Wat nu, Irak?

Politieagenten kijken werkeloos toe hoe de milities hun gang gaan. Sommige agenten zijn in het geheim zelf lid van zo'n militiegroep. Met de veiligheid in Irak is het bar slecht gesteld. En hoe het allemaal verder moet is niet duidelijk. Een reportage uit Irak, ruim een jaar na de val van Saddam.

Het politiebureau van Sadr-City is een laag helderblauw geverfd gebouw omgeven door rollen prikkeldraad. Naast de ingang houdt een jonge agent met een kalasjnikov de wacht. Hij staat tegen een stoel geleund. Het heeft niet veel om het lijf, die bescherming van de Iraakse politiemacht tegen de bomaanslagen door terroristen. Tientallen politiemensen werden de afgelopen maanden het slachtoffer van aanslagen.

Op het lege bureau binnen ligt een Koran met een blauwstoffen omslag. Daar verlaten we ons op, zeggen de agenten als wordt gevraagd hoe het hun vergaat. Maar in de loop van het gesprek openbaart zich een heel andere overlevingsstrategie. ,,Als er problemen zijn, gaan we naar huis”, zegt een lijvige man van dertig jaar die als Sadoen aangeduid wil worden.

De vier collega's naast hem op de zware stoelen beginnen te grinniken en beamen zijn verhaal. Ook wordt duidelijk dat hun loyaliteit eerder ligt bij de milities van de radicale imam Moektada al Sadr, die veel aanhangers in Sadr-City heeft, dan bij het handhaven van de orde. Of dat zo is uit angst voor represailles of uit sympathie voor de gewapende volgelingen van Moektada al Sadr, laten de agenten in het midden.

,,Ik ben agent omdat er geen ander werk is”, zegt een 24-jarige jongen met een smal gezicht die Ali heet. De politiemannen wonen in Sadr-City, een straatarm stadsdeel van zo'n drie miljoen sjiieten. Straten in de deprimerende sloppenwijk houden het midden tussen een sloperij en een vuilnisbelt. Het stinkt er doordringend naar afval en riool.

Vooral 's nachts wordt hier regelmatig gevochten. Zodra het donker wordt patrouilleren de milities in kleine groepen door de straten. Ook de Amerikaanse troepen die zich overdag nauwelijks laten zien, zijn dan actief. Beide partijen proberen de bevolking aan hun kant te houden. De Amerikaanse troepen beloven 2500 dollar uit als beloning voor informatie. De militie van Al Sadr, de Al Mehdi, doet via pamfletten een beroep op loyaliteit en dreigt degenen die met buitenlanders samenwerken te vermoorden. Verhalen over een politiemacht die zich zoveel mogelijk gedeisd houdt zijn veel te beluisteren in Irak. Ook in een aantal andere steden zien agenten meestal werkeloos toe hoe voor hun ogen milities de straten controleren. En het is een publiek geheim dat sommigen daarin een dubbelrol vervullen en zelf lid zijn van een militiegroep.

Dit is de realiteit van het beleid dat de buitenlandse coalitie onder leiding van de Amerikaan Paul Bremer een Iraakse oplossing voor een Iraaks probleem noemt. Na de val van het bewind van Saddam Hoessein in april vorig jaar werden zowel leger als politie ontbonden. Een stap die achteraf bezien door velen als een vergissing wordt beschouwd, omdat het tienduizenden gefrustreerde werkloze mannen op de been bracht die dankbare recruten bleken te zijn voor welke vorm van verzet en terrorisme dan ook.

Die beslissing werd een paar maanden later herzien. Intensieve campagnes moeten agenten werven. Overal in Bagdad hangen grote posters die de bevolking aanmoedigen om maar agent te worden. Op sommige plaatsen zijn de afbeeldingen met zwarte verf beklad.

Ook het nationale leger staat nog maar in de kinderschoenen. Hier en daar patrouilleren Iraakse manschappen te voet, begeleid door Amerikaanse troepen die vanuit hun speciale legervoertuigen, de Humvees de straten overzien. In de stad Falloedja, ten westen van Bagdad, die wekenlang werd belegerd zonder dat de guerrillagroepen verslagen werden, wordt een nieuwe formule toegepast. Een Iraakse legereenheid van zo'n 1100 man die de Fallujah Protective Army heet, moet onder leiding van een hooggeplaatste militair uit het voormalige leger van Saddam samen met Amerikaanse troepen de stad van zo'n 300 000 inwoners paciferen.

Twijfel bestaat of het plan zal werken. Een medewerker van het befaamde Britse Instituut voor Strategische Studies zei dat de eenheid van een paar duizend man die de klus moeten klaren veel te weinig is voor een plaats van die grootte. Het is een plaats waar verschillende groepen stadsguerrillero's en een onbekend aantal buitenlandse moslimstrijders actief zijn. Een deel van hen is bovendien niet bereid is tot onderhandelen.

Ook in het heilige pelgrimsoord Najaf en het nabijgelegen Koefa, waar het krioelt van de milities van Al Sadr, hebben de Amerikaanse troepen weinig invloed. Via onderhandelingen met de geestelijke leiders proberen zij tot een oplossing te komen, maar die poging lijkt ver af te staan van de agressieve sfeer onder de milities op straat.

,,Dat is waar mijn hoofdpijn vandaan komt. Ik heb die heethoofden niet onder controle”, zegt een van de sjeiks die wel bereid is tot onderhandelen met de coalitie. Sinds een week zijn er zo'n 200 Amerikaanse militairen gelegerd op de basis in Najaf, waar voorheen de Spaanse troepen verbleven. In de stad zijn ze verder niet te zien. Wie zich in de buurt waagt wordt onmiddellijk gewaarschuwd met een aantal schoten.

Hoe ernstig het veiligheidsprobleem in Irak is blijkt ook uit het grote aantal privé-bedrijven dat belast is met bewakingsdiensten. Er zijn tientallen bedrijven actief, met in totaal zo'n 15-tot 20 000 employees, afkomstig uit vele delen van de wereld, van Nepal tot Zuid-Afrika. Het zijn potige types met zware wapens die rondrijden in gepantserde wagens. Ze dragenT-shirts met opschriften van schietclubs waarvan ze in eigen land lid zijn. Ze lijken stuk voor stuk afkomstig uit een B-film. Voor zo'n duizend dollar per dag knappen zij riskante klussen op zoals het bewaken van installaties, hotels en vips, onder wie ook het hoofd van de coalitie Paul Bremer.

De privé-bewakers mengen zich zo min mogelijk onder andere buitenlanders en doen geheimzinnig over hun bezigheden. On Killing, heet het boek dat een van hen in de eetzaal van het Al Hamra hotel zit te lezen. Het gaat over de psychologische effecten van het doden van mensen of het getuige zijn daarvan. Maar ondanks al die maatregelen voelen Irakezen zich een jaar nadat president Bush de grootste gevechtshandelingen voorbij verklaarde, onveilig in hun land.

Van de aanslagen die vermoedelijk door een combinatie van ex-aanhangers van Saddam, religieuze fanatici en buitenlandse terroristen worden gepleegd zijn vooral ook Iraakse burgers het slachtoffer. Buitenlandse troepen beschermen zichzelf en hun locaties goed. De plegers van aanslagen en de militiegroepen die verzet bieden tegen de buitenlandse coalitietroepen zijn niet populair – al is er vanwege mogelijke wraak angst om dat openlijk te zeggen. Joesoef, een conciërge aan de universiteit van Koefa, moet weinig hebben van de milities die een paar meter verderop met hun geweren en granaten door de straten lopen. ,,Ik had eindelijk een goed salaris en kan een beter bestaan hebben dan onder Saddam. Dat wil ik niet kwijtraken”, zegt hij.

Ontstemd laat Joesoef de kogelgaten in de ruit van zijn kantoor zien die het gevolg zijn van een treffen een dag eerder tussen milities en Amerikaanse troepen die met hun tanks vlakbij gelegerd zijn. Het dak is op twee plaatsen vanuit de lucht onder vuur genomen.

Bij anderen wint het verzet tegen de buitenlandse troepen de laatste weken juist aan populariteit. Onder Saddam waren satellietschotels nauwelijks toegestaan, nu kijken in alle hoeken en gaten van het land Irakezen naar het nieuws dat Arabische zenders uitzenden. Continu komen de gruwelijke beelden binnen van burgers die in de opgelaaide gevechten en vooral in de bombardementen omkomen. De opnames van getroffen moskeeën wekken grote woede. De foto's van naakte gevangenen die in obscene houdingen door hun bewakers worden bespot en die al dagenlang uitgebreid te zien zijn, wakkeren de weerzin tegen de buitenlandse troepen verder aan.

Hoewel aan de authenticiteit van een aantal afbeeldingen wordt getwijfeld is het kwaad geschied. Bovendien doen via allerlei andere kanalen al langere tijd verhalen de ronde over martelingen in de detentiecentra. Voorlopig hebben de buitenlandse troepen en bestuurders niet echt een antwoord op al deze onrust. Hoe moeten zij een kentering brengen in de groeiende antistemming onder een deel van de bevolking.

Bij een militair checkpoint op de weg naar Falloedja deelt een Iraakse politieagent die met de Amerikaanse mariniers samenwerkt zoetigheid uit aan families die terugkeren naar hun huizen in deze plaats. Het lijkt een absurdistisch gebaar naar mensen die wekenlang op de Arabische tv-stations zagen hoe hun stad werd gebombardeerd en door sluipschutters onder vuur werd genomen.

Steeds meer Irakezen halen hun schouders op bij de vraag hoe de situatie valt te stabiliseren. ,,De buitenlandse troepen moeten zo snel mogelijk weg uit de steden en op korte termijn moeten ze helemaal vertrekken. Ondertussen moeten we haast maken met een machtsoverdracht aan Irakezen”, zegt Ala'a Makki, een politicus van de Iraakse Islamitische Partij. Dat eerste is voorlopig niet aan de orde, maar ook het laatste is makkelijker gezegd dan gedaan. Het overdragen van de macht aan een Iraakse interim-regering totdat er begin 2005 verkiezingen komen staat op het programma voor 30 juni. Dat gebeurt onder supervisie van de speciale VN-gezant, de Algerijn Lakhdar Brahimi.

De tijd dringt, maar het is nog steeds niet duidelijk wie er zitting zal hebben in de interim-regering en hoe die kandidaten gekozen zullen worden. Met spoed is VN-gezant Brahimi op zoek naar een kabinet van competente technocraten dat door een adviserend orgaan wordt bijgestaan. Maar hoe soeverein zijn we zolang zich een buitenlands leger op ons grondgebied bevindt en we niet het recht hebben wetten die onder Amerikaans bestuur tot stand gekomen zijn te veranderen, vragen medewerkers in het kantoor van de Islamistische Partij zich af.

Vanaf zijn positie op een viaduct staart de 27-jarige Amerikaanse marinier Jake Day naar de vettige rookpluim op de weg zo'n honderd meter verderop. De rook vanuit de met olie gevulde tankwagen is zo dik dat het aangevreten vehikel pas een uur nadat het vanuit de huizen en bomen opzij van de weg werd aangevallen, langzaam tevoorschijn komt. Zijn gedachten gaan uit naar de foto's van de gevangenen. ,,Dat gedrag is volkomen ongepast en immoreel”, zegt hij. Zijn blauwe ogen staan ontzet. Hij trekt het niet in twijfel dat er wordt gemarteld. ,,Mensen zijn mensen”, zegt hij.

Voordat hij in maart dit jaar naar Irak kwam hoorde hij over dit soort voorvallen en besprak hij met zijn collega's hoe zij dit moesten zien te voorkomen. Zijn woorden worden al snel overstemd door helikopters die overscheren op zoek naar de daders van de aanval. Zijn ogen dwalen weer af naar de tankwagen. Rondom het brandende voertuig zijn groepjes jongeren verschenen die slopen wat er maar te slopen valt. ,,Ik had geen idee wat me te wachten stond.” Even is hij stil. ,,Geen idee”, zegt hij nog een keer.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden