'Wat zág je nou eigenlijk in dat nieuwe land?'

Lenie Hanse-Bolle (1982), cultuurhistorica

"In de ogen van een randstedeling is de Noordoostpolder kaal en saai. Ik kan me dat voorstellen. Zelf opgegroeid op Urk vond ik de polder ook nooit bijzonder. Het was mijn landschap, ik wist niet beter.

Tot ik me realiseerde dat die polder zeventig jaar geleden nog niet bestond. In een paar jaar tijd is een nieuwe provincie opgetrokken uit het water! Dan snap je waarom toeristen vanuit de hele wereld hier komen kijken.

Flevoland is een jonge provincie. De bewoners van het eerste uur leven nog. Dat bood de unieke kans hun te vragen naar hun ervaringen. Nieuw Land Erfgoedcentrum in Lelystad verzamelde interviews, en ik heb die gebundeld als pioniersverhalen. Ze gaan over het bouwen aan een nieuwe provincie en een nieuwe samenleving, over het werk in de arbeiderskampen. De nog niet eerder gestelde centrale vraag was: wat zág je nou eigenlijk in dat nieuwe land?

Door de verhalen zag ik voor me wat zij gezien moeten hebben, toen ze, begin jaren veertig bij Ramspol - net boven Kampen - het nieuwe land betraden. Via een primitief pontje bereikten ze de dijk, met een schop op hun schouders, een plunjezak en verder niks. Zover ze keken was er niks. Sommige jongens zakte de moed bij die aanblik in de schoenen, zij keerden om. Anderen zagen de omvang, de mogelijkheden. Zij gingen aan het werk.

De Noordoostpolder was het beloofde land, hier zou het gaan gebeuren. De jongens van het eerste uur waren vaak boerenzoons die het benauwd vonden op de boerderij van vader. Zij wilden een bestaan voor zichzelf. Ze wisten dat ze eerst moesten 'greppelen', helpen met het graven van sloten. Dat was letterlijk handwerk, want door de oorlog was er geen brandstof voor machines.

Veel jongens werkten vijftig uur per week, jarenlang. Ieder jaar koesterden ze opnieuw de hoop dat ze een boerderij kregen toegewezen en verdroegen ze de teleurstelling als ze - zonder opgaaf van reden - waren overgeslagen. Vaak gebruikten de arbeiders bijbelse termen om het polderlandschap te beschrijven. Een van de vertellers, Jan Olieman, vergeleek het landschap met de outback van Australië: 'Zo schiep God de aarde.'

Albertus Lokhorst, die als polderwerker bij Vollenhove en Blokzijl werkte, was bijgebleven hoe 'woest en ledig' de aarde in de Noordoostpolder in het begin was. De bodem bleef niet lang kaal. Lokhorst beschrijft hoe kleine plantjes opkwamen, als driekant, hoefblad en distels. Er groeiden moerasandijvie en riet dat al snel meer dan manshoog was. De eerste dieren - hazen, mollen en muizen - kwamen met horten en stoten. Hoe, dat wist niemand.

Door wat de mensen vertelden, ben ik nog beter gaan beseffen hoe bijzonder dit land is. De pioniers op die dijk bij Ramspol wilden iets maken van die kale vlakte en zetten hun schouders eronder. Ik hoop dat dit boek ertoe bijdraagt dat meer mensen tot zich door laten dringen wat hier tot stand is gebracht."

Lenie Hanse-Bolle: Zover je keek was er niks. Ooggetuigen over de geschiedenis van het Flevolandse landschap. Landschapsbeheer Flevoland, Lelystad; 128 blz. euro 17,50

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden