Wat was Flossenbürg?

Na de doodsfabriek Sobibor, het summum van naargeestigheid, leek een overplaatsing naar Flossenbürg in Beieren, een concentratiekamp voor dwangarbeiders, ineens zoiets als een terugkeer in de ’normaliteit’. Dat was het geenszins.

Volgens SS-documenten die deze week in de rechtszaak tegen Ivan Demjanjuk werden gepresenteerd, kwam de aangeklaagde op 1 oktober 1943 als kampbewaker aan dit kamp bij de Tsjechische grens. In de zeven maanden daarvoor zou hij dienst hebben gedaan in Sobibor: dat heeft hem de aanklacht opgeleverd van medeplichtigheid aan moord in 29.700 gevallen.

Voor zijn dienst in Flossenbürg wordt hij niet vervolgd, maar voor het proces zijn de documenten vanbelang, omdat ze het alibi van de aangeklaagde weerspreken – die heeft ooit verklaard tot in 1944 krijgsgevangen te zijn geweest in Chelm, en daarna te hebben gediend bij de legers van Vlasov en Chandroek, hulplegertjes van de Wehrmacht. Was Demjanjuk in werkelijkheid in Flossenbürg, dan is de waarschijnlijkheid groot dat hij ook in Sobibor was.

Maar wat was Flossenbürg eigenlijk? Opgezet in 1938 voor dwangarbeid in de steengroeven, waaruit graniet gehakt werd voor de grote bouwprojecten van het Derde Rijk, groeide het kamp uit tot een hel voor ruim honderdduizend gevangenen, van wie er dertigduizend zouden sterven aan de gevolgen van het wrede regime, aan ondervoeding, ziekte, onmenselijk zwaar werk, en door executies. In de laatste maanden voor de bevrijding van het kamp door de Amerikanen werden zoveel mensen ter dood gebracht dat het crematorium overbelast raakte.

Enkele weken geleden heb ik het kamp bezocht, in het gezelschap van collega Max Pam, het was een warme zomerdag, er stond nog een aantal van de gebouwen van toen, de Kommandantur, de SS-kantine, de wasserij, met in de kelder de doucheruimte voor de gevangenen – echte douches, maar wel veel te heet of veel te koud. Het kamp had in de laatste jaren een opknapbeurt ondergaan, dat wil zeggen dat er een indringende tentoonstelling in was ingericht en dat de voormalige appèlplaats waar zich na de oorlog een bedrijf had gevestigd (er wordt nog steeds graniet gewonnen) weer was ontruimd..

We liepen er zwijgend rond, over het terrein, met de Arrestbau, waar onder anderen de theoloog Diettrich Bonhoeffer was opgehangen, vlak voor de bevrijding. Maar direct achter het terrein lag nog een kleine vallei – het Tal des Todes heet het, nu bijna lieflijk en groen met een kleine kapel, destijds een executieplaats en de plaats waar de lijken werden verbrand. Hun as, ook die van Bonhoeffer, ligt er in een aspiramide. Iets verderop staat het crematorium – intact.

Toen we omhoog keken zagen we nog de originele stenen wachttorens, zoals op de foto, met op de voorgrond het gebouw van het crematorium, en door mijn hoofd ging de gedachte dat Ivan Demjanjuk toen op een van die torens zijn gruwelijke dienst had gedaan – als Wachmann over een doodsvallei.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden