'Wat Nijdam in de kop heeft, zit nergens anders'

In 1961 werd Henk Nijdam uitgeroepen tot de renner van de toekomst. De coureur uit Eelderwolde was op dat moment net 26 geworden, niet bepaald een leeftijd om nog een lange, rijke loopbaan als profwielrenner tegemoet te gaan. Dat hij in zes jaar als amateur een kleine vijftig mooie koersen had gewonnen, bleef in feite onopgemerkt. Zijn wereldtitel op de baan, op de achtervolging, deed de ogen van de kenners eindelijk wijd open sperren.

Nijdam woonde in het verkeerde deel van Nederland. Groningers konden onmogelijk goed fietsen, zo heette het. Wat er talent was in dit land woonde in Noord-Brabant en Limburg. Kees Pellenaars, onder wiens leiding hij vanaf 1964 in de roemrijke Televizierploeg reed, waagde het na een indrukwekkende ritzege in de Tour de France zelfs op te merken dat hij blijer was met de tweede plaats van Jo de Haan in die etappe. Want dat was een jongen uit Huybergen, uit de buurt. Met die stugge bakkersknecht wist hij geen raad. ,,Wat Nijdam in de kop heeft zitten, zit nergens anders,'' zei 'De Pel' een keer over hem. Hij zal het wel als een compliment hebben bedoeld.

Het was overigens wel een rake typering van de renner. Nijdam ging meestal hard van start en zag dan wel waar hij uitkwam. Hij kon dat, net als later zijn zoon Jelle, lang volhouden. Door die instelling won hij veel, maar het brak hem met name in etappekoersen ook vaak op.

In 1960 trad Nijdam uit de vergetelheid. Hij werd als outsider Nederlands achtervolgingskampioen, haalde zilver op het WK en werd afgevaardigd naar de Olympische Spelen van Rome. Zijn definitieve doorbraak in 1961 kreeg ook nog eens gestalte in de Ronde van de Toekomst van dat jaar. ,,Ik was onervaren, ik had nog nooit een berg gezien'', vertelt hij in het boek 'Bravo les Hollandais' van Jeroen Wielaert. ,,Ik reed mee met iedereen, tot ik total loss was.''

Zo kon het gebeuren dat het peloton de drager van de gele trui te voet de Alpenreus Izoard zag bestijgen. ,,Ik heb de halve berg gelopen, ik kon niet anders. Ik had die ronde in mijn eigen tempo moeten rijden, dan had ik gewonnen.'' Zijn toekomst had hij niettemin veilig gesteld. Nijdam kon prof worden bij het Franse Pelforth, waar later ook Jan Janssen in dienst trad. Een schimmig type adviseerde hem echter bij Faema, voor Rik van Looy, te gaan fietsen. Dat bleek al vrij snel een verkeerde keus, ,,maar ja, ze konden me alles wijs maken.''

Faema ging eind '62 over in GBC Libertas. Van Looy moest zodoende een sterk gericht Italiaans programma rijden. In de eerste Giro-etappe (in 1963) verspeelde hij zoveel tijd, dat er niets meer te verdienen viel. Toen door een conflict tussen de Italiaanse bond en de rennersvakbond een staking dreigde, zag Van Looy kans er tussenuit te knijpen. Inplaats van de etappe te rijden, organiseerde hij een trainingsrit. Nijdam reed op kop en merkte daardoor een tegenliggende auto te laat op. Met een ernstige beenblessure en een gebroken knieschijf werd hij naar het ziekenhuis gebracht. De sponsor kapte er mee. De niet verzekerde Groninger, die inmiddels in het Noord-Brabantse Zundert was neergestreken, heeft nog steeds een half jaar salaris te goed. Zijn gezin was destijds genoodzaakt het huis 'op te eten'.

Kees Pellenaars ontpopte zich als de redder in de nood. Hij had van het omproepblad Televizier de opdracht gekregen een nieuwe Nederlandse wielerploeg te formeren. De sponsor stond een model voor ogen dat later door TI-Raleigh (Peter Post) en de Rabobank werd nagevolgd. Het blad wilde geen gesjoemel, zeker niet in de sfeer van de betalingen. In dat licht was het merkwaardig dat Pellenaars de leiding werd toevertrouwd. Hij had er net een periode van zeven jaar opzitten, waarin hij door frauduleuze handelingen niet achter het stuur van de ploegleidersauto mocht zitten. Een te substantieel deel van de rennerspremies zou hij in eigen zak hebben gestoken. Nijdam had echter niets te klagen. ,,We kwamen niets te kort, we verdienden goed.''

In het debuutjaar van de ploeg tekende hij voor het eerste grote succes. Hij won op de verjaardag van zijn ex-vrouw Lidy (27 juni 1964) op zijn manier (een ontsnapping 20 km voor het einde, op de streep hield hij vijftien seconden over) een etappe in de Ronde van Frankrijk. Voor de haat-liefdeverhouding met Pellenaars maakte het niet uit. ,,We hadden veel ruzies, maar als ik dan mijn excuses aanbood, kwam de fles drank op tafel en ging ik bijna zingend om twee uur 's nachts de deur uit.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden