Wat rest Afro-Nederlandse activisten na Obama nog?

Dominee Al Sharpton (links) laat zich kritisch uit in Louisiana, waar een raciaal conflict op een school in 2007 tot spanningen leidde. Zwarte leiders uitten kritiek op de afwezigheid van toen nog presidentskandidaat Barack Obama. In Den Haag protesteren vertegenwoordigers van de Surinaamse gemeenschap (rechts) tegen de drugscontroles op Schiphol. (FOTO'S AP, ROBIN UTRECHT, ANP )

Maakt de verkiezing van Barack Obama de inspanningen van zwarte activisten in Nederland overbodig? Niet echt, zeggen Afro-Surinamers. „In Nederland zijn we nog lang niet zo ver.”

Al jaren strijdt de Amsterdamse Surinamer Glenn Codfried tegen de stalen deuren en glazen plafonds van het witte establishment. Op de populaire Surinaamse radiozender Mart behandelt hij onder meer ’de onvrede en de achtergestelde positie van Afro-Surinamers’ in Nederland.

Afro-Surinamers, zoals Codfried, zijn misschien wel het best te vergelijken met de zwarte bevolking in Amerika, die dezer dagen zo euforisch is over de verkiezing van Barack Obama. Bij zwarte mensen over de hele wereld, van Kenia tot in de Bijlmer, is er sinds 4 november grote vreugde over de eerste (half)zwarte president van de VS. Want die kleur bindt nu eenmaal.

Maar wat de Afro-Surinamers in het bijzonder gemeen hebben met de Afro-Amerikanen, is een slavernijverleden en daarbij behorende onverwerkte gevoelens van onrecht en miskenning die ze nog steeds met zich mee torsen.

Een handjevol activisten zoals Codfried vraagt daar al jaren erkenning voor. Via Radio Mart riep hij Surinamers in 2005 op de toespraak van voormalig minister Verdonk bij de onthulling van het slavernijmonument in het Amsterdamse Oosterpark te verstoren. Verdonk, die volgens de demonstranten geen historisch besef heeft omdat zij Antillianen en Surinamers tot inburgering verplichtte, hoorde daar niet. Als voorzitter van het comité ’Stop de vernedering op Schiphol’ vocht Codfried tegen de ’inhumane en respectloze’ 100 procent drugscontrole bij passagiers uit Suriname, de Nederlandse Antillen en Aruba.

Maar wat moeten zwarte activisten zoals Codfried, nu Barack Obama het hoogste ambt van Amerika en misschien wel van de wereld heeft weten te bemachtigen? Zijn nu alle kleurbarrières niet uit de weg geruimd? Ook Afro-Surinamers kunnen nu niet meer zeggen dat zij benadeeld worden vanwege hun afkomst, is een veelgehoord commentaar.

„Dat Obama de verkiezingen in Amerika heeft gewonnen, wil echt niet zeggen dat de klus hier ook is geklaard”, reageert Codfried. „Dat een fenomeen als Zwarte Piet in Nederland gemeengoed is, toont aan hoe geïnstitutionaliseerd het racisme in dit land is.” Codfried is vooral blij dat ’de superioriteitswaan van veel witte mensen’ na de verkiezing van Obama eindelijk een optater heeft gekregen. „Ze móeten nu wel erkennen dat zwarte mensen ook het intellect bezitten om zulke posten te bemannen. Dát vind ik de winst van deze verkiezing. Maar in Nederland zijn we nog lang niet zo ver dat er een zwarte man of vrouw zo’n functie zou kunnen bekleden.”

Nederland is niet klaar voor ’een Obama’, denkt ook Kenneth Renfrum. De voorzitter van Stichting Amsterdams Centrum 30 juni-1 juli, die zich bezighoudt met een nieuwe invulling van het slavernijverleden, geeft een voorbeeld uit zijn eigen leven. „Ik heb een reïntegratiebedrijf en het is wel eens voorgekomen dat ik mijn witte partner het woord heb laten doen bij een potentiële klant. Als ik me als werknemer en niet als directeur voordeed, was het makkelijker om een bepaalde opdracht binnen te halen. Racisme bestaat in Nederland.”

En Ahmed Aboutaleb dan? Die is misschien niet zwart, maar hij bewijst dat je het als etnische minderheid in Nederland toch maar mooi tot burgermeester van Rotterdam kan schoppen. „Marokkanen en Surinamers zijn niet met elkaar te vergelijken’, reageert Renfrum. „Marokkanen hebben niet de ballast van een slavernijverleden.” Dat behoeft uitleg. Renfrum: „Wij Surinamers spreken ook wel van een hebi, iets wat je tot last is. Tijdens de slavernij is door de slavenhouders opzettelijk tweedracht gezaaid onder slaven. Sommigen kregen een voorkeursbehandeling als ze zich van de groep afkeerden. Het klinkt raar, maar tot op de dag van vandaag zit de Surinaamse gemeenschap nog zo in elkaar.”

Er is weinig gemeenschapsgevoel en samenwerking, zegt Renfrum. „Waar succesvolle Marokkanen of Turken elkaar helpen aan banen of elkaar financieel ondersteunen bij het opzetten van eigen bedrijven, nemen succesvolle Surinamers vaak afstand van de gemeenschap. Dat is heel kenmerkend.”

De Afro-Surinaamse opiniemaker Fred Fitz-James ziet ook het gebrek aan cohesie als struikelblok voor de emancipatie van Afro-Nederlanders. „Daarom is het ook in Nederland tijd voor een black coalition van Afro-Surinamers, Afro-Antillianen en Afrikanen”, zegt hij. „Niet om een millitante beweging te creëren, maar juist om het engagement op gang te brengen en de groeiende, zwarte middenklasse nog meer te stimuleren.”

Discriminatie zal blijven bestaan, beaamt Fitz-James. „Maar op den duur moet je ophouden je daarmee bezig te houden en aan jezelf werken. Etaleer je kwaliteiten en denk niet in kleur, maar in doelen. Net zoals Obama.”

Obama heeft dat in zijn campagne heel slim aangepakt, vindt Renfrum. „Hij profileerde zich als hardwerkende Amerikaan, als echtgenoot en vader, maar nooit als zwarte man. Dat kunnen we van hem leren. Hoe wrang het ook klinkt, als je met een rasta en gouden tanden bij een sollicitatie aankomt, krijg je de baan niet. Dus je zult moeten geven en nemen om te komen waar je wilt zijn.”

Renfrum hoopt dat zwarte Nederlanders geïnspireerd raken door Obama. „Het feestje is gevierd, de bierflessen zijn opgeruimd, het statiegeld opgehaald en misschien dat sommigen nu denken: what’s in it for me? Blijf ik stadswacht of word ik nu eindelijk groepschef?”

Maar de verkiezing van Obama kan individuele problemen niet oplossen, waarschuwt Fitz-James. „De grote hoeveelheid alleenstaande moeders en de afwezigheid van vaders in onze gemeenschap, de achterstand in het onderwijs, dat zullen we toch echt zelf moeten oplossen.”

Codfried is niet overtuigd. Afro-centrist en ’beroepsallochtoon’ noemen sommige critici, niet zelden uit Surinaamse kring, hem vanwege zijn immer strijdvaardige houding. „Ik kan niet tegen onrecht”, zegt hij zelf. „En hoe graag we het ook ontkennen, uitsluiting van mensen vanwege hun afkomst of huidskleur is in Nederland aan de orde van de dag. En daar verandert de verkiezing van Obama niet zoveel aan.”

(Trouw)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden