Column

Wat moed is, je weet het niet

Beeld Foto: Maartje Geels

Moed is iets raars, in de politiek al helemaal. Moedige besluiten kosten een politicus de verkiezingen, zei de Amsterdamse geschiedenisprofessor Remieg Aerts afgelopen vrijdag plompverloren in een zaaltje in Leiden. Want moed, zei hij, betekent per definitie dat je ingaat tegen de publieke opinie.

Het vergt een zekere tegendraadsheid, iets dwars en eigenwijs dat zich niet goed verdraagt met de vluchtigheid van politiek. Voor je het weet zijn er immers wéér verkiezingen, en wie impopulaire besluiten neemt krijgt van kiezers vaak meteen straf.

En trouwens: wat is moed? Het duurt vaak jaren voor je weet of iemand nou juist moedig was of dwaas, of hij dapper of dogmatisch was. Als men er al op terugkijkt. Je kunt heel dapper wezen, maar er nooit zeker van zijn of het ooit zal worden gewaardeerd, zei Aerts.

Moed in de politiek

Hij stond in dat zaaltje op uitnodiging van de wetenschappelijk bureaus van twee politieke partijen tegelijk. Met de herdenkingsweek op komst organiseerden de denkers achter PvdA en VVD samen een bijeenkomst over moed in de politiek. Hun naamgevers waren beiden oorlogshelden, in de laatste maanden van de Tweede Wereldoorlog omgekomen in een concentratiekamp. De belangstelling was niet groot.

Zichzelf schrijven de bureaus ook enige moed toe. Ze brengen ook wel eens een rapport uit dat niet overeenkomt met de partijlijn. Dat, ze erkennen het onmiddellijk, is natuurlijk meer kleine moed. Grote moed hadden die naamgevers dus, Stuuf Wiardi Beckman en Ben Telders, mannen die dachten over de koers. Zouden ze nu leven, dan zouden ze ongetwijfeld partij-ideoloog genoemd worden. In een tijd dat het imago van hun partij flink te lijden had, bedachten zij een nieuwe partijlijn: Wiardi Beckman voor de sociaal-democraten, Telders voor de liberalen. Dat was al heel wat. Maar toen de Duitsers kwamen en zij daar dwars tegenin gingen, toen kon je pas echt van moed spreken.

En toch waren het gewone mensen, met gewone mense-euvels. Telders' nicht Karin, die tegenwoordig in Schotland woont, vertelde over haar oom Ben, de jurist. Dat een buurvrouw ooit zijn moeder had gevraagd of-ie wel helemaal goed was, want aan zijn bolle buitenkant was het intellect lastig af te lezen. Frans Becker verhaalde dat Stuuf Wiardi Beckman eigenlijk geen idee had hoe met arbeiders om te gaan.

Over moed in de politiek, zei Aerts, is eigenlijk weinig geschreven. Eén boek vond hij slechts, van de hand van John F. Kennedy. Althans, diens naam staat op de omslag, al was de werkelijke auteur zijn speechschrijver. Het ging over senatoren in de negentiende eeuw, die dappere besluiten hadden genomen om de komst van een burgeroorlog te vertragen. Het kostte ze stelselmatig populariteit. "Moed", zei Aerts, "lijkt zich slecht te verdragen met de praktijk van de politiek."

Kennedy, of dus liever gezegd zijn speechschrijver, ene Ted Sorensen, had één boodschap. "We should not be too hasty in condemning all compromise as bad morals", schreef hij - we zouden compromissen niet te snel moeten veroordelen.

Deze week hebben de onderhandelaars van VVD, CDA, D66 en GroenLinks een weekje vrij. Ze zouden het kunnen lezen, Kennedy's 'Profiles in Courage'. Misschien helpt het.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden