwijtraken.''

Beerenhout vindt het idee van een multi-culturele samenleving maar dwaas. ,,Mensen zijn nu eenmaal het gelukkigst in een mono-cultuur. Culturele verschillen moeten het samenleven niet frustreren. Niet-Turkse Nederlanders hebben geen zin om te hoeven nadenken of ze een Turkse vrouw wel een hand mogen geven. In Nederland geven wij vrouwen een hand. Als een Turkse man weigert een vrouwelijke wethouder een hand te geven, zoals laatst in Almere gebeurde, dan mag zij zich geschoffeerd voelen. De moslims moeten zich maar aanpassen. Vergeet niet dat die moslims maar vijf procent van de Nederlandse bevolking uitmaken. Laten de pleitbezorgers van multi-culti dat ook maar eens beseffen.''

,,We hebben hun gezegd dat ze in Nederland kunnen integreren met behoud van hun eigen cultuur. In Turkse oren klinkt dat als: de Turkse cultuur is beter. Uit dankbaarheid voor mijn werk, kreeg ik eens van een stel Turkse vrouwen een handgemaakt wandkleed cadeau. Het heeft tijden lang achter mijn bureau gehangen. Maar onder het hoofd van Atatürk, de vader van de Turkse natie, stond in het Turks de tekst 'Niets is mooier dan een Turk te zijn'. Maar was er in Oostenrijk niet ook ooit zo'n man met een snorretje die hetzelfde zei? Daarom heb ik dat wandkleed van de muur gehaald.''

,,Ze zijn zo trots, kunnen niet tegen kritiek. Dat komt door hun minderwaardigheidscomplex. Op school in Turkije wordt dat gecompenseerd door kinderen een overdreven gevoel voor eigenwaarde bij te brengen: Turkije als militaire grootmacht, een land dat nooit onderdrukt is geweest, dat zelf een koloniale macht was. Eigenlijk vinden ze het verschrikkelijk dat ze in het christelijke Westen - voor hen zijn wij allemaal christelijk - hun brood moeten verdienen. Ze hebben het gevoel dat ze beter zijn dan wij, en sluiten zich daarom van de samenleving af. Integratie staat gelijk aan landverraad. Daarom ben ik tegen de dubbele nationaliteit die ze hier kunnen krijgen. Ze moeten kiezen. Je kunt niet tegelijk Turk èn Nederlander zijn.''

De integratie van Marokkanen verloopt veel soepeler, meent Beerenhout, ondanks hun naar verhouding hoge criminaliteit. ,,Die criminele rotzooi is een teken dat die gemeenschap uit elkaar aan het vallen is. Daarmee kan de integratie in de Nederlandse samenleving beginnen. Dat het de goede kant opgaat, zie je ook aan de vele goed opgeleide vrolijke meiden en aardige jongens van Marokkaanse komaf die ik tegenkom.''

Volgens Beerenhout moeten er eisen gesteld worden aan nieuwe immigranten. Daarvoor is het niet te laat. ,,Juist de mislukkende jongens en de achtergebleven meisjes laten een partner uit Marokko of Turkije overkomen. Dat gebeurt nog veel te veel. Zo proberen ze de vertrouwde hiërarchische familiestructuur waarin ze zijn opgegroeid te kopiëren. De nieuwelingen hebben geen flauw idee waaraan zij beginnen. Ze denken dat ze naar het land van melk en honing gaan. Ik heb - tevergeefs - al vaak gepleit voor vacatureoverzichten op consulaten in Turkije. Dan kunnen ze zien dat we vooral computerprogrammeurs nodig hebben, niet nog meer kampioen-kamelenfokkers.''

,,Laten we een kenniscriterium opstellen,'' zegt Beerenhout, die al vele jaren penningmeester van het Amsterdamse Tolkencentrum is, en zich kwaad maakt over het gebrek aan talenkennis bij migranten die hier al decennia lang wonen. ,,Cito twee of drie, te behalen in het land van herkomst. Het zou mensen beter voorbereiden, en het zou mensen weerhouden hier naartoe te gaan, omdat ze dan weten dat het hier negen van de tien dagen regent.''

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden