Column

Wat zeg je tegen Wilders op de markt?

"Toen Geert Wilders op mijn Rotterdamse markt premier Rutte 'een van de grootste leugenaars die Nederland ooit gekend heeft' noemde, had ik waarschijnlijk een lange zucht laten horen."Beeld anp

Normaal gesproken ben ik op zaterdagochtend vaak op de Rotterdamse markt te vinden. Eind jaren zeventig was ik al een regelmatig bezoeker. Ik hield van het rumoer en de geordende chaos. Van het gebrul van marktkooplieden die in plat Rotterdams nieuwe wegwerpscheermesjes of poetsdoeken aanprezen. De futuristische bibliotheek en de kubuswoningen die de markt nu begrenzen, moesten nog worden gebouwd. Rotterdam rook nog naar de voorbije oorlog.

Verder zuidwaarts was De Hef, de spoorweghefbrug tussen Noordereiland en Feijenoord, nog in gebruik. Ik hield vooral van de gekookte mosselen die je staand naast stille onbekenden snel naar binnen werkte. Zo snel dat het leek alsof je in een wedstrijd verstrikt was geraakt.

Je hoofd boven een stomend bakje weekdiertjes met, in het midden van de hoge tafel, een steeds imponerender wordende berg lege schelpen. Als dit een wedstrijd toch was, dan maar eentje met calvinistische randen: zonder zichtbaar genot, in een kil en zwijgzaam samenzijn.

Witte wijn
Het was de tijd waarin gemeenteambtenaren overhemden in felle kleuren droegen, schreeuwend rood, geel of groen. Tante Miep en ome Dirk zaten allebei gehelmd op dezelfde brommer en het achterover gekamde haar van de havenarbeiders droop van de vette brillantine. Na een paar jaar liet ik die bakjes mosselen staan.

Misschien kwam dat door het besef dat de beestjes niet in witte wijn, maar in doodgewoon Rotterdams kraanwater waren gekookt. Tegenwoordig kopen we op de markt ongepelde Hollandse garnalen, die je nog maar bij één viskraam kunt vinden. Als we thuis zijn gekomen begint Geliefde aan haar eigen wedstrijd. Het is meer een tijdrit die ze onlangs in de recordtijd van 52 minuten voor één kilo kleine grijze garnalen heeft afgesloten.

Selfie
Maar ik dwaal af. Afgelopen zaterdag was ik niet op de markt en zodoende kwam ik Geert Wilders niet tegen. Na een winter met Hollandse garnalen is het nu weer tijd voor poffertjes, of Goudse stroopwafels op de Hoogstraat. Als ik er wel was geweest, wat had ik hem dan verteld?

Samen een selfie maken, zoals vorige keer met Zwarte Piet, lijkt me uitgesloten. Laatste keer dat we indirect contact hadden was in december 2011. Ik schreef toen dat de tweets van Wilders steeds korter en ruwer werden. En dat hij ooit een ultieme tweet het internet zal inschieten: één uniek en ondoorgrondelijk uitroepteken. Ooit? De volgende dag zond Wilders al een bericht dat alleen een uitroepteken bevatte.

Misschien had ik toch iets tegen de PVV-leider gezegd. Toen hij op mijn Rotterdamse markt premier Rutte 'een van de grootste leugenaars die Nederland ooit gekend heeft' noemde, had ik waarschijnlijk een lange zucht laten horen. En ik had hem laten weten dat zijn retoriek steeds vaker ruikt naar het graf en de dood. Zeker toen hij zaterdag brieste dat de premier 'politiek al dood' was en dat 'Pechtold zuurstof geeft aan een politiek overleden Rutte'. Man, koel af, en ga eens een bakje mosselen in warm kraanwater eten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden