ESSAY

Wat moeten we doen met de beelden van hen die van hun voetstuk gevallen zijn?

Gouverneur-generaal van Brits-Indië Henry Hardinge, terugbezorgd uit Calcutta. Beeld RV

Macht is tijdelijk. Bijna iedere dag valt er wel iemand van zijn voetstuk, mensen met een indrukwekkende carrière: een politicus, een bankier, een wetenschapper, een CEO. Het is een fenomeen van alle tijden.

Ik heb voor een onderzoek bijna 1200 ruiterbeelden van machtigen in kaart gebracht en het moet gezegd: veel van de vereeuwigde berijders zouden een proces voor het Internationaal Strafhof zeker niet ongeschonden doorstaan.

Wat moeten we met de standbeelden van al die mensen, die ooit in hoog aanzien stonden en zelfs werden vereerd, maar nu hartgrondig worden veracht, als gevolg van veranderde tijden, normen en ideeën?

Meestal werden de beelden verwijderd en vernietigd. Haal Rome zo rond het jaar 200 eens voor de geest, het Forum Romanum met zijn triomfbogen en zijn tempels, zijn beelden van goden, godinnen, veldheren en keizers, waaronder 20 ruiterstandbeelden, veelal verguld. Het moet een schitterend gezicht zijn geweest. Slechts één van die beelden overleefde: dat van Marcus Aurelius, en dat nog dankzij het misverstand dat het beeld de eerste christelijke keizer, Constantijn de Grote voorstelde.

Standbeelden kennen drie zeer kritieke momenten: revolutie, onafhankelijkheid en oorlog. Revoluties zijn vanouds gevaarlijk. Het oudste beeld in het Verenigd Koninkrijk, dat van Charles I in Londen, overleefde de burgeroorlog in 1642 maar ternauwernood, dankzij een slimme handelaar in oud ijzer, John Rivett. Die kocht het beeld eerst van aanhangers van Charles' vijand Cromwell, voor de prijs van oud ijzer, en aan de aanhangers van de koning verkocht hij vervolgens gedenkpenningen die zouden zijn gemaakt van het metaal. 

Aan de supporters van Cromwell, die blij waren met de vernietiging van het beeld, verkocht hij stukken brons, die ook afkomstig zouden zijn van het beeld. Na de val van Cromwell en het herstel van de monarchie, kwam het beeld ongeschonden en wel tevoorschijn. Charles II liet het beeld in 1675 weer neerzetten, op de plek waar Charles I in 1649 was terechtgesteld, zodat Charles I nu nog steeds uitkijkt op de plaats van zijn executie.

De Franse Revolutie betekende het einde van de koningen, die werden gezien als de verpersoonlijking van de absolute macht. Het befaamde beeld van Henri IV uit 1614 werd in 1792 verwoest, maar al in 1818 verrees er een kopie, gemaakt van het brons van twee omgesmolten beelden van Napoleon en van een van zijn generaals. Beelden van zonnekoning Louis XIV in Parijs, Montpellier en Lyon kwamen ook in de smeltoven terecht. De revolutionairen in Montpellier schijnen nog even te hebben getwijfeld of ze het paard ook moesten omsmelten. Het arme dier kon er toch ook niets >> aan doen dat het een tiran had moeten dragen.

In Spanje werd in 2007 een wet van kracht, op grond waarvan alle beelden van dictator Franco uit de publieke ruimte dienden te verdwijnen. Maar vernietigd werden ze niet. Ik heb goede reden om aan te nemen dat de beelden veilig en wel zijn opgeborgen, waarschijnlijk op kazerneterreinen.

Louis Botha, eerste premier van Zuid-Afrika, staat nog overeind in Kaapstad. Beeld AP

Ook in Rusland eiste de revolutie haar tol. Vele beelden van de verafschuwde tsaren werden vernietigd. Gelukkig gebeurde dat niet met het ruiterstandbeeld van Peter de Grote in Sint Petersburg, waar Poesjkin zijn beroemde gedicht 'De Bronzen Ruiter' aan wijdde. Het beeld van Nicolaas I in dezelfde stad overleefde de Sovjetperiode vrijwel onbeschadigd, omdat de bolsjewieken dit unieke beeld niet durfden te vernietigen: ze zagen het als een voorbeeld van groot technisch kunnen.

Haastwerk gaat soms ten koste van de veiligheid, zo bleek in Kutaisi (Georgië). Daar vonden in 2009 twee mensen de dood door het onoordeelkundig opblazen van een oorlogsmonument uit de Sovjettijd.

In het vernielen van beelden van gehate personen zit een hoop symboliek. Sommigen zien het zelfs als magisch handelen. Het omverhalen van het beeld van Saddam Hoessein in Irak, in 2003, was geen spontane actie, maar een zorgvuldig geregisseerd mediaspektakel op prime time. De kop van het standbeeld van Saddam Hoessein werd als trofee meegenomen naar het hoofdkwartier van de vierde infanteriedivisie in Tikrit, de rest van het brons werd verscheept naar Fort Hood in Texas, om te worden omgesmolten tot een monument voor de gesneuvelden.

Ook het uitroepen van de onafhankelijkheid is een kritiek moment voor standbeelden, symbolen van de kolonisator. Zo overleefde het beeld van de Engelse koning George III in New York de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring niet; het stond er nog maar zes jaar toen 'soldaten en patriottisch gepeupel' het in 1776 omver haalden. Van de verzaagde brokstukken werden kogels gegoten, die niet veel later troepen van George III troffen.

India daarentegen stuurde beelden van de Engelse overheersers netjes terug naar het Verenigd Koninkrijk; of ze kwamen terecht op achterafplaatsen als de tuin van de gouverneur van Bengalen, de dierentuin van Mumbai of in Coronation Park in New Delhi.

Nadat Algerije zich had losgemaakt van Frankrijk in 1962, moest hét Franse symbool eraan geloven: de beelden van Jeanne d'Arc. Die werden gerepatrieerd naar Frankrijk, waar ze nu, na een opknapbeurt, te bewonderen zijn in Caen en Vaucouleur. In een andere Franse kolonie gebeurde iets dergelijks: een natuurstenen beeld van een Franse en een Marokkaanse cavalerist die elkaar verbroederend de hand schudden, werd verplaatst van Casablanca naar Senlis. En zodra de Portugese kolonie Macau in 1990 deel ging uitmaken van China, moest het standbeeld van Macau's eerste gouverneur (de weinig geliefde Ferreira do Amara, die in 1849 door Chinezen werd vermoord) uitwijken naar Portugal.

Ook Centraal-Aziatische landen herschreven hun geschiedenis na de losmaking van de Sovjet-Unie met een beeldenstorm. Zij vervingen de beelden van Lenin en andere communistische leiders door die van nieuwe helden. Tadzjikistan verruilde een 24 meter hoog Leninmonument voor een beeld van Ismoil Somoni, een tiende-eeuwse Perzische koning. Oezbekistan eert de veertiende-eeuwse Timur - ondanks verdiensten een man met veel bloed aan zijn handen. Zijn krijgstochten kostten miljoenen mensen het leven. Met de afgehouwen hoofden bouwde hij torens - om de schrik erin te houden.

Mocht dit beeld van de Noord-Koreaanse dictator Kim Il-sung in ongenade vallen, dan kan het asiel krijgen in een reservaat. Beeld AP

Het vernielen van beelden is altijd bedoeld als een definitieve daad, maar is dat niet. Tijdens de Tweede Wereldoorlog vernielden de Duitsers beelden van onder anderen de liberale markies en held uit de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog De La Fayette (Metz), en de Britse maarschalk uit de Eerste Wereldoorlog Douglas Haig (Montreuil sur Mer). In Polen moesten de beelden van nationale helden eraan geloven: Tadeusz Kosciuszko (Krakau), koning Jagiello en generaal Jozef Poniatowski (Warschau). De meeste zijn na de oorlog heropgericht.

In Duitsland zelf moest Wilhelm I het ontgelden: van de 66 ruiterstandbeelden van hem zijn er nog maar 15 over. Het reusachtige beeld in Koblenz, in de laatste dagen van de oorlog door de geallieerden aan flarden geschoten, werd in 1993 gereconstrueerd en staat nu op de plek waar de Rijn en de Moezel samenstromen.

Emotie, woede, haat en frustratie van het moment resulteren dus maar al te vaak in de vernietiging van beelden. Hoe begrijpelijk ook, is dat doodjammer als het om onvervangbare monumenten of kunstwerken gaat. Maar niet alleen om die reden is het jammer. Beelden bewaren, ongeacht de haatgevoelens die de afgebeelde persoon oproept, kan ons helpen bij het leren leven met ons verleden, hoe akelig dat ook is, en er wijzer door te worden.

In de buurt van Boedapest bezocht ik een verzamelplaats voor beelden uit de communistische tijd. Het was alleszins begrijpelijk dat de mensen niet langer dagelijks geconfronteerd wensten te worden met die periode, dus de verhuizing van die beelden naar het daarvoor ingerichte Memento Park was een goede oplossing.

Volgens de initiatiefnemer ervan, Áko Eleöd, gaat dit park over dictatuur, "en tegelijkertijd over democratie. Omdat er over die dictatuur vrijelijk kan worden gesproken en omdat de symbolen ervan kunnen worden getoond. Want uiteindelijk biedt alleen democratie de gelegenheid om vrij te denken, ook over dictatuur."

Het Beierse dorp Gundelfingen herbergde ook een beeldenpark, met meer dan manshoge Stalins en Lenins die er in de jaren na de val van de Muur terecht waren gekomen. De eigenaar heeft begin juni geprobeerd ze te verkopen, maar tijdens de veiling kwamen slechts journalisten opdagen. De communistische helden van weleer zijn geen cent meer waard.

We associëren het verwijderen van beelden uit het publieke domein met drastische wendingen, maar wereldwijd gebeurt het ook zonder drastische aanleiding. Op 16 mei is in New Orleans een beeld van een generaal uit de Amerikaanse Burgeroorlog weggehaald; hij streed voor slavernij. Hetzelfde lot overkwam de Britse imperialist en zakenman Cecil Rhodes in Kaapstad (naamgever van Rhodesië), en het lijkt een kwestie van tijd of ook het beeld van Zuid-Afrika's eerste premier Louis Botha, ook in Kaapstad, zal het veld ruimen.

Een val op prime time: Amerikanen trekken op 9 april 2003 in Bagdad het beeld van Saddam Hoessein omver. Beeld Getty Images

Het kan ook anders. Met veel gevoel voor historie staan standbeelden uit dezelfde Amerikaanse Burgeroorlog in Gettysburg - een van de belangrijkste slagvelden - tegenover elkaar, op de plaats die de afgebeelde mannen tijdens een historische slag innamen.

Argentinië levert een ander voorbeeld van hoe het ook kan. In Buenos Aires hebben opponenten uit de geschiedenis allen hun standbeelden, zij het dat om sommige wel een hekwerk staat om beschadiging te voorkomen.

In Nederland hadden we niet lang geleden de discussie over het lot van de stichter van Jakarta, Jan Pieterszoon Coen. Een held uit de VOC-tijd die, beoordeeld naar moderne normen, ook als crimineel kan worden aangemerkt. Na heftige discussies bleef het standbeeld in Hoorn waar het stond, maar wel met een tekst op het voetstuk met kritische noten over Coen. Een echt Nederlandse polderoplossing.

Tijd speelt bij dit alles een grote rol. De oude Syrische en Babylonische heersers mogen wreed geweest zijn, niemand (op wat IS-strijders na, misschien) peinst erover hun afbeeldingen in Mesopotamië te vernietigen. Het laat zich raden hoe het bij een wisseling van de wacht in Noord-Korea zal aflopen met de standbeelden van Kim Il-sung en Kim Jong-il, die in Noord-Korea in 2012 werden onthuld. Maar of we het nu leuk vinden of niet, ook zij zijn onderdeel van onze geschiedenis.

Ik speel wel eens met de gedachte om voor al die verguisde beelden een reservaat in te richten. Misschien moet er nog wat tijd voorbijgaan, eer we beelden uit de nazitijd er in kunnen tonen, maar die horen er wel in thuis. Natuurlijk loop je het risico dat zo'n reservaat behalve toeristen ook verkeerde types aantrekt. Maar is dat reden om de beelden te vernietigen?

Laten we beginnen met zo'n reservaat te stichten voor ruiterstandbeelden. Ik zie een imposante stoet ervan al voor me, ergens in Nederland. Op de dijk naar Marken? Op de heuvel in het Amsterdamse Bos? Het zou zomaar een toeristische attractie kunnen worden: al die verbannen monumenten van Franco, Saddam Hoessein en Botha op een rij. 

Dit is een bewerkt hoofdstuk uit:

Kees van Tilburg
From Marcus Aurelius to Kim Jong-il, the Story of Equestrian Statues Throughout the Ages
424 blz., € 90.
Bestellen:www.ruiterstandbeeld.nl.

Beeld RV
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden