Wat moet je met dat lichaam?

Twee boeken over worstelingen met een lichaam dat zich lastig laat negeren

'Als een noodzakelijk kwaad dat haar hoofd ronddroeg en haar pen vasthield", zo bezag schrijfster Bregje Hofstede haar eigen lichaam, tot ze instortte op een bankje in het park en geen stap meer kon verzetten. Een jarenlang negeren van de eigen stoffelijkheid bezorgde de nog maar 24-jarige auteur een burn-out. Een staat van fysieke onmacht en uitputting waar collega-schrijfster Mariëtte Baarda, zwaar migrainepatiënt, al ruim twee decennia met enige regelmaat mee worstelt.

Beide ervaringsdeskundigen komen nu met een boek dat wel over hun lichamelijk lijden en de weg naar verbetering gaat, maar dat zeker geen zelfhulpgids wil zijn. Hofstede schreef met 'De herontdekking van het lichaam' een filosofisch essay over haar verhouding tot haar (vrouwelijk) lichaam. Baarda schreef met 'Kinderen waaien om' een autobiografisch verslag van haar leven als patiënt - ofwel een boek dat ze zelf wel had willen lezen, toen ze als twintiger begon te merken dat de terugkerende migraine-aanvallen haar leven ingrijpend zouden veranderen. Tips laten beide schrijfsters achterwege, loutering ontbreekt, maar hun boeken zetten wel aan het denken over geestelijke en lichamelijke gezondheid en de wisselwerking tussen beide.

Eerst bén je gewoon een lichaam, als baby en als klein kind, zo constateert Bregje Hofstede, later héb je een lichaam. En met die bewustwording begint ook de vervreemding. Vanaf haar twaalfde komt Hofstede's lichaam als een personage voor in haar dagboek, als iets wat geobjectiveerd en gedemonteerd wordt en maar zelden goed bevalt. "Slechts heel af en toe ervaar ik mijn lichaam als een naadloos en vanzelfsprekend geheel. Mooie uren in mijn lijf, schrijf ik dan."

Nu besluit de schijfster, kind uit een ambitieus, intellectueel milieu, ook al op haar twaalfde sowieso vooral hoofd te willen zijn, een overtuiging waar ze jarenlang mee voort kan. Tot de burn-out dwingt tot nieuwe omgangsvormen: gezonde voeding, yoga, ontspanningstechnieken. Dat maakt de balans nog steeds niet evenwichtig. "Ik was René Descartes in een yogalegging, lekker mindful aan het overwerken." Heil vindt ze wel in het slenteren: 'een sluiproute naar eigenheid', 'een efficiënte manier om deurtjes in je denken te openen'.

Erg nieuw zijn de inzichten van Hofstede over de dualiteit tussen lichaam en geest niet, maar ze denkt en formuleert fris en helder. Zeker in het laatste hoofdstuk over haar reis door Israël, waar ze constateert dat opdringerige blikken haar in het defensief drukken, "voortdurend merk ik dat het me nog onmogelijk is om echt iets te zien, als ik word aangekeken". Pas als ze besluit de voorzichtigheid te laten varen, weet ze zich de ruimte weer toe te eigenen, maar het blijft behelpen. In een interview met de Belgische krant De Morgen haalde Hofstede deze week een fraaie parabel van David Foster Wallace aan over twee jonge visjes die in het water zwemmen en een oudere vis ontmoeten die de andere kant op zwemt. "Dag jongens, hoe is het water?" De twee jonge visjes zwemmen door, kijken elkaar aan, en vragen: What the fuck is water?

Zulke filosofische gedachten over het lichaam dat je bent of hebt, over vervreemding en toeëigening, ontbreken in het boek van Mariëtte Baarda, luxe overpeinzingen tenslotte, voor iemand die al jaren met enige regelmaat gevloerd wordt door heftige migraineaanvallen. Koud word je wanneer ze de orkaan die tijdens zo'n aanval over haar heen raast in woorden oproept, van de eerste verschijnselen (in rechteroog een pulserende pijn, nek en hoofd vast als in een bankschroef) tot de urenlange kotsloop, zweten, klappertanden, totdat alles weer voorbij is.

Van een 'normaal' leven (carrière, kinderen) komt weinig terecht en het kost Baarda zeker twee decennia om zich bij dit mankement neer te leggen. In zeven hoofdstukken beschrijft ze de zoektocht naar een redmiddel, van de 'schokmachine' van een intimiderende therapeute, tot aan ingestraalde korrels van een oude kennis, acupunctuur voor een studentenpubliek, de onvermijdelijke yoga-oefeningen en liggen in een 'Stargate' installatie in Soesterberg die haar mogelijk naar een andere dimensie zal brengen. Niets biedt werkelijk soelaas, soms is er even verlichting, langzaam groeit de acceptatie. Wat wel helpt is de melodieuze, sonore stem van Job Cohen die luisterboeken voorleest waar haar katten ook dol op zijn en die zo een haardvuur in haar woonkamer schept. En het schrijven helpt,

Baarda kan ook heel goed schrijven, ze verwoordt sensitief en vertelt meeslepend. Als niet-patiënt ga je eindelijk iets beter begrijpen waar een patiënt mee te kampen heeft.

Jammer is wel dat de schrijfster in dit zelfportret ook volledigheid nastreeft. Dat ze ook uitweidt over een Franse minnaar, een kortstondige carrière als masseuse of haar synesthesie, doet af aan de kracht van haar verhaal, dat strakker gestroomlijnd, nog meer indruk zou hebben gemaakt.

Bregje Hofstede: De herontdekking van het lichaam Cossee; 115 blz. euro 14,99

Mariëtte Baarda: Kinderen waaien om Atlas Contact; 286 blz. euro 19,99

LIJDENSVERHALEN

Iedere week verschijnt er wel een autobiografisch getint verslag van ziekte, lijden en verlies.

De misery memoir, zoals de Amerikanen het genre ooit doopten, is de formule uitgegroeid en kent inmiddels vele literaire vormen.

Zo verschenen dit najaar naast de 'ziektegeschiedenissen' van Baarda en Hofstede ook internationale egodocumenten als 'Als adem lucht wordt' van Paul Kalanithi (jonge neurochirurg sterft aan longkanker) en 'Elk moment leven we nog' van de Zweedse muzikant Tom Malmquist die in de week dat zijn dochter geboren wordt, zijn vrouw verliest aan acute leukemie.

Zeker Malmquist verdient lezers, al moeten die wel een masochistische inslag hebben. De Zweed slaagt erin om de fatale gebeurtenissen rond de geboorte van zijn dochter zo achter adem op te schrijven dat ook bij de lezer de paniek als een band om de buik snoert.

Malmquist vervlecht de onverwachte ziekenhuisopname van zijn vrouw vlak voor de bevalling - onhandige ontmoetingen met dokters en verpleegkundigen, zwijgzaam samenzijn met schoonouders - met hun eerste kennismaking jaren terug, en de aarzelende zorg voor de baby in de week voor de begrafenis van haar moeder. In een stroom van korte zinnen die nauwelijks ruimte laten voor reflectie laat hij navoelen hoe in tijden van crisis alles op je afkomt en niets echt binnendringt.

Een aangrijpend boek over verdriet, boosheid, verwarring en liefde.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden