Wat wil de kievit het liefst?

Met een vergelijkend onderzoek tussen weilanden en akkers waar wel of geen maatregelen voor kieviten zijn genomen, wil Landschap Noord-Holland in het 'Jaar van de Kievit' ontdekken hoe boeren de weidevogels het beste kunnen helpen.

Vrijwillige weidevogelwachters Bank Beentjes en Sjaak Bruin hebben er de pest over in. De afgelopen twee weken hebben zij op een maisakker bij Uitgeest, een paar meter voor en achter een tiental kievitsnesten stokjes geplaatst. Op die manier zouden ze bij de start van het grote kievitenonderzoek makkelijk te vinden moeten zijn. Maar als zij samen met onderzoeker Jan van der Winden weer terugkomen op de akker, hopelijk om vogels te vangen, zijn nagenoeg alle nesten leeg. 'Gepredeerd', in vogelaarsjargon. "Vossen!", tiert Beentjes, terwijl de stoom bijna uit zijn oren komt. "Er zijn heel wat andere beesten die eieren van weidevogels roven", probeert Van der Winden nog. "Maar zo systematisch als deze akker is leeggehaald, ... dat zou inderdaad goed een vos geweest kunnen zijn."

Gelukkig is welgeteld één van de gemarkeerde nesten op deze akker nog bebroed. De kievitouders vliegen zenuwachtig boven Van der Winden, als hij een kooi op vernuftige wijze boven het nest plaatst. De eieren vervangt hij voor de zekerheid even door nep-eieren. "Als de kooi straks over de kievit valt, en de vogel gaat in paniek rondvliegen, dan wil je niet dat hij of zij de eigen eieren beschadigt. Daarom houd ik ze even warm in een plastic bakje in de auto."

De vier eieren liggen al meer dan twee weken in het nest: een vereiste voor Van der Winden om de kooi te kunnen plaatsen. "De vogels moeten maximaal 'broeds' zijn, zodat ze snel weer naar het nest terugkeren." Vanuit de auto zien de mannen hoe een van de ouders eerst zenuwachtig een paar rondjes om de vreemde kooi loopt. Maar dan is de drang om weer op de eieren te gaan zitten blijkbaar toch te groot geworden. Als de vogel op de eieren gaat zitten valt de kooi er automatisch overheen.

Met een flinke sprint rennen Van der Winden en de weidevogelwachters naar het nest. De vogel wordt even in een speciale doos gestopt, de kooi wordt verwijderd en de originele eieren worden teruggelegd. "De andere ouder kan dan snel weer doorgaan met broeden", legt Van der Winden uit.

Herkenbaar

Wanneer de maten van de vogel zijn genomen, en hij - aan de lengte van de kuif ziet Van der Winden dat het een mannetje moet zijn - een genummerd metalen ringetje heeft gekregen, smeert de onderzoeker een kleurloze vloeistof op de linkerflank van de vogel. "Dit is een stof die reageert met het eiwit uit de veren van de vogel. Over ongeveer een half uurtje zal de flank van deze vogel aan de linkerkant eerst bruin kleuren, en later zwart. Dat is de meest eenvoudige manier om vogels op grote afstand herkenbaar te maken. Gewone verf zou heel snel van de veren afslijten. Deze kleurstof verdwijnt pas aan het eind van het seizoen weer, als de vogels hun veren ruien."

Vanaf nu begint het werk voor Beentjes en Bruin. De komende weken zullen ze de gemerkte vogel in de gaten moeten houden. Waar loopt hij? Wat doet hij? En vooral: lopen er kuikens bij deze kievit?

Op deze manier markeert Van der Winden uiteindelijk zes vogels op dit bedrijf. Drie uit nesten die op 'gewone' akkers zijn gevonden en drie op een akker waar speciale beschermingsmaatregelen worden genomen, in de vorm van een brede strook met een kruidenrijk plantenmengsel rond het maisveld. En dat op nog eens vier andere bedrijven met maisakkers.

Ook op vijf bedrijven met grasland wordt een vergelijkbare proef uitgevoerd. Daar worden weilanden met een verhoogde waterstand in de greppels vergeleken met 'gewoon' grasland.

De proef van Van der Winden is een initiatief van Landschap Noord-Holland. "Het idee erachter is dat de samenleving niet zomaar wat beschermingsmaatregelen financiert op agrarische bedrijven, maar eerst goed uitzoekt wat wel en niet werkt", zo licht de onderzoeker het project toe.

"Boeren die met het project meedoen willen natuurlijk ook graag dat de gekozen maatregelen effect hebben. Je kunt wel denken dat een rand met kruiden om een maisakker goed is voor vogels, omdat daar meer insecten zitten en de kuikens dus meer te eten hebben, maar is dat ook zo? De graslandproef is ingegeven door het idee dat een hogere waterstand goed is voor de ouders. Die kunnen in nattere en dus slappere bodem beter naar wormen peuren. En in de oevers van die modderige natte greppels groeit het gras trager, en hebben de kuikens meer kans om insecten te vinden.

Jonge kieviten lopen graag op slikkige oevers achter insectjes aan te rennen. Maar dat is dus ook de theorie. Met deze proef kijken we of dat ook echt een verschil maakt. Worden de greppels ook lang genoeg natgehouden? Zien de vrijwilligers op de percelen waar maatregelen zijn genomen straks ook echt meer kieviten met jongen lopen?"

Veel lege nesten

Net als de vrijwillige weidevogelwachten houdt Van der Winden een beetje zijn hart vast voor dit seizoen. "Van een aantal locaties horen we dat er dit jaar veel nesten leeg worden gehaald. Dat kan door vossen, marterachtigen en vogels gebeuren. Maar dat betekent natuurlijk niet dat die rovers de enige oorzaak zijn van de achteruitgang van de kievit. Een gezonde populatie kan wel een stootje hebben. Wij maken het de rovers ook wel heel makkelijk, met onze droge maisakkers, waar ze zo van nest naar nest kunnen lopen om alle eieren op te halen. Van nature broeden kieviten op open, uitgestrekte grasvlaktes, of gebieden die vaak overstromen. Daar is het moeilijker voor predatoren om op grote schaal toe te slaan. In ons agrarisch landschap zullen we het leefgebied van de boerenlandvogels zoveel mogelijk moeten verbeteren en tegelijk accepteren dat ieder jaar een deel van de legsels verdwijnt door roofdieren."

Alleen nog kerngebieden

Professor David Kleijn, hoogleraar plantenecologie en natuurbeheer aan Wageningen Universiteit en Researchcentrum, hield onlangs zijn oratie 'Natuur beschermen in een veranderende wereld'. Ook Kleijn doet al vele jaren onderzoek naar weidevogels en andere agrarische natuur. "Waar het de weidevogels uiteindelijk vooral aan ontbreekt is vegetatie met een open structuur, voldoende dekking en insecten. Wij hebben eerder al laten zien dat bijvoorbeeld kruidenrijk weiland alleen niet voldoende is om de vogels erbovenop te helpen. Als er wel kruiden zijn, maar geen insecten, schieten de vogels er alsnog niets mee op."

Vogels zijn volgens Kleijn het beste geholpen met hoge grondwaterstanden in grootschalige open graslandgebieden.

"Maar we weten ook dat er nog maar een beperkt aantal gebieden in Nederland is dat aan die juiste randvoorwaarden voldoet. Wat je doet, moet je dus in de buurt van die kerngebieden doen, zodat maatregelen op boerenland en in weidevogelreservaten elkaar nog kunnen versterken. De rest is in feite dweilen met de kraan open", aldus Kleijn.

2016: Jaar van de bedreigde kievit

Dit jaar is door Vogelbescherming Nederland en SOVON Vogelonderzoek uitgeroepen tot het 'Jaar van de Kievit'.

Dat deden ze niet omdat het zo goed gaat met deze vogel. Sinds het midden van de jaren tachtig neemt het aantal kieviten in ons land in een steeds hoger tempo af.

De laatste tien jaar gaat er ieder jaar vijf procent van het aantal broedparen af. Naar schatting zijn er nog ongeveer 200.000 paren over, minder dan de helft van het aantal in 1990.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden