Wat moeten de trekvogels zonder de Dollard?

“Er zijn al jaren problemen over de Eemsmonding. Bij Papenburg, dertig kilometer landinwaarts, bouwt de Meyerwerf steeds grotere megacruiseschepen. Die kunnen straks de ondiepten in de Eemsmonding niet meer over. Daarom wordt ondanks protesten van de Nederlandse en de Duitse milieubeweging een stuwdam in de monding aangelegd, waardoor het peil van de Eems wordt verhoogd. Dan kun je het hier wel gedag zeggen.”

HENK VAN HALM

Regioconsulent van Vogelbescherming Nederland Klaas van Dijk blikt bekommerd naar de rietkwelder, die zich in de mistige verte verliest. Het bijzondere milieu van de Dollard bestaat bij de gratie van de open Eemsmonding. De Dollard, 100 vierkante kilometer groot, is het laatste overgebleven estuarium van het Nederlandse Waddengebied. Hier stroomt bij elke vloed zeewater de Eemsmonding in en vindt voortdurende menging plaats met het naar zee stromende zoete rivierwater. Vandaar de uitgestrekte rietvelden langs de Dollard, een van de wetlands, waar Vogelbescherming Nederland en het Wereldnatuurfonds dit jaar speciale aandacht voor vragen. Deze waterrijke gebieden zijn onmisbare vluchtheuvels voor trekvogels, van levensbelang op hun weg naar het zuiden en terug. BEDREIGINGEN

Uit de langzaam wegtrekkende nevel doemen de omtrekken op van zware industrie bij Emden. Men wil verder gaan: de Rysumer Nacken ten noorden van Emden opspuiten en de Leybucht inpolderen, mogelijk de locatie van een serie kerncentrales. Duitsland wil delen van de Dollard inpolderen voor de aanleg van een Dollardhaven. Daarvoor zal de vaargeul van de Eems in Nederlandse richting moeten worden verlegd, waardoor waarschijnlijk nu droogvallende delen ook bij eb onder water zullen staan. “Er is nog steeds ruzie tussen Duitsland en Nederland over de grens door de Dollard. Die ligt voor de Duitsers een heel eind op Nederlands gebied, voor de Nederlanders op Duits gebied.”

Bij Nieuwe Statenzijl staat aan de rand van de rietkwelder een buitendijkse vogelkijkhut op poten, de Kiekkaaste. e kunt er alleen komen met rubberlaarzen aan over het Marcelluspad, dat is genoemd naar de Sint Marcellusvloed uit 1362. Tot eind dertiende eeuw was de hele Dollard land. De vijftig nederzettingen in het gebied verdronken in de veertiende en de vijftiende eeuw bij opeenvolgende dijkdoorbraken.

ZELDZAAM GOUDKNOPJE

Meer dan manshoog riet omzoomt het pad aan alle kanten. Naast de vlonder - wat planken met kippengaas aaneengespijkerd - bloeit het zeldzame goudknopje met langgesteelde goudgele hoofdjes zonder straalbloemen, afkomstig uit Zuid-Afrika. Het voelt zich aan het laarzenpad uitstekend thuis naast ruigteplanten van stikstofrijke, gestoorde grond, zoals akkerdistel, brandnetel en harig wilgenroosje.

De laatste meters staat de vlonder onder water. Een folder, voor een gulden mee te nemen van de informatiestand bij de sluis van Nieuwe Statenzijl, maant dat men bij harde westenwind in de uren rond hoogwater op de dijk moet blijven. Wie door de vloed wordt overvallen, kan beter in de hut overtijen dan proberen terug te komen.

Achter de muur van riet horen we de schriele alarmroep van een waterral, een geheimzinnige moerasvogel, die zich zelden laat zien. Hier is het niet moeilijk je voor te stellen hoe het Nederlandse oerlandschap eruitzag, waarin de zee en de erin uitmondende rivieren een allesbepalende invloed hadden op planten en dieren.

HOOGWATER

Het uitzicht op de Oost-Friesche Plaat valt tegen. Het is hoogwater. Ver naar het oosten zwenkt een zwerm bonte strandlopers boven het wad. Vluchten kieviten wieken laag over het water heen en weer. Ze ontlokken Klaas de opmerking: “Ze weten niet goed wat ze willen. Blijkbaar hadden ze hier drooggevallen slik verwacht.”

Het is eb, als we over de kwelder bij de Punt van Reide lopen. De bonkige zuigende klei maakt het lopen moeilijk. Koeien hebben de kwelder stukgetrapt. Het grasland is doorsneden met greppels, diepe slingerende kreken. Krabben scharrelen zijwaarts van het drooggevallen slijk naar het veilige water. Watersnippen vliegen 'kesj... kesj...' roepend op.

Op de kwelder groeien zoutplanten: zeekraal, rood verkleurend schorrenkruid, Engels slijkgras, zeeweegbree, melkkruid, gerande schijnspurrie, kweldergras en van de beweide kwelder gescheiden door een brede sloot en daardoor onbereikbaar een brede zoom van lila bloeiende zulte langs de Dollard. Deze ruim een meter hoge verwant van de herfstaster beneemt voor een groot deel het uitzicht op de slikken, die wemelen van de vogels.

EENDEN EN PLEVIEREN

De meeste vogels blijken wilde eenden. In december en januari zijn er nog meer, voor de winter uit oostelijker gelegen landen uitgeweken. Hoewel we voortdurend hun fluitende roep horen, zijn er aanmerkelijk minder smienten. Die blijven dicht onder de oever en zijn pas te zien als ze de lucht in gaan.

Bergeenden vliegen op van achter de zultezoom. De piek komt later in deze maand, als wel veertienduizend bergeenden in de Dollard kunnen verblijven. Af en toe komen grauwe ganzen over. Die verblijven vooral op de herfsttrek in de Dollard, maar in zachte winters kunnen er ook duizenden vogels overwinteren.

Achter de wilde eenden staan honderden goudplevieren, bijna allemaal nog in zomerkleed met goudbruine kruin, rug en vleugels, door een witte baan gescheiden van het zwart van gezicht, borst en buik. Op de trek naar het zuiden en terug naar het noorden verblijven gemiddeld twee- tot drieduizend goudplevieren in de Dollard, maar er zijn er wel eens zesentwintigduizend in een keer geteld. Zilverige uitgaven van goudplevieren zijn zilverplevieren in volledig zomerkleed. We tellen er hooguit dertig, sommige al in het grijsbruine winterkleed.

RIJK BODEMLEVEN

Tienduizenden bonte strandlopers bewegen in een dichte troep achter de plevieren over het slik. Wat zijn ze klein bij de vier wulpen, die zonder zich om het grut te bekommeren door de zwerm benen en met hun kromme snebben naar zeeduizendpoten poeren.

Zeeduizendpoten zijn het hoofdvoedsel van de honderden kluten, frêle zwart met witte steltlopers, die met hun opgewipte snavels door het dunne slib maaiend met moeite te onderscheiden zijn van de honderden kokmeeuwen, die op dezelfde slikken voedsel zoeken.

De stuwdam zal het milieu van de Dollard drastisch veranderen. Terwijl zand en grove delen van het slib in de Waddenzee bezinken voordat het zeewater de Dollard bereikt, slaan door de menging van zout en zoet water hier de fijnste slibdeeltjes neer. Klaas: “Het slib is zo slap dat kokkels erdoorheen zakken en er niet kunnen leven. Daarom hebben scholeksters hier niets te zoeken.”

Toch is hier een rijk bodemleven. Het krioelt er van de nonnetjes, slijkgapers en slijkgarnalen. Er worden soms vierduizend zeeduizendpoten in een vierkante meter wad geteld. Dat illustreert het belang van de Dollard als pleisterplaats voor trekvogels. Wat moeten ze zonder de Dollard als tussenstop?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden