Wat ze ontbeerde aan volume maakte ze goed met kristalheldere, dartele klanken

Ze was een zeldzaamheid in haar jonge jaren, een zwarte operazangeres. Haar loopbaan begon onzichtbaar.

Haar debuut als beroepszanger maakte ze ver van het diepe zuiden van de Verenigde Staten waar ze vandaan kwam. In Den Haag zong ze tijdens het Holland Festival van 1952 de titelrol in 'De nachtegaal' van Strawinsky. Maar niemand die haar zag. Ze kwinkeleerde met haar lichte sopraanstem vanuit de orkestbak. Slechts een enkele krant maakte gewag van de 26-jarige 'negersopraan'.

Dat was het volgende jaar anders in La Scala van Milaan, het paradijs voor operazangers. Ook daar was ze de eerste zwarte zanger in een hoofdrol toen ze Elvira speelde in Rossini's 'De Italiaanse in Algiers'. De kranten schreven volop over haar bijzondere verschijning. Voor haar was dat haar echte beroepsdebuut. Achteraf was ze er verbaasd over. "Waar haalde ik de moed vandaan om dat te doen? vroeg ze zich af in 1994. "Maar ik was jong en dwaas genoeg. Als ik erover had kunnen nadenken, had ik het waarschijnlijk niet gedaan."

Ze werd genoemd naar haar grootmoeder Mattie Wilda. Haar vader was beambte op de posttrein die reed tussen Atlanta en Nashville. Omdat zijn kinderen geen toegang hadden tot de bibliotheek van Atlanta die alleen voor blanken was, leende hij boeken bij bibliotheken onderweg. Meteen na zijn huwelijk had hij een piano gekocht, waarop zijn kinderen moesten leren spelen. Mattiwilda zong ook graag. Haar moeder vermaande haar steeds: "Hou op met zingen, je moet piano oefenen".

Pas toen ze na de middelbare school naar college ging, kreeg Mattiwilda door dat ze een bijzonder zangtalent had. Haar ouders betaalden zanglessen op hoog niveau. Een studiebeurs bracht haar naar de bariton Pierre Bernac in Parijs, die ook Elly Ameling en Jessye Norman als leerlingen heeft gehad. In 1951 won Mattiwilda de eerste prijs op het Concours de Genève. Ze leunde op krukken, want ze had haar enkel verzwikt op de straatkeitjes.

In 1953 trouwde ze met de Spaanse toneelschrijver en journalist Luis Rodriguez. Ze wist dat hij een leverkwaal had. "We wisten dat hij misschien niet veel tijd te leven had, dus ons geluk was heel kostbaar", zei ze later. Twee dagen voordat ze in 1954 voor het eerst zou zingen in het Londense Covent Garden, met de koningin in het publiek, stierf hij. Mattiwilda trad toch op.

Pas daarna werd ze bekend in eigen land. In 1956 was ze in 'Rigoletto' pas de derde zwarte Amerikaanse zanger die ooit had opgetreden in de Metropolitan Opera van New York, en de eerste in een romantische hoofdrol.

Ze zong veel in opera's, maar eigenlijk waren recitals haar liever. Haar lichte coloratuurstem kon met gemak grote hoogten bereiken, maar raakte gauw bedolven onder zware orkestklanken. Ze voelde dat ze beter tot haar recht kwam als ze met bescheidener begeleiding een liedconcert gaf. Maar daar was minder publiek voor. Ze had ook de pech dat in haar begintijd een kanon als Maria Callas opkwam in de Metropolitan.

"Veel mensen zijn teleurgesteld na een live-optreden", zei Mattiwilda. "Ze zijn gewend om de stemmen luid en duidelijk te horen in een plaatopname, maar in de zaal klinken die niet hetzelfde. Ze zijn gewend aan groter geluid."

Bovendien is er geen noot mis op een plaat. "De opnamen worden opgelapt", vertelde ze. "Ze nemen de beste van alle pogingen en monteren die aan elkaar."

Wat ze ontbeerde aan volume maakte ze goed met kristalheldere, dartele klanken. Toch kon ze ook steeds terugkeren in het grote Metropolitan van New York, dat destijds al 3200 stoelen telde. Daags nadat ze daar in 1957 in 'Lucia di Lammermoor' had gespeeld, trouwde ze met de Zweedse journalist Bengt Janzon, die de public relations deed voor de opera in Stockholm. Zweden werd ook haar thuisbasis. Ze trad graag op in kleinere theaters, zoals dat van het koninklijk paleis Drottningholm bij Stockholm.

Het duurde nog tot 1962 voordat ze kon optreden in haar geboortestad Atlanta. Haar vader was daar een vooraanstaand man geworden in de zwarte beweging voor burgerrechten. Hij kende de vader van Martin Luther King goed en die twee zagen Mattiwilda al trouwen met de jonge dominee die later de grote leider van de zwarte beweging zou worden. Maar Mattiwilda koos voor haar Spanjaard.

Atlanta bleef lang achterlijk met burgerrechten. In het theater moesten zwarte bezoekers alleen via zijdeuren en brandtrappen naar hun afzonderlijke plaatsen. Daar wilde Mattiwilda niet optreden. Pas in 1962 werd de rassenscheiding afgeschaft en had ze groot succes in haar eigen stad.

In 1974 stopte ze met optreden en ze concentreerde zich voortaan op lesgeven aan verscheidene universiteiten in de VS. Tijdens haar achttien jaar als lerares ontdekte ze pas hoe zeldzaam een goede stem is. Wie zo'n stem heeft, moet minstens zes jaar aan de techniek werken, en ook nog goede leraren vinden. Dat hebben maar weinig mensen er voor over. "Het voorbeeld van zangers in populaire genres helpt niet echt, want zij maken carrière met nauwelijks studie", zei ze.

Haar laatste jaren woonde ze in een rusthuis in haar geboortestad, waar de plaatselijke krant geen woord wijdde aan haar dood.

Mattiwilda Dobbs werd geboren op 11 juli 1925 in Atlanta, Verenigde Staten. Daar stierf ze op 8 december 2015.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden