Wat vond Hitler wel mooi?

nazikunst | Lange tijd hielden musea kunst uit de nazitijd maar liever buiten de deur. In het Duitse Bochum is nu de eerste tentoonstelling die de artige Kunst toont die Hitler voor ogen stond.

Dit schilderij heeft Adolf Hitler gekocht. Het staat bij bijna de helft van de werken op de tentoonstelling 'Artige Kunst. Kunst und Politik im Nationalsozialismus' in het Duitse Bochum. Hitler heeft dit gezien, hij was er misschien wel door geraakt en hij heeft het in bezit gehad.


Het is een verwarrend gegeven omdat een schilderij, hoe slecht het ook geschilderd is, kúnst is, iets dat inspeelt op gevoel en dat is niet het eerste waar je Hitler mee associeert. Verwarrend ook omdat de schilderijen, ondanks hun loodzware etiket, nog steeds zo onbenullig en lichtvoetig zijn dat het bijna lachwekkend is. En lachen voelt ongepast.


'Artige Kunst' is de eerste tentoonstelling na de Tweede Wereldoorlog die nazikunst ook als kunst presenteert. Al komt die categorisering met veel mitsen en maren. Het is een spiegelglad terrein. De teksten in de stevige catalogus staan vol met aanhalingstekens. De auteurs gebruiken ze om duidelijk te maken dat ze entartet en Derde Rijk zeggen zonder de achterliggende ideologie te ondersteunen.


Ook in de presentatie van de kunst is er afstand. De eerste beelden van de tentoonstelling zijn geen schilderijen met zo'n verwarrend bordje, maar foto's. Eén is gemaakt door de Britse sergeant Harry Oakes bij de bevrijding van Bergen-Belsen, afgedrukt op A4-formaat: een directe blik in de hel. Daarnaast een foto van de Amerikaanse Margaret Bourke-White, die Mainz toont vanuit de lucht in 1945, of wat er van over is.


En daarna is de nazikunst in de vier grote zalen steeds naast relativerende, veel minder lichtvoetige kunst gehangen die in dezelfde tijd is gemaakt, bijvoorbeeld door Felix Nussbaum, een kunstenaar die vermoord is in Auschwitz, zo vermeldt het bordje.


Duidelijk: het is de samenstellers niet te doen om een verheerlijking van de esthetiek van het nationaal-socialisme, noch om verdoezeling van de gruweldaden van het regime. Maar waarom zou je dan toch naar de nazi-kunst kijken? En hoe?


'Geen nazikunst in onze musea', was de strijdkreet van Klaus Staeck, geëngageerd graficus en de latere directeur van de Duitse Academie der Kunsten, in 1987. Kunstverzamelaar en ondernemer Peter Ludwig wilde zich samen met zijn vrouw door beeldhouwer Arno Breker (1900-1991) laten portretteren en de bustes in hun museum tentoonstellen. Breker was hofbeeldhouwer van Hitler, zijn werk is ruim vertegenwoordigd in Bochum, en kreeg ook na de oorlog nog talloze opdrachten.


"De kunstenaars die de guirlandes aan het hekwerk van Auschwitz hebben gemaakt, horen niet in een kunstmuseum", vond Staeck, juist omdat kunst ook over moraal en ethiek gaat.


Vanaf de jaren negentig toen de meeste nazi-kunstenaars al waren overleden, kwamen er voorzichtige tentoonstellingen van instituten die een collectie kunst uit de nazitijd bezaten. Artige Kunst in Bochum - letterlijk zoete, hoffelijke kunst, als de tegenhanger van de entartete, de ontaarde kunst - is de eerste tentoonstelling die is samengesteld met werken uit meerdere collecties.


Mensbeeld


"Juist nu", benadrukt conservator Katharina Zimmermann, "nu vreemdelingenhaat opspeelt en de democratie wankelt, is het noodzakelijk om te tonen welk mensbeeld de nazi's neerzetten en hoe ze hun idealen verbeeldden." Daar komt bij dat het idee dat alle kunst die een museum toont originele of goede kunst moet zijn in artistiek opzicht, langzaam terrein verliest.


In Bochum pik je de nazikunst er makkelijk uit. De werken die Hitler kocht zijn groot en tonen mierzoete afbeeldingen van zonnige landschappen, krachtige sporters, blozende, weldoorvoede blonde kinderen, stralende ouders en zijn geschilderd in een ook voor hun tijd ouderwetse, negentiende-eeuwse stijl.


Het was de periode uit de kunstgeschiedenis die Hitler, die zelf ooit ook kunstenaarsambities had, bewonderde. De schilderijen waren te zien bij de Grosse Deutsche Kunstausstellungen (GDK) tussen 1937 en 1944, in het Haus der Kunst in München dat Hitler er speciaal voor liet inrichten. Tijdens de opening in 1937 was ook de tentoonstelling met entartete Kunst te zien die vervolgens door het land trok. Voor alle bezoekers - meer dan een half miljoen per jaar voor de GDK, meer dan een miljoen voor de rondreizende entartete - werd zo duidelijk welke kunst in het Derde Rijk als Duits gezien werd en welke niet. Duits was vooral eenduidig te begrijpen kunst, zonder originele ideeën of zienswijzes.


Het ging Hitler bij kunst niet om militaire propaganda, zo blijkt uit de tentoonstelling in Bochum. Het enige hakenkruis uit zijn aankopen gaat schuil achter de rookpluim van een van de zeldzame fabrieken, ongeschonden soldaten vertellen hun kinderen hun heldendaden.


Kunst moest een grotere, moeilijker te vatten boodschap verspreiden. De Bochumse catalogus vat de strategie van Hitler samen: hij wilde een kunstwereld die door een groot deel van het volk wordt ondersteund. Kunst die het volk het gevoel geeft onderdeel te zijn van een natiestaat met een lange traditie. Kunst die dus tijdloos moest zijn, vrij van 'nieuwe storende factoren', met mensfiguren waarin elke Duitser zich kon herkennen en die, subtiel, de iconografie van het christendom overnam om zo de plaats van de kerk in te nemen.


Hitler gaf gerichte opdrachten. Aan Autobahnschilder Carl Theodor-Protzen (1887-1956), of aan Erich Mercker (1891-1973), wiens schilderij 'Granitbrüche Flossenbürg' Hitler in 1941 kocht. Het is een van de kippenvelschilderijen van de tentoonstelling: de montere arbeiders die je op het monumentale schilderij ziet, waren in werkelijkheid gevangenen van het naastgelegen concentratiekamp Flossenbürg, dat in 1938 de poorten opende.


En dan de mensfiguren. Tegenover de hongerige, wanhopige mensen van de ontaarde kunstenaars paraderen in nazikunst mannelijke sporters. Vrouwelijke klassieke naakten met jaren-dertig-kapsel lenen hun poses van de grote meesters, maar gezicht, lichaamstaal en postuur zijn zo identiek, karikaturaal en vlak geschilderd dat ze nog het meest doen denken aan de emotieloze robots uit science-fictionseries of aan gebotoxte vrouwen in dure winkelstraten.


Het zijn schilderijen en beelden die gezien moeten worden, besproken en overdacht. Niet vanwege hun oorspronklijkheid of hun eigen visie, maar omdat juist kunst in staat is snaren te raken waar je vanaf de buitenkant niet bij kunt komen.


'Artige Kunst. Kunst en politiek in het nationaal socalisme', bij Situation Kunst in Bochum tot 9 april, de tentoonstelling reist daarna verder naar Rostock (27 april-18 juni) en Regensburg (14 juli-29 oktober). De catalogus (Duits en Engels) kost 28 euro. www.situation-kunst.de

In het depot

De meeste nazi-kunstenaars raakten na de oorlog in vergetelheid. Hun kunstwerken kwamen na de Duitse nederlaag in handen van de geallieerden. Die brachten 8700 schilderijen naar Washington en noemden ze de 'German War Art Collection'. Een groot deel staat daar nog steeds in de kluis. In de jaren vijftig gaven de Amerikanen zo'n 1700 werken terug aan de Duitse eigenaren of de staat. De meeste werken staan permanent in het depot van het Deutsches Historisches Museum in Berlijn.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden