Déjà vu

Wat spek op de ribben was een bewijs van toegenomen rijkdom

Beeld ANP XTRA

Het lengteverschil tussen Nederlandse kinderen uit de lagere en de hogere klassen bedroeg begin twintigste eeuw zo'n vijf tot acht centimeter. Zo'n vijftig jaar later was dat nog maar hooguit één centimeter, vaak niet eens de helft. 

Een mooie ontwikkeling, vond Piet Muntendam, directeur-generaal volksgezondheid op het ministerie van sociale zaken en volksgezondheid.

Hij liet het tijdens een toespraak op 7 april 1957, Wereldgezondheidsdag, niet bij deze verheugende constatering. De hoge ambtenaar van sociaaldemocratische huize, in de jaren twintig begonnen als dorpsdokter in het armste deel van Drenthe, zag evengoed de gevaren van de almaar toenemende welvaart. Te veel eten, een overdaad aan vetten en koolhydraten, kon bij kinderen al op korte termijn tot schadelijke gezondheidseffecten leiden. En hadden ze nu nog nergens last van, dan kwam dat later wel. Hart- en vaatkwalen werden geregeld afgedaan als een managersziekte, maar al bij vijftienjarigen nam de sterfte aan dat soort aandoeningen toe.

De wereldwijde vertienvoudiging van het aantal obese kinderen in veertig jaar tijd, die de wereldgezondheidsorganisatie WHO deze week meldde, kon Muntendam in 1957 nog niet voorzien. Hij was sowieso voorzichtig. Hoe groot de betekenis van de overvoeding was, kon bij de toenmalige stand van de wetenschap nog niet worden vastgesteld, constateerde de directeur-generaal. Maar de al bekende onderzoeken waren alarmerend. 

Aanpak vergde een omslag in het denken. De medische stand loste tot dan vooral gezondheidsproblemen op. Preventie, zoals kritisch kijken naar eetpatronen, was betrekkelijk nieuw. Ouders die het zelf stukken minder hadden gehad, gunden hun kinderen een minder armoedig leven. Wat extra spek op de ribben was een mooi bewijs van de nieuw verworven rijkdom. "De voedingsgewoonten in ons land worden steeds slechter", waarschuwde staatssecretaris van volksgezondheid Louis Bartels (KVP) zes jaar later. Het kabinet hoopte er wat aan te doen door 60.000 gulden ter beschikking te stellen voor diëtisten bij de kruisverenigingen. Die konden zorgen voor verstandige voorlichting in het allereerste stadium.

Extra kilo's kwamen later 

Veel hielp het niet. Eind jaren zestig kregen kinderen al vijftig tot honderd procent te veel vet binnen. Overgewicht was bij kinderen onder de twaalf nog nauwelijks een probleem. De extra kilo's kwamen meestal later. Pubers pakten thuis hun maaltijden en tussendoortjes mee en zetten zakgeld en bijverdiensten nogal eens om in zoetigheid en snacks, zagen onderzoekers.

"Ik geloof dat kinderen en jonge mensen meer schade lijden van veel patates frites, koekjes, kroketten en gehaktballen uit snackbars en automaten", constateerde de Wageningse hoogleraar voedingsleer Cees den Hartog in 1970. Velen zagen nog steeds het probleem niet: "Ieder heeft het gevoel dat het vroeger veel erger was, toen de kinderen reuzel op het brood kregen. Dat is beslist niet waar."

Weinigen echt gealarmeerd 

Buiten medische en wetenschappelijke kringen waren weinigen echt gealarmeerd. Ja, in Amerika daar werden de kinderen steeds zwaarder. In Nederland zou het zo'n vaart niet lopen. De grafieken hielden echter hun opwaartse lijn vast. Volwassenen én kinderen werden zwaarder.

In 2003 vond de Gezondheidsraad dat ze stelde dat overgewicht in Nederland epidemische vormen had aangenomen. Vier op de tien volwassenen waren destijds te dik, net als een op de zeven kinderen. De Gezondheidsraad maakte zich vooral zorgen over de stijging van het aantal te zware peuters en kinderen.

Volgens cijfers van het CBS is het aantal Nederlandse kinderen met overgewicht sindsdien maar heel licht gestegen. Het aantal jeugdigen met ernstig overgewicht is zelfs ietsje afgenomen. Volwassenen werden wel zwaarder. Meer dan de helft van hen is te dik. Het aantal mensen met matig overgewicht bleef nagenoeg gelijk. De groei zat hem in de mensen met ernstig overgewicht.

Lees hier meer afleveringen van Déjà Vu

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden