Wat wil je worden als je arts bent?

Vanaf volgend jaar wordt er flink gesnoeid in het aantal opleidingsplekken voor basisartsen en medisch specialisten. Wat betekenen de nieuwe plannen voor geneeskundestudenten die nu al maanden moeten wachten op een co-schapplek of opleidingsplaats?

Toen Sander Kuipers zeven jaar geleden werd ingeloot voor geneeskunde, dacht hij dat als hij maar netjes zijn punten zou halen hij de arts kon worden waarvan hij droomde: orthopeed. Eenmaal afgestudeerd als basisarts bleek de werkelijkheid er net even anders uit te zien. "Ik verstuurde honderd brieven naar alle grote ziekenhuizen en kleine streekziekenhuisjes voor een plek als anios, de meest basale plek waar je ervaring opdoet om later een opleidingsplek te bemachtigen. Drie keer mocht ik op gesprek komen, nergens werd ik aangenomen." Sander is een van de vele basisartsen die na het behalen van hun diploma geen baan of opleidingsplaats kan vinden. Zelfs met uitstekende resultaten en een uitgebreid cv, lukte het hem niet om een plek op de overvolle markt te krijgen.

Als de verwachtingen van het Capaciteitsorgaan kloppen, wordt die markt alleen maar drukker. Om het aanbod artsen af te stemmen op het slinkende aantal vacatures, kwam het dinsdag met een advies aan de minister om tien procent minder geneeskundestudenten toe te laten en twintig procent minder opleidingsplekken voor medische specialisten beschikbaar te stellen. Een dag eerder maakte het kabinet samen met de zorgpartners al bekend dat er de komende jaren 218 miljoen euro minder naar de geneeskundeopleidingen gaat. Concreet betekent dit dat er tot 2022 elk jaar honderd minder specialisten worden opgeleid en hun opleiding waar mogelijk zal worden verkort.

Dat het de komende jaren druk wordt op de medische arbeidsmarkt staat vast. Wanneer de minister in het voorjaar van 2014 het advies van het Capaciteitsorgaan ter harte neemt en behalve minder opleidingsplekken tot specialist ook minder studenten tot de geneeskundestudie toelaat, lost dat op korte termijn niet veel op. Sterker nog, de gevolgen daarvan zullen pas over zes jaar - de duur van een opleiding tot basisarts - merkbaar zijn. Tot die tijd zal de uitstroom van basisartsen groeien terwijl het aantal opleidingsplekken krimpt. "De komende jaren wordt het drukker op de markt", concludeert Victor Slenter van het Capaciteitsorgaan. "Behalve dat de overheid minder plekken voor specialismen gaat financieren, heb je ook nog te maken met artsen die steeds later met pensioen gaan en vrouwen die meer dagen gaan werken. De markt zal de komende tijd dus verstopt raken.'

Zoveelste tegenvaller
Geen prettig vooruitzicht voor studenten die nu nog in hun bachelorfase zitten, zoals Floriane Jaspers die vier jaar geleden begon aan haar studie geneeskunde aan de Universiteit van Amsterdam. Voor haar is het de zoveelste tegenvaller in haar jonge carrière als toekomstig arts. Dit jaar kreeg ze te horen dat ze door overschot van geneeskundestudenten de komende veertien maanden niet met haar co-schappen kan beginnen. Een forse wachttijd waar de meeste faculteiten in Nederland de laatste jaren mee kampen.

"In mijn tweede jaar kregen we voor het eerst te horen dat we niet direct door zouden kunnen stromen naar onze co-schappen, op dat moment was de wachttijd nog negen maanden. Ik dacht: 'dat kunnen ze niet maken, dat gaan ze vast oplossen', maar dat bleek een beetje te naïef", lacht Floriane. Ze vindt het de hoogste tijd dat er minder studenten worden aangenomen. Het probleem is volgens haar dat er de laatste jaren veel jonge studenten zijn aangetrokken door de opleiding die vaak een tussenjaar nemen en daardoor de doorstroom bemoeilijken. "Ons wordt nu geadviseerd om alvast een wetenschappelijke stage te doen die je normaal gesproken na je co-schappen doet, maar dat is verre van ideaal. Je wilt zo'n stageplek kiezen in de richting die je op wilt en dat is juist waar je tijdens je co-schappen achter gaat komen. Dan kan zo'n stage een mooie opstap zijn naar een werkplek na je studie."

Wachten op een plek als co-schapper, een baan als anios of een opleidingsplek als medisch specialist heeft een prijskaartje, weten Sander en Floriane uit ervaring. "Ik heb het geluk dat mijn ouders mij financieel ondersteunen, maar dat geldt zeker niet voor de meeste studenten. Veel mensen uit mijn jaar draaien nu zestig-urige werkweken om tijdens hun stage met verschillende baantjes de eindjes aan elkaar te knopen. Zij waren nooit aan deze studie begonnen als ze hadden geweten dat het zo'n lijdensweg zou worden", weet Floriane.

Sander besloot uiteindelijk een ander specialisme te kiezen en is nu in opleiding tot militair arts. Hij moest wel want zonder baan kwam er geen brood op de plank. Floriane heeft zich inmiddels voorbereid op de veranderende markt binnen haar vak en weet dat ze straks misschien geen plek vindt binnen de kindergeneeskunde waar ze graag aan de slag wil. "De tijd dat je geneeskunde ging studeren voor het grote geld is voorbij. Je moet het willen in je hart en een passie voelen voor het dokterschap. Dat betekent ook dat je je moet aanpassen aan de markt en uiteindelijk misschien een ander specialisme moet kiezen dan je aanvankelijk voor ogen had." Voor Sander pakte het in elk geval goed uit: "Het was even omschakelen, maar sinds ik hier ben heb ik een hartstikke leuke tijd!"

Sander Kuipers is in opleiding tot militair arts, omdat hij als basisarts geen baan kan vinden.

Cijfers
In 2012 startten er 3050 studenten met een geneeskundestudie. Het advies aan de minister is om dat aantal de komende jaren met tien procent terug te brengen

In 2013 waren er 4670 basisartsen beschikbaar voor een vervolgopleiding

In 2013 waren er 1447 opleidingsplekken voor medisch specialisten. Tot 2022 worden dat er elk jaar zo'n honderd minder

Gemiddeld deden basisartsen er in 2013 18,7 maanden over om een opleidingsplek te vinden

De wachttijd voor co-schappers varieert per universiteit tot 14 maanden.

Volgens een enquete van De Jonge Orde zit gemiddeld vijf procent van de afgestudeerde medische specialisten werkloos thuis.

De opleiding tot medisch specialist kost de overheid zo'n 700.000 euro per student.

Behoefte aan artsen zou zijn overschat
Volgens het Capaciteitsorgaan zou de behoefte aan artsen toenemen, bijvoorbeeld omdat er waarschijnlijk minder artsen uit het buitenland zouden komen. Het Centraal Planbureau bekeek de plannen en was kritisch: het Capaciteitsorgaan zou de behoefte aan artsen overschatten en er te weinig rekening mee houden dat er vanuit de overheid wel eens maatregelen zouden kunnen komen om de enorme zorgkosten (en dus het aantal artsenplekken) te beperken. Dat gebeurde inderdaad terwijl er ondertussen niet minder artsen uit het buitenland kwamen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden