Wat trainers kunnen, en vooral wat niet

Deze week zagen we het grootste talent van Nederland, een bijzonder talent in meer dan één opzicht, en deze week werd het vertrek van Marco van Basten als assistent-bondscoach bezegeld. Daar schuilt een symboliek in die doordringt tot de kern van het voetbal en alle blabla eromheen.

Het gaat er dan even niet om dat het niet chic is dat Van Basten opstapt, dat hij de bondscoach in de steek laat - het gaat om zijn waarheid achter de keuze. Hij kapt ermee omdat hij vindt dat hij er ook als tweede trainer niet of nauwelijks toe kan doen, nadat hij zichzelf eerder al incapabel als hoofdcoach had verklaard - met zijn hoge standaard van de perfectionist, dat natuurlijk wel.

Ze zijn er wel, trainers die invloed op hun team en spelers kunnen hebben, maar ze zijn altijd op de vingers van één hand te tellen geweest, zegt Van Basten. Hij vergat nooit wat Rinus Michels hem zei bij de uitreiking van zijn diploma: 'Je kunt maar een spatje veranderen of verbeteren'. Dat had Van Basten tegen op de Cruijff-revolutie bij Ajax: de pretentie, suggestie of illusie dat spelers in de jeugd anders, beter, uitzonderlijker zouden kunnen worden gemaakt.

Woensdag debuteerde Matthijs de Ligt in Ajax 1. Goed, de tegenstander, Willem II, was zwak; hij werd, zacht gezegd, niet tot het uiterste beproefd. Maar we zagen in alles een verdediger, 17 jaar nog maar, groot en sterk al - en dat in Nederland, en dat bij het spreekwoordelijk weke Ajax.

Goede voetballers, vindt uiteraard ook Van Basten, worden niet opgeleid, ze worden geboren. Doorgaans geldt hijzelf daarvoor als voorbeeld, Cruijff natuurlijk al helemaal en nog een handvol balkunstenaars van dat slag. Maar voor deze tiener, weet Van Basten, voor deze verdediger pur sang gaat dat niet minder op.

Matthijs de Ligt mag in zekere zin als een product van de Cruijff-revolutie worden beschouwd. Hij was nog niet groot toen hij in 2008 bij Ajax kwam, hoor ik van zijn eerste jeugdtrainer Peter van der Hengst. Dat hij bij de club van de kleine spelertjes binnenkwam, is daarmee niet de stijlbreuk die het nu mag lijken. In zijn groei was er in de Cruijff-lijn, gericht op het individu, specifieke aandacht voor het fysieke. Uitstekend natuurlijk, maar - vraag ik maar even namens Van Basten - zou dat elders met zo'n speler niet zijn gebeurd?

Ruud Gullit had het laatst als tv-analist over de 'wat als-vraag' - wat als we de bal kwijtraken? - en het grote belang van spelers die daarnaar voetballen. Dat kun je ook gewoon kwaliteit noemen, zei Van Basten toen ik het hem voorlegde. Je moet voelen wanneer en hoe je moet dekken, had hij net in zijn column geschreven - wanneer je moet instappen en wanneer net even niet. Dat is niet aan te leren, bedoelde hij, door geen enkele trainer.

Dat Matthijs de Ligt wordt begeleid door de vroegere voorstopper Barry Hulshoff, zal helpen - voor dat spatje van Michels. Maar wie woensdag door de wedstrijd van niks heenkeek, zag dat deze jongen dat al in zich heeft (en altijd moet hebben gehad) waarover grote voetballers spreken.

Dennis Bergkamp, stilist à la Van Basten, is al jaren gecharmeerd van deze verdediger. Je zou het de ironie van de Cruijff-revolutie kunnen noemen: de eerste echt uitzonderlijke parel is dat op een volstrekt andere manier dan voorzien door Cruijff, die evenbeeldjes van Van Basten zocht.

Je ziet voor je hoe Van Basten erom glimlacht - helemaal als hij hoort dat jeugdtrainer Van der Hengst er nog aan twijfelde of hij hem zou aannemen, het kleine en stevige mannetje dat in zijn testtoernooi puffend om een wissel had moeten vragen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden