Wat taal wel niet kan!

Een goed kindergedicht geeft geen antwoorden

Het is verdraaid lastig om uit te maken wat nu eigenlijk poëzie is en wat niet. Want gedichten kunnen zich bijzonder goed verkleden. Soms zie je ze keurig in pak, strak vier bij vier, drie bij drie, soms in het nonchalante vrije vers. De ene keer spreken ze in rijmende volzinnen, dan weer mompelen ze zonder regelafbreking aan één stuk door alsof het proza is. Maar als de vraag 'wat is poëzie' al moeilijk te beantwoorden is - het dichtst in de buurt komt misschien Komrij's 'poëzie is geluk' - hoe dan in vredesnaam ook nog onderscheid te maken tussen poëzie voor volwassenen en voor kinderen?

Gelukkig trekken dichters zich weinig van die vraag aan, de bloemlezers Hans en Monique Hagen ook niet. Alweer geruime tijd geleden verscheen hun verzameling gedichten over taal 'Ik zoek een woord'. De bundel werd deze zomer bekroond met een Zilveren Griffel en maakt de komende Kinderboekenweek kans op een Griffel van goud.

In deze bloemlezing is, zoals de samenstellers zeggen, 'de taal zelf aan het woord'. Want zoals hout het materiaal is van de timmerman, moet de dichter het met woorden doen. 'Ik zoek een woord' brengt een vrolijk amalgaam van klassiek en onbekend, zowel kinder- als volwassenendichters zijn vertegenwoordigd. Paul van Ostaijen en Kurt Schwitters paraderen naast Joke van Leeuwen, Drs. P gaat hand in hand met Martinus Nijhoff en Erik van Os. Jammer is dat dichters als Eva Gerlach en Jaap Robben, die ongeveer alles met woorden kunnen doen wat ze willen, níet in deze bloemlezing te vinden zijn, terwijl Toon Hermans met vier gedichten misschien wat oververtegenwoordigd is.

Een goed (kinder)gedicht werpt vragen op, meer dan dat het antwoorden geeft. Wat gebeurt er bijvoorbeeld met woorden die iemand in het zand aan zee schrijft, vraagt Edward van de Vendel zich af. Komt daar ooit een antwoord op? "Legt de zee met elke golf / een nieuwe bladzij / voor me neer?" Deze prikkelende gedachte is te vinden in het gedicht 'Brief', dat werd geselecteerd voor de bloemlezing. Voor zijn bundel 'Ik juich voor jou' - met heerlijke illustraties van Wolf Erlbruch - ontving Van de Vendel in juni een Vlag en Wimpel. Deze sportgedichten gaan vaak uit van een aardig idee: sporten bomen ook? Of: een juichdag voor verliezers. Maar de taal is minder fijn geslepen, het rommelt soms wat in de regels.

Anders is dat weer bij de piepkleine versjes waarvoor Gil vander Heyden een Zilveren Griffel uitgereikt kreeg. 'Kleine stemmen' heet de bundel met korte gedichtjes, over bang zijn in het donker, verliefdheid, opa's en oma's en dieren. Van der Heyden weet de kinderlijke verwondering - die volwassenen zo graag willen vasthouden - vaak met een paar voorzichtige woorden te vangen. "Sneeuw is regen / die het koud heeft, / druppels / met een jasje aan." Wat een dichter al niet met taal kan doen.

Ik zoek een woord. Samenstelling Hans en Monique Hagen. Met illustraties van Deborah van der Schaaf. Querido; 192 blz. euro 19,95

Edward van de Vendel: Ik juich voor jou. Met illustraties van Wolf Erlbruch. Querido; 48 blz. euro 10

Gil vander Heyden: Kleine stemmen. Met tekeningen van André Sollie. Clavis; 44 blz. euro 14,95

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden