WAT SARTRE NOG WEL MOCHT, IS AAN RAPPERS VERBODEN

Le Point, 23/11, 18 francs. The World in 1997, uitg. The Economist; 130 blz. - ¿ 17,50.

Letterlijk betekent nique ta mère 'naai je moeder'. Men zoeke daar geen oproep tot bloedschande achter. Het is, onder de fans van NTM, een scabreus equivalent van 'rot op' of 'krijg de klere'. Die fans zijn merendeels beurs, allochtone jongeren wier ouders opgroeiden in Noord-Afrika. Hun sociaal-economische situatie laat zich, in een idioom à la NTM, het best typeren als superklote. Vele beurs reageren daarop met nihilistische woede. Hieraan stem te geven, is de voornaamste functie van de rappers van NTM, van wier jongste album, Paris sous les bombes, 260 000 exemplaren zijn verkocht.

De ondankbare rol van stootblok tussen de gesettelde burgerij en deze schare van gefrustreerde kansarmen vervult de politie. Welke mensonterende risico's ze loopt, bleek enkele weken geleden in de RER, de Parijse expresmetro. Een groepje raddraaiers uit een buitenwijk wilde een vrouw van haar geld beroven. In haar tas bleek ook het uniform van een politieagente te zitten. Ze werd meteen meermalen verkracht.

Op de politie zijn ook de NTM'ers gebeten. In een van hun nummers rappen ze: “Geef me kogels voor de gemeentepolitie, geef me een flingue ('spuit, vuurwapen')”. Dat kon er blijkbaar nog mee door. Wat de politie niet pikte, was een gelegenheidstekst waarmee twee van de NTM'ers vorig jaar de agenten beledigden die zich bij een van hun concerten in de zaal ophielden. Een citaat: “Ik pis op de justitie. De politie, dat zijn fascisten. Ze zijn meestal met z'n drieën. (. . .) Ze staan vlakbij, achter jullie bij de ingang. Die lui zijn een gevaar voor onze vrijheden. We pissen tegen ze aan.”

Het concert was georganiseerd als protest tegen een verkiezingszege van het evenmin koosjere Front National (FN) in Toulon. Daar regeert, en hoe, sinds vorig jaar een burgemeester van deze xenofobe partij, Jean-Marie Le Chevallier. In Toulon ook werden deze maand de twee rappers veroordeeld, en wel door een ex-commissaris van politie, thans lid van een stedelijke magistratuur die volgens de krant Libération evenmin van FN-smetten vrij is.

De straf, het maximum dat de wet toestaat, lokte in de pers een discussie uit die veel wegheeft van een nationaal debat. Libération wijdde er de volgende dag zijn eerste drie pagina's aan; het weekblad Le Point van vorige week zaterdag een stuk of tien. Het regende uitspraken van politici die het vonnis kritiseerden, onderschreven of zich met een omhaal van woorden op de vlakte hielden.

In Le Point wil huisfilosoof Bernard-Henri Lévy het verbale geweld van NTM niet goedpraten, hoeveel aanleiding de misère in de banlieues (de randgemeenten en buitenwijken van grote steden, waar de meeste beurs wonen) er ook toe geeft. Maar erger vindt hij toch dat - als het vonnis in hoger beroep wordt bekrachtigd - “tegen kunstenaars het arsenaal van de zwaarste onderdrukking wordt ingezet”. Met kennelijk heimwee herinnert Lèvy zich de jaren zeventig. Toen konden, zonder dat iemand ingreep, Sartre en Foucault in maoïstische kranten de Franse ME nog uitschelden voor SS'ers en ervan dromen dat werkgevers 'aan hun kloten opgehangen' werden.

De redactie van Le Point zelf reageert wat scherpzinniger. Ook zij geeft toe dat je maar niet alles kunt uitkramen in een land “waar het sociale weefsel zo zwaar beschadigd is dat het salvo's van scheldwoorden niet langer kan verstikken”. Haar heftigste kritiek geldt echter de politici die met mooie woorden in het gevlij trachten te komen bij de werkloze en anderszins misdeelde jeugd van de banlieues, maar verder weinig of niets doen om de positie van deze 'buitengeslotenen' te verbeteren.

Voor het eerst in zijn geschiedenis, meent Le Point, beleeft Frankrijk een sociale crisis met een raciale, etnische en culturele inslag. Juridische maatregelen schieten hier volstrekt te kort. Je krijgt er absoluut geen vat mee op jongeren wie het geen zak kan schelen of ze zich nog juist binnen dan wel buiten de grenzen van de wet bewegen. Het recht kan de afwezigheid van een politiek beleid niet compenseren.

Daarom heeft Le Point ook weinig op met een wetsontwerp van minister van justitie Toubon, die meer juridische wapens wil kunnen inzetten tegen de verbreiding van racistische of xenofobe ideeën. Met de indiening ervan speelde Toubon in op de wijd verbreide verontwaardiging over een uitspraak van Jean-Marie Le Pen. De bejaarde chef van het Front National had zich kwaad gemaakt over aanhangers van het idee dat 'alle rassen gelijk zijn'.

Le Point vindt het ontwerp niet alleen een ondoeltreffend wapen, maar maakt ook bezwaar tegen de al te ruime actieradius van de tekst. De formulering zou Obélix de mogelijkheid ontnemen om de Romeinen voor gekken uit te maken, en zelfs een de Gaulle het recht ontzeggen om de Israëliërs te kenschetsen als (historisch citaat) 'een elitevolk, zeker van zichzelf en overheersend'.

Dat het er in Frankrijk volgend jaar niet gezelliger op wordt, voorspelt The Economist in zijn traditionele vooruitblikkende special The World in . . . (1997). De buikriem-politiek van de regering - die in elk geval slank genoeg wil lííken om straks door de toegangsdeur naar het land van de euro te kunnen - verergert alleen maar de sociale misère in een land waar van elke vier potentiële werkers beneden de 25 er één geen baan heeft. De hoofdredacteur van Le Monde, Jean-Marie Colombani, kan zich niet herinneren - schrijft hij in The World in 1997 - dat ooit een jaar voor Frankrijk zo ongewis begon als straks 1997.

The Economist is vooral een blad voor mensen die, om op Thoreau te variëren, het grootste deel van hun leven gebruiken om te veel geld te verdienen. In 1997 kunnen drie miljoen aardbewoners zeggen dat hun dit aardig gelukt is. Zo hoog schat The Economist het aantal van hen die dan over liquide middelen ter waarde van meer dan 1 miljoen dollar beschikken. Voor hun snuisterijen kunnen ze onder andere terecht op Schiphol, volgens het blad op de wereldranglijst van luchthavens met top-omzetten aan belastingvrij spul genoteerd als nummer 6 (na Heathrow, Honolulu, Hong Kong, Singapore en Tokio).

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden