column

Wat te doen met een huis vol kennis?

null Beeld Jorgen Caris
Beeld Jorgen Caris

Goed nieuws voor wie met vergeetachtigheid kampt. Nijmeegse onderzoekers hebben ontdekt dat met wat training het herinneringsvermogen spectaculair kan worden verbeterd, zo meldde deze krant. 

Tover jezelf een denkbeeldige ruimte voor ogen (een huis, een kamer, een paleis desnoods) en geef alles wat je onthouden wilt daarin een specifieke plaats. Wil je het later weer opdiepen, dan hoef je alleen maar terug te gaan naar dat huis of die kamer. Daar vind je wat je zoekt waar je het hebt neergelegd: op de denkbeeldige vensterbank, bij de sofa of desnoods in het keukenkastje.

Die ‘loci-methode’ schijnt fantastisch te werken. De Nijmeegse onderzoekers hebben het nagemeten en constateerden meer dan honderd procent geheugenwinst. Eén ding vergat het artikel er echter bij te zeggen. Die techniek is al eeuwenoud. De Grieken en Romeinen maakten er gebruik van, en in de Renaissance kwam ze opnieuw tot grote bloei. Halverwege de jaren zestig schreef de Engelse historica Frances Yates er het standaardwerk ‘The Art of Memory’ over. In 1988 verscheen het in een Nederlandse vertaling onder de titel ‘De geheugenkunst’.

Chinese staatsbestel

Of ik de herinnering aan dat boek zelf volgens de ‘loci-methode’ had opgeslagen, weet ik niet. Wel weet ik dat ik vlak ‘daarnaast’ een ander boek in mijn geestelijke archief terugvond. ‘Het geheugenpaleis van Matteo Ricci’ van de Engels-Amerikaanse sinoloog Jonathan Spence verscheen in Nederland net één jaar voor het boek van Yates.

Spence vertelt daarin hoe een Italiaanse jezuïet aan het eind van de zestiende eeuw in China furore kon maken met deze bijna onfeilbare geheugentechniek. Dat succes had hij vooral aan het Chinese staatsbestel te danken. Wie er als ambtenaar carrière wilde maken, moest een eindeloze reeks examens afleggen waarbij parate kennis onontbeerlijk was. Ricci’s geheugentechniek kwam als geroepen. Hij palmde er moeiteloos de Chinese bestuurlijke en intellectuele elite mee in.

Ironisch genoeg was die techniek in Europa inmiddels in diskrediet geraakt, zo schrijft Spence. ‘Religieuze denkers als Erasmus en Melanchton waren van mening dat deze geheugensystemen dateerden uit lang vervlogen tijden, toen monniken nog aan bijgeloof deden, en zij vonden dat ze geen praktisch nut hadden.’ Volgens de Duitse geleerde Cornelius Agrippa nodigde de geheugenkunst alleen maar uit tot ijdel gepronk met losse weetjes en schijnbare geleerdheid. ‘Het kenmerkt een schaamteloos mens,’ zo schreef hij, ‘om in het openbaar, zoals kooplieden doen met hun waar, de studie van zovele dingen te etaleren, terwijl ondertussen het huis leegstaat.’

Stampwerk

Dat doet in mijn geheugen een belletje rinkelen. Ook in de jaren zestig en zeventig hadden pedagogen en onderwijskundigen weinig goede woorden over voor het ‘stampwerk’ waarmee leerlingen kort daarvoor nog geteisterd werden. Helemaal ongelijk hadden zij niet. Wie de geslachtslijst van de graven van Holland wilde weten, sloeg beter een encyclopedie op dan het ezelsbruggetje te reciteren dat ik ooit uit mond van een tante had gehoord: ‘Dikke, dikke Arnulf, dikke dikke Flo…’ - viermaal Dirk en een Floris aan het eind.

Veel zin had die kennis niet, behalve misschien dat je er juist een goede geheugentraining door kreeg. In de jaren zeventig sloeg het ‘encyclopedisme’ naar het andere uiterste door. Waarom überhaupt nog feiten kennen, wanneer je die net zo goed kon achterhalen volgens de standaard-formule van een populaire tv-quiz uit die tijd: ‘Dat zoeken we op’? Een paar decennia later was het papieren naslagwerk vervangen door wikipedia en de i-pad, maar parate kennis bleef een ondergeschoven kindje.

Zou het Nijmeegse onderzoek naar de aloude ‘mnemotechniek’ op een omslag duiden? Als dat zo is, dan werd het hoog tijd. Want veel stampwerk mocht dan zinloos zijn, zonder een basisrepertoire van feitenkennis kom je in de wereld niet ver. Wie álles in een encyclo- of wikipedia moet opzoeken, zoekt al snel helemaal niets meer op. Verlangen naar onbekende feiten kan alleen bestaan dankzij een fikse humuslaag van wat stevig in ons geheugen verankerd zit. Alleen wie weet kan verwonderd zijn over wat hij nog niet weet – maar helaas weten we bij voorbaat niet wélke kennis ons op onbekende sporen en nieuwe invallen brengt.

Daarom is het zinloos te vragen naar het nut van al die opgeslagen stukjes kennis. En moet het onderwijs daarop net zo min beknibbelen als op het aanleren van de gewoonte zoveel mogelijk daarvan te verzamelen. Nieuwsgierig zijn, vragen stellen, lezen en leren onthouden: alleen dat behoedt ons voor de bekrompenheid van een wereld zonder parate kennis, waarin zelfs de geheugentechniek haar eigen geschiedenis vergeet.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden