'Wat me nerveus maakte was de mythologie om het leven van een ambassadeur heen'

Een opmerkelijk man - “en dat is ie”, zou de vader van Dik Trom hebben gezegd. Daniel Louis Bernard, de Franse ambassadeur die deze week na tweeëneenhalf jaar afscheid nam van 'Den Haag', een post waar hij ongetwijfeld met gemengde gevoelens aan zal terugdenken.

HANS MASSELINK

Het was de eerste keer dat Bernard (54) bilateraal ambassadeur was in een land en vooral te maken had met de relaties tussen Frankrijk en Nederland. Bernard, een ervaren rot in de buitenlandpolitiek (hij was onder andere woordvoerder van het ministerie van buitenlandse zaken en adviseur van premier Laurent Fabius) zal geleerd hebben hoe snel je als vertegenwoordiger van je land op iemands tenen staat, vooral als dat van die gevoelige Nederlandse tenen zijn.

De nieuwe Franse regering-Juppé heeft hem overgeplaatst naar Genève, waar Bernard als ambassadeur met veel internationale organisaties te maken krijgt en zijn onopgesmukte taalgebruik minder kwaad kan dan in het Haagse. Onder het kopje 'faux pas' schreef het conservatieve Franse dagblad Le Figaro in juli dat Bernard in één klap de moeizaam opgebouwde betrekkingen tussen de beide landen had verslechterd. In een vraaggesprek met NRC Handelsblad was Bernard, die houdt van het Bourgondische leven, een tikje te openhartig geweest.

Liever was hij niet naar Den Haag gegaan. Hij schamperde over de Nederlandse gastronomische prestaties, verbaasde zich over de koude boterhammen bij de opening van een fabriek. Het glas melk weigerde hij. De ambassadeur hekelde het feit dat Nederlanders met hun open gordijnen elkaar voortdurend in de gaten houden, noemde dit “een vorm van conformisme die indruist tegen mijn mentale structuur.” Over een stad als Zwolle liet hij zich negatief uit.

Ook al zou Bernard gelijk hebben, zoiets zegt een ambassadeur doorgaans niet hardop. De negatieve opmerkingen worden door vriend en vijand onthouden, kritiek wordt al gauw afgedaan als de bekende arrogantie die de Fransman zo typeert. Maar Bernard zegt wat hij denkt, houdt van spotten en chargeren en heeft in informele ontmoetingen meestal het hart op zijn tong. Maar nu, op zijn kamer in de Franse ambassade, is Daniel Bernard voorzichtig, uiterst voorzichtig zelfs. Hij probeert de schade die hij wellicht heeft aangericht, te minimaliseren. Zo op de valreep voor zijn vertrek wil hij zich niet nog een keer laten verleiden tot uitspraken die als bizar kunnen worden uitgelegd.

Op de opmerking dat hij toch wel een zeer uitgesproken diplomaat is en niets heeft van de voorzichtigheid van zijn voorgangers en collega's, zegt Bernard: “Ja, ik ben zoals ik ben. Er zijn verschillende manieren om diplomatie te bedrijven. Je bènt geen diplomaat, maar je bedrijft diplomatie. Ieder heeft zijn eigen manier van werken.” Bernard ziet zichzelf als een ambtenaar, het ambassadeurschap is voor hem een baan, “een beroep onder comfortable omstandigheden, beslist niet een status.”

Hij wijst op het kunstmatige karakter van het leven van een ambassadeur. “Je leeft geïsoleerd en hebt geen contact met de interessantste mensen uit de bevolking. Maar dat heb ik juist wel gedaan. Ik heb heel wat mensen uitgenodigd of ben er naar toe gegaan. Het ontmoeten van mensen, dat telt in het leven”. Vrijwel dagelijks nodigde hij een bijzondere gast aan de dis in zijn residentie; de fine fleur van Nederland, meer dan 200 schrijvers, politici, hoofdredacteuren, zakenmensen, etcetera trokken aan hem voorbij. Hij zegt dat hij zeer onder de indruk raakte van wat Nederland te bieden heeft.

“Wat me zo nerveus maakte is al die mythologie om het leven van een ambassadeur heen. Soms moet je je nu eenmaal aan je status houden, een zeker respect afdwingen. Daarom ga je niet naar de mensen. Maar de ambassadeur is ook een mens als ieder ander. Na het artikel in de NRC werd ik van verschillende kanten uitgenodigd en heb ik gedineerd bij mensen thuis.” En zo toog Bernard naar Zwolle en at met een echtpaar in Ochten.

Bernard leidde een dubbel bestaan. Zijn baan was in Den Haag, zijn leven leidde hij het weekeinde in het Parijse Montparnasse bij vrouw en kinderen. Maar de Franse boodschapper noemt het een 'misverstand' dat hij iedere vrijdagmiddag naar de schoot van het gezin vertrok. Hij moest soms in Den Haag blijven of bracht die vrije dagen door in Zeeland of Limburg. Het wonen in een enorm huis in Den Haag met zeven à acht man personeel vond hij nogal 'artificieel'. “Maar als ik er een hekel aan had gehad, was ik allang eerder vertrokken.”

Bernard kan nu zijn bullen pakken. “Er is geen speciale verklaring voor het feit dat ik vertrek. We hebben een nieuwe Président de la République en een nieuwe premier, en die hebben gewoonweg besloten een aantal posten te veranderen.” Zijn scepsis over de post in Den Haag heeft hij na die tweeëneenhalf jaar laten varen. De komst van het paarse kabinet met Hans van Mierlo op buitenlandse zaken betekende voor hem een verademing. Niet meer het opgeheven moralistische vingertje van voorheen. Voor een man als Van Mierlo heeft hij een groot respect. “Ambassadeur in een groot land als Nederland is een positie om te benijden”, zegt hij nu.

Over zijn nieuwe werkkring is Bernard zeer te spreken. “Ik verander volledig, het werk in een multi-laterale ambassade is een heel andere baan. Om de twee, drie jaar verander je van rol. In dit beroep hoef je niet steeds hetzelfde te doen. Dat is een voordeel.” En een bijkomend plezier is dat het Franstalige Genève, met zijn goede 'cuisine', per supersnelle TGV slechts op drie uur afstand van Parijs ligt. “Amsterdam-Parijs is nu zes uur - als de trein tenminste aankomt”, grapt hij.

Het leven is voor hem een rollenspel. “Het is niet van belang wat ik als burger denk”, zegt Bernard op een vraag over de zo bekritiseerde Franse kernproeven. En als ambtenaar houdt hij een felle verdediging van het Franse standpunt, veroordeelt de tegenstanders die zich volgens hem hebben laten leiden door emoties en niet te goeder trouw zouden zijn. Hij somt de feiten op: het Franse besluit was een dubbelbesluit, met daaraan meteen gekoppeld het besluit om definitief te stoppen met kernproeven. En de proeven vormen geen enkel gevaar voor het milieu, de gemeten radioactiviteit in Mururoa is bij voorbeeld veel lager dan in Brisbane. Hartstochtelijk pleit hij voor een discussie in Europa over een gezamenlijke defensie met een eigen nucleaire afschrikking, een alternatief voor de huidige afhankelijkheid van Amerika. “Laten we de leuzen en de emoties laten rusten en nadenken over de toekomst.”

In de tweeëneenhalf jaar Den Haag was het een flinke deceptie voor Bernard dat Nederland koos voor de Amerikaanse Apache-helikopter, in plaats van de Frans-Duitse Tigre. Hij was vooral teleurgesteld in 'intellectueel en politiek' opzicht, had verwacht dat de verhouding met Frankrijk en Duitsland, de Europese betrokkenheid en medewerking aan de opbouw van een Europese defensie zouden meetellen.

Een zaak die de komende tijd zeer gaat spelen in de Frans-Nederlandse betrekkingen is het drugsbeleid. Bernard zal dat moeten overlaten aan zijn opvolger Bernard de Montferrand (50), oud-adviseur van ex-premier Edouard Balladur. De zaak vereist een “zeer precieze” behandeling. Over het in Frankrijk veel bekritiseerde Nederlandse drugsbeleid zegt hij: “We moeten geen veroordelingen uitspreken, maar we moeten wel samen iets doen, dat is zeker.” De toestand in het noorden van Frankrijk baart hem zorgen en “ook een stad als Rotterdam kent zijn problemen. Niemand zal dat bestrijden.” Via samenwerking zou daaraan gewerkt moeten worden.

Bernard schildert de relatie tussen Frankrijk en Nederland graag af als die van een oud koppel, een paar met problemen in de relatie. “Kent u een koppel dat dat niet heeft? Maar Holland maakt een goede kans in de liefde”, voegt hij er aan toe. Volgens hem weet Nederland heel goed dat er een nog belangrijker koppel is. “Het paar Frankrijk-Duitsland is een absolute noodzaak voor Europa. Nederland zal daarmee moeten samenwerken.” Bernard prijst de huidige Nederlandse regering die dat meer dan de vorige regeringen inziet en vooral daar het accent op legt.

Zijn opvolger zal het niet gemakkelijk krijgen. Van de periode-Bernard kan hij meenemen dat een Franse gezant in Nederland op zijn tenen moet lopen en dat sommige opmerkingen, met hoeveel humor ook gemaakt, de overgevoelige Nederlandse ziel al snel raken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden