Review

Wat Tieges beoefent, is de kunst van het omschrijven

Wouter Donath Tieges: Maanzaad. Contact, Amsterdam; 254 blz. - ¿ 36,90.

Boeken die duidelijk beïnvloed zijn door de traditie van het Duitse expressionisme (Tieges studeerde dan ook Duitse taal- en letterkunde) en waarover zulke schrijvers als Franz Kafka, Robert Musil en Alfred Döblin peet stonden. Grote schrijvers weliswaar maar ook met weinig zichtbare navolgers in de Nederlandse literatuur. Tieges bleef dan ook een eenling met een klein, merkwaardig oeuvre.

Dat gold ook voor zijn dichtbundel 'Witte adel' die in 1991 verscheen en die duidelijk de sporen verried van intensieve lezing van Paul Celan; deze bleef ten onrechte vrijwel onopgemerkt. Vlak voor zijn dood leverde Tieges het manuscript in van een roman, 'Maanzaad', met in de hoofdrol zijn eigen chronische nierziekte. Het is geen autobiografische roman, verre van dat, maar Tieges grijpt zijn eigen kwaal aan om zijn literaire hoofdpersoon, Eddy Maanzaad, in het zicht van de dood op het leven te laten terugkijken.

Dat gebeurt niet chronologisch maar op een prismatische manier, zoals ook in Tieges' vroegere boeken nooit de anekdotiek zelf op de voorgrond stond maar altijd de veelkleurige manier van vertellen. In het begin van 'Maanzaad' geeft hij zo'n beetje zijn artistiek credo als hij schrijft:

“Ten slotte, dagboek, kom ik erachter dat als ik kunst maken wil, ik die van mijn leven zal moeten maken. Het is het enige wat een mens heeft. Van alles zou ik kunnen duimzuigen maar mijn handen wapperen het beeld weg. Ik weet niet beter. Kunst wordt ergens van gemaakt want alles komt ergens vandaan.” Zo schrijft Tieges wat hij elders noemt: true fiction.

Eddy Maanzaad heeft zijn hele leven met zijn nieren getobd en is op die manier een jeugd van gewone Hollandse jongen misgelopen. Als hij volwassen is komt er plotseling een donornier beschikbaar die hem in staat stelt tot een min of meer normaal leven. Het besef dat hij opeens een toekomst heeft doet hem juist in het verleden duiken en het resultaat is een waaier aan herinneringen en verhalen van vroeger. De ziekte als muze.

Vertrouwd én vervreemdend, dat zijn de begrippen die je op Tieges' literatuur kunt toepassen. Hij heeft iets van een verteller die zijn lezer rondleidt in de jaren vijftig, in het kantoorleven van nu, op vakanties in Italië, maar tegelijkertijd is zijn verslag er een van opperste verbeelding en fantasie, van taalplezier en besef dat je de werkelijkheid nooit precies kunt beschrijven.

Wat Tieges beoefent is de kunst van het omschrijven of zoals hij het na Maanzaads niertransplantatie formuleert: “Zelfs al was het een ervaring: wat ons echt na aan het hart ligt kun je in het gunstigste geval omschrijven, en dat betekent heel letterlijk: je schrijft eromheen. Omsingelt het. Je doet uitspraken die nooit behelzen wat we echt hebben beleefd: dat blijft onzegbaar.”

Juist dat bewustzijn dat de waarheid niet precies valt uit te drukken geeft Tieges de vrijheid in zijn eigen hoofd rond te kijken, zichzelf te ondervragen. Bijvoorbeeld waarom hij zo door 'Het boek der rusteloosheid' van de Portugese schrijver Fernando Pessoa wordt gefrappeerd:

“Op een dag een eindweegs kiest hij 'Het boek der rusteloosheid' om aan lezen niet toe te komen. Waarom? Een andere reden die kan worden bedacht is: ter verrijking van zijn aard. Of, met andere woorden, ter uitdieping van de tragiek. Of zijn dat twee verschillende redenen? Zijn dit twee aparte vragen? Zijn het wel vragen? Of is het schijnheiligheid? Is er bij het heerschap dat opportunistisch luistert naar deze namen, sprake van gemakzucht? En als dit waarachtige, lastige vragen zijn: wie stelt ze? Dat dit verhaal een essay zou zijn, werd al geopperd, maar is het daarom een slalom over het hele veld, uitsloverij omdat er nu eenmaal wordt gegokt op een doelpunt voor de annalen, om in te lijsten: de bekroning? Poging tot autobiografie, vereenzelviging, beeld van de werkelijkheid?”

Wie overigens denkt dat Maanzaad voornamelijk uit zulke literaire en poëticale uitspraken bestaat, zit ernaast. Er komen kostelijke passages in voor over bijvoorbeeld de liefde voor het voetbal, het leven van een brekebeentje in de jaren vijftig die van zijn ouders een fiets krijgt maar niet de fiets die hij zich gewenst had. En het laatste hoofdstuk bevat een fantastisch ironische beschrijving van iemand die op het kantoor waar hij werkt langzamerhand uitgerangeerd raakt, een 'sta-in-de-weg voor de Ikea-generatie' wordt en met de Vut gaat, niet dan nadat hij nog eventjes verliefd wordt op een uitzendkracht.

Misschien is dat nog wel het meest frappante in 'Maanzaad', dat Tieges, in het aangezicht van zijn ontijdige dood, zo'n meeslepend schrijfplezier ontwikkelt, alsof het bedrijven van de literatuur zijn voornaamste medicijn is. 'Maanzaad' is een soms pijnlijk, soms ook hilarisch gewetensonderzoek van iemand die zichzelf onder de loep neemt en al diagnosticerend de complexiteit van zijn bevindingen intact laat. Als je het leest zou je wensen dat Tieges het niet bij zo'n klein oeuvre had gelaten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden