Wat zegt de geboortevolgorde nou echt over kinderen?

Beeld Joren Joshua

Kun je iets afleiden uit de geboortevolgorde van kinderen in een gezin? Toen Lynn Berger (34) zwanger was van haar tweede besloot ze het uit te zoeken en schreef er een boek over. Een voorpublicatie.

Op een feestje in een tuin zit ik naast een jonge moeder van twee. Haar baby is pas een paar weken oud en ligt uitgeteld op haar borst. Ze hadden er lang over gedaan, vertelt ze, om een naam te bedenken voor hun tweede. Hun lievelingsnaam was namelijk al vergeven: die was naar de eerste gegaan. Op de schaal van een mensenleven is het klein leed, maar als metafoor veelzeggend. Ik denk aan de spreekwoorden die onze taal kent over de tweede - tweede keus, tweede plaats, tweede viool, eeuwige tweede. Aan astronaut Buzz Aldrin, voor altijd in de schaduw van de eersteling die hem voorging, daar op de maan. Ik denk aan mijn zusje en aan mijn zoon: allebei de tweede. En ik vraag me af: komt het tweede kind er bekaaider vanaf dan het eerste? Hoe bepalend is het geboortevolgorde-effect?

Zelf was ik thuis de oudste, numero uno. Ik was ook: faalangstig, neurotisch, perfectionistisch, ambitieus, zonder twijfel op het onuitstaanbare af. Mijn zusje studeerde minder hard en ging meer uit, werkte bij elke hippe bar in de stad en bracht naschoolse middagen vaak door voor de tv.

De verschillen in onze karakters schreef ik lange tijd toe aan de verschillende posities die we innamen binnen ons gezin. Het leek me al met al beter om de eerste te zijn: je had harder moeten werken om de grenzen die je ouders je hadden opgelegd te verruimen, baande zelf het pad van jouw generatie, had een groter verantwoordelijkheidsgevoel en meer doorzettingsvermogen en kwam uiteindelijk zelfverzeker- der uit de strijd.

Controversieel

Die theorie kwam mijzelf goed uit, maar met mijn zoon had ik al tijdens mijn zwangerschap te doen. Hij liep immers de benijdenswaardige positie van eerstgeborene mis. Dat medelijden maakte dat het me ineens toch wel verstandig leek om uit te zoeken waar ik mijn overtuigingen op had gebaseerd, en of er iets van klopte. Wat ik niet had verwacht, was dat het spoor van mijn aannames me terug zou voeren naar een van de controversieelste onderwerpen in de sociale wetenschappen.

Het is 1874 en Francis Galton, intellectuele duizendpoot en een halve neef van Charles Darwin, publiceert ‘English Men of Science. Their Nature and Nurture.’ Het zijn de begindagen van de psychologie: het geloof in objectieve wetenschap, in meten als weten, viert hoogtij. Net als veel andere denkers in die periode is Galton geïnteresseerd in de factoren die iemands succes in het leven voorspellen. In zijn boek portretteert hij 180 vooraanstaande wetenschappers, en tijdens het schrijven valt Galton iets op: onder hun gelederen zijn eerstgeborenen oververtegenwoordigd.

dddd Beeld joren joshua

Galtons observatie is de eerste in een lange lijn wetenschappelijke en pseudowetenschappelijke publicaties over dit onderwerp. De grotere kans op succes van eerstgeborenen zit ’m volgens Galton in de opvoeding, een verklaring die aansluit bij de mores van de Victoriaanse tijd: oudste zonen hebben een grotere kans dat hun ouders voor hun opleiding betalen en als de financiële middelen in een gezin beperkt zijn, zouden ouders hun eersteling misschien net iets beter verzorgen.

Groter verantwoordelijkheidsgevoel

Het verdeelsysteem dat eraan ten grondslag ligt, heet primogenituur: het aanwijzen van de oudste zoon (of, beduidend minder vaak: de oudste dochter) als erfgenaam. Primogenituur was lange tijd wijdverbreid in Europa. In het Portugal van de vijftiende en zestiende eeuw werden tweede en later geboren zoons vaker als soldaten naar het front gestuurd dan eerste zoons, en legden ze ook vaker het loodje. Tweede en later geboren dochters waren, vaker dan oudste dochters, gedoemd tot een leven in het klooster.

Op enkele koningshuizen na is primogenituur niet langer de norm in westerse landen. Hooguit speelt het in familiebedrijven nog een rol. Ergens in de loop van de vorige eeuw raakten de meeste inwoners van geïndustrialiseerde landen ervan overtuigd dat al onze kinderen recht hebben op precies hetzelfde - dat liefde, aandacht, tijd en erfenis gelijk en eerlijk verdeeld moeten worden. Dat is ook wat mijn vriend en ik nastreven: een gelijkwaardige behandeling van onze twee kinderen. Bij ons thuis geen hiërarchie. Maar dan nog kunnen we niet om het feit heen dat eerste, tweede en latergeboren kinderen een net iets andere uitgangspositie hebben.

Aan het begin van de twintigste eeuw trekt Alfred Adler het geboortevolgorde-effect naar het domein van de persoonlijkheidspsychologie. De oudste identificeert zich volgens Adler het meest met de volwassenen in zijn omgeving en ontwikkelt daardoor zowel een groter verantwoordelijkheidsgevoel als meer neurosen. De jongste heeft de grootste kans om verwend te worden en is ook vaak creatiever. Alle kinderen in het midden - Adler zelf is een middelste kind - zijn emotioneel stabieler en onafhankelijker. Zij zijn de vredesscheppers, de diplomaten, van begin af aan gewend te delen en daarom minder veeleisend.

Talloze onderzoeken volgden na Adler, die het soort weetjes opleverden die nog altijd over de borreltafel vliegen: dat eerstgeborenen oververtegenwoordigd zijn onder Nobelprijswinnaars, onder componisten en, grappig genoeg, onder ‘prominente psychologen’. Later geborenen waren dan weer sneller geneigd de Franse Revolutie en de Reformatie te steunen.

Natuurwet

Een vriendin, de oudste uit een nest van vier, drukt me een boekje in handen dat volgens haar moeder een veelbesproken titel was op het schoolplein van de vrije school in de jaren negentig. Het heet ‘Waarom ben ik mijn broertje niet?’ en werd halverwege de vorige eeuw geschreven door de Weense arts en antroposoof Karl König. Al vanaf de eerste pagina’s valt me vooral de stelligheid op waarmee König eerste, tweede en derde kinderen typeert - als ware het geboortevolgorde-effect een natuurwet. Een eerste kind is ‘als regel ernstiger, serieuzer en gevoeliger’, ‘gewetensvol’ en ‘braaf’ en - dit is mijn favoriet - ‘erg gesteld op boeken’.

Later kunnen deze eerste kinderen ‘schuw of zelfs angstig’ worden, óf ze worden ‘zelfverzekerd en onafhankelijk’. Een tweede kind daarentegen is ‘gezellig, meegaand, vriendelijk en vrolijk’ - tenzij het ‘koppig, opstandig, (schijnbaar of werkelijk) onafhankelijk is en in staat om heel wat straf te incasseren’. Königs typologieën lijken nog het meest op horoscopen, het is niet moeilijk je er in elk geval ten dele in te herkennen.

Toen vier psychologen in 2003 aan proefpersonen vroegen wat ze wisten over geboortevolgorde, was de meerderheid van de ondervraagden ervan overtuigd dat eerdergeborenen een grotere kans hadden op een prestigieuze carrière dan latergeborenen. Oftewel, een eeuw nadat het mogelijke bestaan van het geboortevolgorde-effect voor het eerst was geopperd, was het een algemene waarheid geworden.

En dat terwijl kritiek op geboortevolgordetheorieën behoorlijk aanwezig is. Om echt goed te kunnen onderzoeken of het geboortevolgorde-effect bestaat, zeggen die critici, zou je gigantische datasets moeten gebruiken. Het liefst zou je niet alleen eerste, tweede en derde kinderen uit verschillende gezinnen met elkaar vergelijken, maar ook kinderen uit hetzelfde gezin, op dezelfde leeftijd. En je zou rekening moeten houden met allerlei andere factoren die een rol spelen in iemands ontwikkeling, zoals sociaal-economische klasse of gezinsgrootte. Dat is een hels karwei, en weinig studies voldoen aan die eis.

Typisch een tweede kind

Maar ik wil weten of er iets in te brengen valt tegen de stelligheid waarmee een vriendin opmerkte dat tweede kinderen altijd ‘veel relaxter’ zijn dan eerste kinderen. Of tegen de nonchalance waarmee een familielid constateerde dat onze zoon, zelfstandig en sociaal als hij is, ‘typisch een tweede kind is’. Vált er iets tegen in te brengen? Ja, zeker. Inmiddels is er betrouwbaarder onderzoek over de persoonlijkheidskenmerken van eerste en tweede kinderen. In 2015 verschenen twee studies in toonaangevende wetenschappelijke tijdschriften waarin de methodologische kritiek op eerder geboortevolgordeonderzoek grotendeels wordt afgewend.

Beeld Joren Joshua

In een van deze studies analyseren twee Amerikaanse psychologen gegevens over de persoonlijkheidskenmerken en de plek in het gezin van 377.000 scholieren in de VS. Zij vinden verbanden tussen geboortevolgorde en persoonlijkheid, maar behalve piepklein zijn die ook nog eens deels tegengesteld aan de verbanden die in de dominantste theorieën werden voorspeld. Zo zijn eerstgeborenen in deze dataset weliswaar een beetje zorgvuldiger, maar ook minder neurotisch dan latergeboren kinderen.

In de andere studie wordt gezocht naar het verband tussen persoonlijkheid en geboortevolgorde in gegevens uit de VS, Groot-Brittannië en Duitsland van in totaal ruim 20.000 mensen. De onderzoekers vergelijken zowel kinderen uit verschillende gezinnen als broers en zussen uit hetzelfde gezin met elkaar, en corrigeren daarbij voor factoren als gezinsgrootte en leeftijd. Ook hier is het resultaat ontnuchterend. De onderzoekers vinden namelijk geen verband tussen iemands plek in het gezin en welk persoonlijkheidskenmerk dan ook, of het nu om extraversie gaat, of aardigheid, of emotionele stabiliteit, of ijver of voorstellingsvermogen.

Leeftijdsverschil

Het lucht op, merk ik, om hun conclusies te lezen. Alsof er ineens bewegingsruimte is gekomen voor mijn kinderen. De resultaten van deze twee studies vormen het definitieve bewijs dat het geboortevolgorde-effect op persoonlijkheid niet bestaat, dat het een fabel is, schrijven de auteurs in een begeleidend artikel. Toch koesteren ze weinig hoop die fabel hiermee de wereld uit te hebben geholpen. Want, schrijven ze, academische inzichten sijpelen meestal traag door naar het grote publiek. Bovendien zijn wetenschappelijke bevindingen vaak een stuk minder overtuigend dan wat we zelf hebben ervaren en gezien.

Het geloof in het bestaan van het geboortevolgorde-effect is zo hardnekkig omdat we het gemakkelijk verwarren met leeftijd. Vrijwel iedereen kan met eigen ogen zien dat oudere kinderen zich anders gedragen dan jongere kinderen. En de kans is groot dat een eerste kind zorgvuldiger en bezorgder líjkt. Alleen heeft dit verschil waarschijnlijk meer te maken met het feit dat het eerste kind ouder is dan met geboortevolgorde.

Dat leeftijdsverschil kan ervoor zorgen dat kinderen uit hetzelfde gezin vaak specifieke rollen krijgen toebedeeld, zegt een Nederlandse psycholoog als ik haar de hypothese van die twee Amerikaanse wetenschappers voorlees. De oudste moet van de ouders verantwoordelijk zijn, de jongste moet naar de oudste luisteren. Het gedrag dat hieruit voortvloeit is een uiting van die rol, niet van iemands persoonlijkheid - maar zie dat onderscheid maar eens te maken, zo met het blote oog.

Ik denk aan hoe we mijn dochter hebben voorbereid op de komst van haar broertje. Hoe we haar, om teleurstellingen te voorkomen, niet vertelden dat er straks iemand zou zijn met wie ze kon spelen, maar juist iemand die nog helemaal niets kon. Zij mocht hem alles uitleggen hadden we gezegd, want zij kon en wist al zo veel. Het vooruitzicht had haar wel aangesproken. Wisten wij veel dat we op dat moment bezig waren haar een beeldbevestigende rol op te leggen. 

Lynn Berger: ‘De tweede. Over het zijn en krijgen van een tweede kind’ verschijnt dinsdag (€ 20). De Correspondent, die het boek uitgeeft, organiseert op 26 februari in Utrecht een avond rond dit boek, ‘waarbij de tweede op de eerste plaats wordt gezet’, toegang € 15,05, aanvang 20 uur. www.tivolivredenburg.nl

Reageren

Dacht u ook altijd een typische eerste of tweede te zijn, of deze persoonlijkheidskenmerken bij uw kinderen te herkennen? Mail het ons, in maximaal 120 woorden via tijdpost@trouw.nl, onder vermelding van uw naam en woonplaats.

Lees ook:

Altijd de lieveling of de rebel

Het oudste kind van een gezin lijkt anders in het leven te staan dan de jongste. Toch sluit de wetenschap na 150 jaar onderzoek enig effect uit. Waarom schieten we toch zo snel weer in onze oude rol?

Niet zeuren als je de middelste bent. Ondanks dat je overal tussen valt.

Morgen, 12 augustus, is het de ‘Dag van het Middelste Kind’. Voor mij als middelste van drie is dat een ware feestdag. Eindelijk aandacht die niet naar de zo volwassen oudste of de zo kwetsbare jongste toe gaat. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden