Essay

Wat wisten de 12.521.337 ingescheepte slaven zelf?

Doorsnede van het Franse slavenschip La Marie Seraphique Beeld TR BEELD

Met de komst van een nationaal slavernijmuseum maakt expert Piet Emmer de tussenbalans op. Wat is er eigenlijk bekend van de trans-Atlantische slavenhandel - en wat wisten de Afrikanen zelf?

De handel in Afrikaanse slaven door Europese slavenhandelaren werd mede mogelijk gemaakt doordat de interne slavernij op het Afrikaanse continent wijdverbreid was. Tot 1650 werden de meeste Afrikaanse slaven verkocht aan Afrikanen die zich met de productie en de handel in goud bezighielden, en aan Arabische slavenhandelaren die de (veelal vrouwelijke) slaven naar het Midden-Oosten brachten. Zelfs de ruim 12 miljoen slaven, die tussen 1600 en 1880 met westerse schepen uit Afrika werden weggehaald, maakten waarschijnlijk nog niet de helft uit van het aantal slaven dat in diezelfde periode binnen Afrika werd verhandeld en via de Arabische slavenhandel het continent verliet.

Einde aan gesteggel

De trans-Atlantische slavenhandel is ondanks het vele onderzoek nog omgeven met veel vragen, en de wetenschap daarover is permanent in ontwikkeling. Maar er is weinig discussie meer over het aantal slaven dat in Afrika scheep moest gaan voor een bestemming op het Iberisch Schiereiland, de Portugese en Spaanse eilanden in de Atlantische Oceaan of in de Nieuwe Wereld.

De onvolprezen database van de uitstekende website slavevoyages.com heeft een einde gemaakt aan het gesteggel over cijfers. Begin 2019 staat de teller op 12.521.337 in Afrika ingescheepte slaven. Het aantal dat op de plaats van bestemming is ontscheept wordt berekend op 10.702.653. Voor de Nederlandse slavenhandel zijn de getallen respectievelijk 554.336 ingescheepte slaven en 475.240 slaven die levend op hun bestemming zijn aangekomen.

Piet Emmer, auteur ‘Geschiedenis van de Nederlandse slavenhandel’ Beeld TR BEELD

De slavenhandel moet grote psychische schade hebben aangericht bij miljoenen personen en ontwrichtte waarschijnlijk de bevolkingsopbouw en de economie van een aantal gemeenschappen in Afrika, maar helaas zijn de economische en demografische gevolgen van de Atlantische slavenhandel voor dat continent moeilijk te berekenen, ook al omdat ze van regio tot regio sterk verschilden.

Overigens hoeft het verlies van grote groepen mensen op zich niet tot blijvende economische schade te leiden. Ten tijde van de slavenhandel hebben bijvoorbeeld Portugal en de Britse eilanden procentueel meer inwoners zien vertrekken dan welke regio in Afrika ook. Daardoor kregen de achterblijvers in die landen de beschikking over meer landbouwgrond en dus over meer eten. Waarom zou dat in Afrika anders zijn geweest?

Bovendien moeten we de Atlantische slavenhandel niet als een uniek grote migratiestroom zien: tussen 1500 en 1900 staken in totaal 70 miljoen mensen de Atlantische Oceaan over, van wie één zesde als slaaf. Tussen 1500 en 1800 waren slaven echter verre in de meerderheid en vooral in de achttiende eeuw bereikte de Atlantische slavenhandel een omvang als nooit tevoren: bijna de helft van het totaal maakte de oversteek in die eeuw; niet goederen maar slaven waren toen in waarde het belangrijkste Afrikaanse exportproduct.

‘Inbrekersperiode’

Die dramatische toename van de Atlantische slavenhandel blijft iets geheimzinnigs houden. Hoe kan deze massale exodus worden verklaard?

De goudwinning in Afrika boette in die periode scherp aan belang in, waardoor de slaven die anders in die sector tewerk zouden zijn gesteld, nu in de Atlantische slavenhandel terechtkwamen. Waarschijnlijk vond ook een zekere professionalisering van de handel plaats. De Afrikaanse handelaren maakten steeds meer gebruik van vaste routes met vooraf bepaalde overnachtingsplaatsen en van aangelegde voedsel- en watervoorraden op weg naar de kust. Aan de andere kant van de Atlantische Oceaan is het antwoord wel duidelijk: de spectaculaire groei van de Caribische en Braziliaanse suikerplantages vergrootte de vraag naar slaven met de helft.

Het was ook in die periode dat de traditionele methoden om Afrikanen tot slaaf te maken tekortschoten. Er waren gewoonweg te weinig krijgsgevangenen, straf- en schuldslaven. Door dat gebrek aan slaven ontstonden er bendes die hele landstreken onveilig maakten door dorpen te overvallen, de verkoopbare bewoners als slaaf weg te voeren en de rest te doden. Het lijdt geen twijfel dat deze ‘inbrekersperiode’ Afrika schade heeft toegebracht, en dat de negatieve gevolgen van de slavenhandel tussen 1750 en 1800 voor Afrika groter waren dan in de eeuwen ervoor en erna.

Het armst

Het verband tussen de slavenhandel en de geringe economische groei in Afrika vanaf 1500 blijft de onderzoekers bezighouden. Er waren nogal eens hongersnoden in Afrika, die de voedselprijzen deden stijgen, waardoor veel Afrikaanse slaveneigenaren zich gedwongen zagen om een deel van hun slaven te verkopen. 

De Atlantische en Arabische slavenhandel mag dan net als de emigratie uit Europa die demografische druk verlicht hebben, maar volgens de Amerikaanse econoom Nathan Nunn heeft de slavenhandel een nadelig effect gehad dat de emigratie uit Europa niet teweeg heeft gebracht: veel hoogwaardigheidsbekleders in Afrika verdienden aan de slavenhandel, en daardoor zouden de Afrikanen hun overheid, de geldhandelaren en tal van andere instituties zijn gaan wantrouwen. En dat gebrek aan vertrouwen zou tot vandaag de dag de economische groei schaden. Geen wonder dat die gebieden waaruit de meeste slaven zijn vertrokken, nu het armst zijn.

Algemeen geaccepteerd zijn de uitkomsten van dit onderzoek niet, want het ligt voor de hand dat de arme gebieden in Afrika relatief de meeste slaven hebben geleverd, omdat ze al arm waren vóór het begin van de Atlantische slavenhandel.

Haben sie es gewusst?

Wisten de Afrikanen, en in het bijzonder de Afrikaanse slavenhandelaren, wat de slaven te wachten stond als ze aan de Europeanen werden verkocht? Haben sie es gewusst? Deze vraag wordt meestal geassocieerd met de Holocaust, en de discussie of de doorsnee-inwoner van het Derde Rijk of van de door Duitsland bezette gebieden wist wat er met de weggevoerde Joden stond te gebeuren. Een duidelijk antwoord daarop zal wel nooit worden gegeven. Toen een aantal jaren geleden een studie verscheen over de vraag wat ‘goede’ en ‘foute’ Nederlanders wisten over de vernietigingskampen, brak een verbitterd debat uit over de conclusie, namelijk dat niemand zich een voorstelling kon maken wat er in die kampen gebeurde.

Doorsnedes van een Engels Slavenschip Beeld Hollandse Hoogte / Scheepvaartmuseum

Een soortgelijk debat bestaat ook over de Atlantische slavenhandel. Sommige onderzoekers wijzen erop dat Afrikanen wel degelijk wisten wat er met de slaven gebeurde. Er zijn namelijk weleens Afrikanen naar de Nieuwe Wereld gereisd om vervolgens naar Afrika terug te keren, zoals een gezant van de koning van Kongo die in de zeventiende eeuw via Brazilië en Europa naar Afrika terugkeerde. 

Ook een klein aantal vrije Afrikaanse matrozen en stewards keerde terug na een bezoek aan de plantagekoloniën, omdat ze tijdelijk dienst hadden gedaan op een slavenschip. Ze waren in Afrika aangemonsterd om het tekort aan bemanningsleden op de slavenschepen aan te vullen. Soms werd een Afrikaanse handelaar of een hooggeplaatste functionaris gekidnapt, wat de Afrikanen ertoe bracht om de handel stil te leggen totdat de ontvoerde was opgespoord, vrijgekocht en teruggebracht naar Afrika. Dat gebeurde ook eens met een zoon van een Afrikaanse koning, die om nooit opgehelderde redenen als slaaf in West-Indië terecht was gekomen.

Opzettelijke verwarring

Maar het is onwaarschijnlijk dat de paar Afrikanen die gedurende drie eeuwen een bezoek aan de plantages hadden gebracht en naar Afrika waren teruggekeerd, in staat waren de totale bevolking van West-Afrika in te lichten over de leef- en werkomstandigheden van de slaven in de Nieuwe Wereld.

In een documentaire van Frank Zichem vroeg een verre nakomeling van een Surinaamse slaaf bij een bezoek aan de koning van de Asante, waarom zijn voorouders als slaven waren verkocht. En waarom de Asantikoningen zoveel slaven aan de Nederlanders hadden geleverd.

De koning antwoordde dat de Asante altijd in de veronderstelling verkeerden dat de verkochte slaven een militaire opleiding zouden krijgen en daarna naar Suriname zouden gaan. Met dit antwoord verwarde de koning waarschijnlijk bewust de slavenhandel met de veel bescheidener rekrutering van ruim drieduizend vrije Afrikanen als soldaat voor het koloniale leger in Nederlands-Indië in de negentiende eeuw, toen de slavenhandel allang was afgeschaft.

De oversteek

De slaven zelf lijken evenmin een idee te hebben gehad wat hun precies te wachten stond. Zo constateerde een scheepsarts die met een glas rode wijn een zieke slaaf weer op krachten wilde brengen, dat de andere slaven in het ruim daardoor in paniek raakten. Ze dachten blijkbaar dat hun laatste uur geslagen had en dat het glas gevuld was met het bloed van een reeds op het schip vermoorde lotgenoot. Waarschijnlijk speelde hierbij de Afrikaanse gewoonte om soms slaven ritueel te doden een rol. Vandaar dat de matrozen en hun in Afrika aangemonsterde vrije Afrikaanse collega’s er veel aan gelegen was de slaven duidelijk te maken dat ze naar de Nieuwe Wereld werden gebracht om te werken en niet om te worden vermoord. Hoe beter de slaven daarvan werden overtuigd, hoe kleiner de kans op opstanden en zelfmoorden tijdens de oversteek.

Wat Afrikanen waarschijnlijk wel wisten, maar nooit hebben opgeschreven, is dat veel Afrikanen stierven tijdens hun verplaatsing binnen Afrika op de tocht naar de kust. Dat percentage zal wel altijd onbekend blijven, maar sommige onderzoekers schatten dat zelfs hoger in dan het sterftepercentage tijdens de daaropvolgende zeereis. De slaven dienden soms wekenlang vanuit het binnenland naar de kust te lopen zonder voldoende voedsel en water. De scheepsartsen en de kapiteins waren dan ook vaak ontzet over de fysieke toestand van de slaven die te koop werden aangeboden.

Omslag ‘Geschiedenis van de Nederlandse slavenhandel’ Beeld TR BEELD

Het is onduidelijk of hier niet een zekere overdrijving in het spel was. Door de gezondheid van de slaven bij aankoop zo slecht mogelijk voor te stellen, kon de rederij de kapitein en de scheepsarts niet verwijten dat er zoveel slaven tijdens de oversteek stierven. En als er ondanks die slechte conditie toch weinig slaven omkwamen, dan was dat het bewijs dat de officieren hun werk goed hadden gedaan en dat ze de premie, gebaseerd op het aantal overlevende slaven, meer dan verdiend hadden.

Ook de sterftecijfers in de Arabische slavenhandel zijn onbekend. De schattingen die daarover de ronde doen, zoals een omvang van 28 miljoen en een sterfte van 80 procent (!), lijken meer ingegeven door pogingen de islamitische cultuur zwart te maken dan door de intentie om de historische werkelijkheid zo zorgvuldig mogelijk te benaderen. Wat de Arabische slavenhandel betreft, lijken we nauwelijks verder te zijn dan het discussieniveau in de achttiende eeuw, toen de activistische voor- en tegenstanders van de Atlantische slavenhandel elkaar ook met een mengeling van feiten en fictie om de oren sloegen. Alleen nieuw onderzoek kan daar verandering in brengen net als dat met de slavenhandel in het Atlantische gebied is gebeurd.

Dit is een bewerking van het nieuwe nawoord van P.C. Emmers ‘Geschiedenis van de Nederlandse slavenhandel’, dat deze maand is verschenen.

Historicus Piet Emmer (1944) was hoogleraar Europese expansie en migratie. Zijn bekendste boek is ‘De Nederlandse slavenhandel 1500-1850’.

P.C. Emmer
Geschiedenis van de Nederlandse slavenhandel
NwAdam; 336 blz. € 22,99

Lees ook:

Hoe vrijgemaakte slaven uitgroeiden tot de Surinaamse elite

Voor het eerst zijn de vrijgemaakte slaven in Paramaribo als historisch onderwerp onderzocht. Zij hadden vaak een witte vader als voorouder en groeiden uit tot de elite van Suriname.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden