Wat wisten bisschoppen van misbruik?

STIJN FENS

Brieven uit archieven van rooms-katholieke instellingen, die deze week naar boven zijn gekomen, zouden volgens diverse media onmiskenbaar duidelijk maken dat de leiding van de rooms-katholieke kerk op de hoogte was van het seksueel misbruik op internaten. Maar volgens kerkhistoricus Ton van Schaik is dat wel erg kort door de bocht. Want wat bewijzen deze brieven precies?

'RTL Nieuws' haalde een nieuwsbrief boven water van de algemeen overste van de Fraters van Tilburg die midden jaren vijftig zijn medefraters expliciet voor kindermisbruik waarschuwde. De Volkskrant - die er groots mee uitpakte op de voorpagina - en het NCRV tv-programma 'Altijd Wat' meldden dat het Katholiek Verbond voor Kinderbescherming eind jaren vijftig, begin jaren zestig rooms-katholieke internaten waarschuwde voor seksueel misbruik van minderjarigen door priesters en geestelijken.

Als twee dergelijk grote katholieke organisaties op de hoogte waren van de wantoestanden, is de aanname, dan zullen de toenmalige bisschoppen dat toch ook wel geweten hebben? Ze wisten toch immers donders goed wat er speelde?

Dat is nog maar de vraag, zegt kerkhistoricus Ton van Schaik. "Het is ondoenlijk en ook onwaarschijnlijk dat die bisschoppen op de hoogte waren van de details van al die verschillende maatschappelijke organisaties binnen de katholieke zuil. Dat waren er tijdens de hoogtijdagen van het 'rijke Roomsche leven' zo'n 161. En die katholieke zuil stond eind jaren vijftig nog recht overeind."

Het Katholiek Verbond voor Kinderbescherming dateert uit 1931 en had haar hoofdkantoor in Den Bosch. Volgens de Pius Almanak - een katholiek adresboek - uit 1959 hield het Katholiek Verbond voor Kinderbescherming zich vooral bezig met het welzijn van 'voogdij- en regeringskinderen'. Zo nodig zocht men voor zo'n pleegkind een plekje in een van de tientallen katholieke kindertehuizen en internaten.

Uit archiefonderzoek blijkt nu dat de katholieke kinderbescherming eind jaren vijftig wist dat pedoseksuelen daar actief waren. In februari 1959 stuurde men een circulaire rond die aan duidelijkheid niets te wensen over liet. "In de laatste jaren hebben zich in verschillende kinderbeschermingsinternaten verschillende gevallen (van misbruik) voorgedaan, met uitermate ernstige en droeve gevolgen; een nadere beschrijving van deze gevallen mag overbodig worden geacht."

Die circulaire ging naar de plaatselijk afdelingen van het verbond. En dat waren er tientallen. De Pius noemt ze allemaal op, vier bladzijden lang. Van Groningen tot Maastricht, van Hengelo tot Zoeterwoude. In het bestuur van zo'n afdeling zat vaak een pastoor, of een pater en soms een non. Ook politici van de Katholieke Volkspartij (KVP) vonden vaak een plekje in zo'n bestuur. Het was liefdewerk, maar wel liefdewerk met aanzien. Deze mensen kregen dus drie jaar lang verontrustende circulaires over misbruik. Hoeveel van die informatie uiteindelijk de allerhoogste macht binnen de Nederlandse kerk bereikte - bisschoppen als Alfrink, Mutsaerts en Huibers - is niet duidelijk.

Van Schaik wil het leed van de misbruikten zeker niet bagatelliseren, maar waakt voor al te gemakkelijke conclusies. "Kinderpsychologie en pedagogiek waren toen nog lang niet zo ver als nu. En vergeet niet: over alles lag nog de sluier van het taboe. Om dit soort dingen dan in het licht van 2011 te duiden, vind ik niet juist en zelfs onhistorisch."

Chronologie
9 maart 2010:

De Nederlandse bisschoppen overleggen over het snel groeiende aantal meldingen van seksueel misbruik. Bij het rk meldpunt Hulp & Recht komen tientallen meldingen binnen. Eind februari werd bekend dat kinderen zijn misbruikt door paters van de congregatie van salesianen van Don Bosco in het Don Rua klooster in 's Heerenberg.

12 mei 2010:

Wim Deetman (CDA) begint samen met vijf wetenschappers aan een onderzoek naar het seksueel misbruik, in de periode 1945-2010. De commissie is in het leven geroepen door de Nederlandse bisschoppen en de Konferentie Nederlandse Religieuzen (KNR).

9 december 2010:

In een eerste advies heeft de commissie-Deetman scherpe kritiek op Hulp & Recht en roept op die te vervangen door een beter meldpunt. Een andere commissie, onder leiding van Sieuwert Lindenbergh, gaat eventuele financiële compensatie onderzoeken.

17 februari 2011:

Deetman beschikt naar eigen zeggen over een lijst van daders die richting de 1000 gaat. In totaal zijn er meer dan 2000 meldingen binnen van misbruik in de rk kerk.

20 juni 2011:

De commissie-Lindenberg komt met een plan voor financiële compensatie aan slachtoffers van misbruik. De regeling kost de kerk naar verwachting zo'n vijf miljoen euro.

24 juni 2011:

Hulp & Recht wordt vervangen door een niet-kerkelijk meldpunt voor seksueel misbruik. Ook de hulpverlening aan slachtoffers wordt grondig gereorganiseerd.

7 november 2011:

De Nederlandse bisschoppen gaan akkoord met het plan van de commissie-Lindenbergh voor schadevergoeding aan slachtoffers van seksueel misbruik. Die kan oplopen tot maximaal 100.000 euro per slachtoffer.

8 november 2011:

De klachtenprocedure en de hulpverlening aan de slachtoffers is verbeterd, constateert commissie-Deetman in een tweede rapportage. Wel beseft de leiding van de kerk volgens de commissie nog steeds niet hoezeer de slachtoffers lijden onder het misbruik.

16 december 2011:

verwachte eindrapportage commissie-Deetman.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden