Wat te doen tegen radicalisering? Optreden, theedrinken of allebei?

Politici zien dat het gevaar van extremisme vooral gevoelsmatig dichterbij komt. 'En dat maakt het nog bedreigender.'

Na een maand waarin politici over elkaar heen buitelden met plannen om het djihadisme in Nederland een halt toe te roepen, stemde de ministerraad gisteren vlotjes in met een actieplan tegen radicalisering.

Vragen van tien jaar geleden komen terug. Hoe moeten we omgaan met Nederlanders die zo boos zijn op de westerse samenleving dat ze die het liefst ten gronde richten? Hoe verhouden de vrijheden van een open democratie zich met het bestrijden van extremisme?

Kan de politiek iets doen tegen radicalisering?

Absoluut en dat moet ze ook, zegt Sybrand Buma. De CDA-fractievoorzitter is blij met het actieplan, maar dat mag wat hem betreft nog wel een stuk verder gaan. Hij wil dat er wordt ingegrepen vóórdat iemand radicaliseert. Hij is niet bang dat daarmee de vrijheid van meningsuiting wordt aangetast. "Het ontwikkelen van radicale gedachten heeft daar niets mee te maken. Iedere maatregel om geweld te voorkomen is een inbreuk op de vrijheid. Dat is niet erg."

Alexander Pechtold vindt het juist ontzettend belangrijk dat mensen zich kunnen uiten. Dat ze de straat op kunnen gaan om woede te tonen, daar zijn demonstraties voor. Dat er een gevoel van onveiligheid en onzekerheid ontstaat na een zomer vol oorlogen die steeds dichterbij komen, snapt de D66-fractievoorzitter heel goed. "Maar dat hoort bij een open democratie en een open economie." De overheid moet zorgen dat de veiligheidsdienst en defensie op orde zijn, maar de politiek kan het integratievraagstuk niet oplossen.

Het is volgens de D66'er beter om te beseffen dat er altijd onveiligheid is. Dat hoort bij een open economie. Het is beter om dat te beseffen dan loos om harde maatregelen roepen. "We hebben al een hele goede Grondwet en een goed strafrecht."

ChristenUnie-fractievoorzitter Arie Slob ziet een belangrijke rol voor de politiek, met repressie én preventie. Hij betreurt het dat expertise op het gebied van radicalisering uit de steden is verdwenen. "Theedrinken in de Schilderswijk, dat vonden we een beetje soft, maar dat is het natuurlijk niet. Het gaat erom dat wijkagenten en jongerenwerkers een netwerk opbouwen om erachter te komen wat er leeft. Van die aanpak is weinig overgebleven.

"Ik heb de indruk dat de maatschappelijke discussie zich richt op de vraag: hoe hard kunnen we terugslaan? Maar als je niet dichtbij de mensen blijft staan, verdwijnen veel mensen van de radar en loop je extra risico's."

Zijn we in het radicaliseringsdebat terug bij tien jaar geleden?

De drie fractievoorzitters waren allemaal al actief in politiek Den Haag ten tijde van de moord op Van Gogh in 2004. Of ze een déjà vu-gevoel hebben? "Net als in 2001 en 2004 maakt dit veel los", zegt Slob. "Maar het gaat nu niet om één incident. Om een vliegtuig dat zich in een toren boort of iemand die met een mes in zijn lichaam op straat ligt. Dit is zo ontzettend groot en ongrijpbaar."

Buma vindt de dreiging anders dan toen hij acht jaar geleden zelf ook al met een actieplan tegen radicalisering kwam. Mede omdat het gevaar van meer kanten komt. "Wie had toen gedacht dat Rusland een dreiging zou zijn? En de zuidgrenzen van Europa met Libië en Egypte? Het is echt veel omvangrijker. Het gaat nu om een nieuwe generatie. Een deel van hen is afgereisd en heeft ervaring opgedaan in het uitoefenen van terreur. Naar Afghanistan en Pakistan reisde slechts een enkele Nederlandse djihadist."

Volgens Pechtold zijn we na tien jaar debat murw geworden. "Dat een vicepremier het woord haatimam in de mond neemt (dat deed Asscher maandag in een interview in De Telegraaf, red.) toont dat aan. Daarmee neem je de terminologie van Wilders over. Ik ga het toch ook niet hebben over pedopriesters?"

Buma, Pechtold en Slob zien vooral dat het gevaar gevoelsmatig dichterbij komt. "Dat maakt het nog bedreigender", zegt Slob. "Als ik jongeren in de Schilderswijk met IS-vlaggen op straat zie zwaaien of Tofik Dibi (oud-Kamerlid van GroenLinks, red.) aangeeft dat hij ook een soort radicalisering ervaart, gaan de alarmbellen bij mij wel af. Dibi, die is nota bene een collega van ons geweest."

Het komt nu allemaal heel dichtbij, signaleert ook Pechtold. De oorlog in Oekraïne heeft Nederland geraakt, de strijd in Gaza roept reacties op in Nederland, IS kan op sympathie rekenen. "Die terreurdreigingen zijn knipperlichten, ze komen steeds terug. En ze zullen ons nog lang achtervolgen. Dat is niet heel anders dan tien jaar geleden. Maar bijvoorbeeld zo'n moord op journalist James Foley komt heel hard binnen. De treinkaping door Molukkers in De Punt in de jaren zeventig was ook heftig, maar daar was alleen een korrelige foto van. Nu is het bijna moedeloosmakend door de nabijheid."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden