Wat schieten de promovendi ermee op?

JEANNINE JULEN; PETRA VISSERS

Fieke Visser (24) had waarschijnlijk met minder ook wel genoegen genomen. "Ach, die arbeidsongeschiktheidsverzekering is minder van belang als ik er onderzoeksvrijheid voor terugkrijg. Ik ben toch nooit ziek." Zij krijgt geen salaris, maar een beurs, van 1700 euro in de maand. Een gewone promovendus start weliswaar met hetzelfde bedrag maar groeit door naar ruim 2000 euro en krijgt bovendien vakantiegeld, een eindejaarsuitkering en pensioenopbouw.

Met haar ouders had ze nog besproken of het verstandig is om onder deze voorwaarden een proefschrift te schrijven. Maar Visser had ook die andere sollicitatie nog in het achterhoofd. Bij het NWO Research Talent Program solliciteerden 229 kandidaten op vijf functies. Vissers onderzoeksvoorstel werd beoordeeld als 'zeer goed', maar de volgende ronde haalde ze niet. "Dan ga je afwegen. Als streven naar een positie als werknemerpromovendus betekent dat ik waarschijnlijk helemaal geen onderzoek kan doen, heb ik liever wat minder salaris."

Dat tekort aan plekken voor promovendi is een van de redenen waarom de RUG het experiment van minister Bussemaker van onderwijs aangreep om promotiestudenten aan te stellen. Decaan Lou de Leij van de Graduate School in Groningen, vindt: Nederland heeft meer promovendi nodig. Op de Europese ranglijst reikt Nederland niet verder dan het midden. Eén procent van alle gepromoveerden in de wereld is hier opgeleid. Te weinig voor een land dat wetenschap en innovatie belangrijk vindt, is zijn stellige overtuiging.

Buitenlandse promovendi

Middenmoter? Het aantal promovendi is in zestien jaar verdubbeld. Maar, zegt De Leij, "dat is voornamelijk te danken aan de instroom van buitenlandse promovendi. Zodra zij terugkeren, verdwijnt hun kennis uit Nederland." De decaan voorziet de komende jaren een daling van het aantal promovendi omdat er steeds minder wordt geïnvesteerd in wetenschappelijk onderzoek. Die knauw voor de kenniseconomie wil de RUG vóór zijn door promotiestudenten aan te stellen. Die zijn goedkoper, dus kunnen er meer worden aangesteld.

Toch is de vraag: kan een universiteit promovendi degraderen van werknemer naar student? Ja, zegt minister Bussemaker sinds begin dit jaar. Een promotiestudent volgt colleges, heeft de vrijheid om zelf te bepalen waar zijn proefschrift over gaat, hoeft geen onderwijs te geven en hoeft al helemaal geen werkopdrachten van zijn promotor te accepteren. Allemaal tekenen dat de universiteit geen gezag kan uitoefenen op de promotiestudent; er kan dus geen sprake zijn van een arbeidsrelatie, stelt de minister.

Gerdin Boelens, arbeidsrechtadvocaat bij Capra Advocaten, zet er zijn vraagtekens bij. Wat op papier geen gezagsverhouding lijkt, kan in de praktijk anders uitpakken, zegt hij. "In hoeverre voert een afgestudeerde van 22 jaar zijn een promotieonderzoek helemaal zelf uit? Vaak heeft de promotor een behoorlijke vinger in de pap, omdat promovendi net beginnen als wetenschappelijk onderzoeker." Daarnaast wil het volgen van onderwijs niet zeggen dat iemand geen werknemer kan zijn, benadrukt Boelens. Neem een advocaatstagiair of een trainee bij een groot bedrijf. Die volgen allebei onderwijs, maar hebben wel een arbeidsovereenkomst.

Moeilijk aan de kwestie in Groningen vindt Boelens ook dat promotiestudenten geen collegegeld betalen, maar wel een beurs ontvangen waar de loonkostenbelastingen en sociale premies al van afgetrokken zijn. "Dat wijst er op dat ze juist geen student zijn." Zijn conclusie: "Het is alsof de universiteit dacht: deze promovendi mogen geen werknemer zijn, dus gaan we op zoek naar argumenten die naar dat doel leiden." Blijkt de praktijk af te wijken van de formulering op papier, dan kan de rechter een promotiestudent in het gelijk stellen als hij een arbeidsovereenkomst eist.

Jaren 80

Marije Schneider, arbeidsrechtadvocaat bij Pels Rijcken, denkt er hetzelfde over. Maar, zegt ze ook: de vraag is of deze studenten een kans hadden gehad om te promoveren als ze niet waren aangesteld als promotiestudent. Die vraag brengt Ingrid Molema, hoogleraar Levenswetenschappen, terug naar de jaren tachtig toen ze als assistent in opleiding (aio) promoveerde. Toen al stapten aio's naar de rechter vanwege slechte arbeidsvoorwaarden. 'Er zitten voors en tegens aan. Ik verdiende 1200 gulden per maand en zat naast iemand die een jaar eerder was begonnen en 1900 gulden kreeg. Maar was ik niet gekort, dan had ik niet de kans gekregen te doen wat ik leuk vind."

Maakt die enorme aanwas aan promotiestudenten die de RUG nu opleidt wel kans op de overbevolkte academische arbeidsmarkt met 40 procent aan flexibele krachten? Als vormgever van de zogeheten Career Perspectives Leerlijn boog Molema zich over deze vraag. Haar antwoord: zeker wel. Dat zo'n 70 procent van de promovendi als academicus afhaakt, komt niet alleen door een gebrek aan arbeidsplaatsen, maar vooral door een gebrek aan interesse om uiteindelijk hoogleraar te worden. De RUG wil deze groep zo goed mogelijk klaarstomen voor functies buiten de academie, wat de kenniseconomie weer ten goede komt.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden