Wat maakt een schrijver een schrijver?

In de tien dagen per jaar die de Boekenweek telt, zijn alle ogen gericht op de beste en bekendste schrijvers van Nederland. Maar wanneer mag iemand zich een schrijver noemen? Volstaat een verzameling mooie zinnen? De publicatie van een roman, wellicht? Is het toch die beroemde 'oorspronkelijke geest'? Of is schrijverschap een pose of mythe? Vier literaire experts filosoferen in een rondetafelgesprek over de aard van de ware schrijver.

Plaats van handeling: De 'Engeltjeskamer' van uitgeverij Atlas-Contact, Herengracht 481, Gouden Bocht, Amsterdam.

Aanwezigen: Harminke Medendorp, hoofdredacteur uitgeverij Podium,

Jaap Goedegebuure, hoogleraar Moderne Nederlandse Letterkunde aan de Universiteit Leiden en literair recensent voor deze krant,

Sander Blom, hoofdredacteur van uitgeverij Contact,

Geert Buelens, Vlaams dichter en hoogleraar Moderne Nederlandse Letterkunde aan de Universiteit Utrecht.

Notulist: Joost van Velzen

Brengen we nog wel schrijvers voort?
Sander Blom: "Absoluut."

Harminke Medendorp: "Natuurlijk blijven die opstaan."

Jaap Goedegebuure: "Uiteraard."

Geert Buelens: "Zeker en vast. Maar pas op, er is erg veel veranderd."

Blom: "Het is beslist moeilijker geworden. Het publiek is in de war over wat kwaliteit is en wat niet. Dus het is voor uitgeverijen en schrijvers ingewikkelder geworden om boven te komen drijven."

Buelens: "Het gaat dus niet 'gewoon' door. Er is tegenwoordig wat je zou kunnen noemen een uniek mediaframe nodig om je als auteur nog te kunnen onderscheiden. Dat is los komen te staan van iemands kwaliteiten als schrijver. En die ontwikkeling gaat snel. Ik beschouw Arnon Grunberg binnen ons taalgebied als de grootste schrijver van mijn generatie. Maar als je hem nú voor het eerst op televisie zou lanceren, dan vraag ik me af of hij overeind zou blijven staan."

Goedegebuure: "Maar hij is toch destijds via de tv bekend geworden?"

Buelens: "Zeker, maar het huidige mediaklimaat is van een andere orde dan van 1994. Ik denk niet dat hij nu even bekend zou zijn geworden."

Herken je de ware schrijver?
Blom: "Ik geef regelmatig schrijfcursussen en daarbij valt het me op dat ik de echte schrijvers, de mensen met een natuurlijke aanleg, er snel uitpik. En als ik in die stapels manuscripten die ik binnenkrijg, stuit op iets interessants, dan ga ik er vrijwel direct toe over om een afspraak te maken. De tekst van een goede schrijver maakt benieuwd naar de afzender."

Medendorp: "Soepele vingers herken je meteen op papier. Maar een inhoudelijk gesprek maakt pas duidelijk hoe een schrijver met zijn materiaal omgaat. Het mooiste - en het meest veelbelovend - is het als een auteur het redactiecommentaar in eerste instantie naast zich neerlegt, zijn werk heilig beschermt. En vervolgens thuis revanche neemt en een nieuwe versie aflevert die mijn commentaar doet verstommen."

Blom: "Precies! Zo'n reactie bepaalt of je vermoeden dat je met iemand ver kunt komen, de juiste is."

Medendorp: "Volgens mij, bedenk ik nu, heeft de echte schrijver die we vandaag zoeken twee eigenschappen: obsessie en focus. Het is een schrijver die weet waar hij naartoe wil. Is alleen maar daar mee bezig."

Blom: "Als je dat hebt, die drijfveer, die noodzakelijkheid, dan kun je - ook als je geen natuurtalent bent - wel zeven stappen beter worden. Ik merk het aan mijn cursisten; zij gaan altijd als betere schrijvers de deur uit. Altijd."

Medendorp: "Weet je wie ik nu een typisch voorbeeld vind van iemand bij wie meteen duidelijk was dat zij een schrijfster is? Naomi Rebekka Boekwijt. Helaas verschijnt haar debuut niet bij ons, maar bij de Arbeiderspers."

Buelens: "Bedoel je dat je dat kon zien bij binnenkomst of bedoel je dat je het aan haar werk zag?"

Medendorp: "Nee, ik zag het aan haar werk."

Blom: "Maar óók aan haar persoonlijkheid."

Medendorp: "Klopt, ook aan haar persoonlijkheid. Je merkt meteen dat schrijven voor haar gelijk staat aan ademen."

Een schrijver heeft een oorspronkelijke geest.
Goedegebuure: "Als je het over oorspronkelijkheid hebt dan kom je helaas al snel terecht bij het woord 'authentiek', een term die tegenwoordig ernstig wordt misbruikt. Als iemand op televisie maar 'authentiek' en 'echt' overkomt, kan die niet meer stuk, zelfs als die zogenaamde authenticiteit berust op een bij de mediatraining ingestudeerd verhaaltje. Je ziet dat bij politici maar ook bij schrijvers. Ik vind het jammer dat schrijvers ineens zo nodig 'gepositioneerd' moeten worden."

Goedegebuure tegen Blom en Medendorp: "Niks tegen jullie, hoor, maar jullie moeten als uitgeverijredacteur schrijvers op een bepaalde manier coachen. Ze worden niet alleen inhoudelijk begeleid, maar worden vooral 'in de markt gezet'. Vijftig jaar geleden had een schrijver helemaal geen redacteur. Nu is alles er op gericht om die of die schrijver bij 'De wereld draait door' aan tafel te krijgen."

Buelens: "Avond na avond zitten er in 'De wereld draait door' technisch volmaakte zangers die zo dertien in een dozijn zijn, dat ik denk: ze hadden er ook niet kunnen zitten, zo oorspronkelijk zijn ze niet. Oorspronkelijkheid zit hem in perceptie."

Goedegebuure: "Ach, oorspronkelijkheid, een oorspronkelijke geest; het is een romantisch cliché.

Medendorp: "Maar de beste auteurs zijn geen kopie of kruising van voorgangers. De beste schrijvers scheppen hun eigen kader en publiek. Ze zijn goed van zichzelf."

Goedegebuure: "We vergeten wel eens dat schrijven ook gewoon ouderwets ambachtswerk is."

Medendorp: "Ambachtswerk is een onmisbare basis."

Buelens: "Zeker. Het wordt onderschat."

Blom: "Toch: als ik zou moeten kiezen, dan liever éérst de obsessie en de focus en dán pas de ambachtsman."

In hoeverre is schrijverschap een pose of een mythe?
Goedegebuure: "Sommige schrijvers nemen van zichzelf al een pose aan. Harry Mulisch deed dat bijvoorbeeld."

Blom: "Nee, dat geloof ik niet. Hoe ijdel Harry ook was, hij was authentiek, als ik dat woord toch even mag gebruiken. Ik geloofde hem."

Goedegebuure: "Een pose en een schijnbaar authentieke mythe zijn niet per se tegengesteld. Mulisch heeft volgens mij geprobeerd om zijn eigen mythe te creëren. En is dat ook niet wat jullie met jullie eigen schrijvers proberen te doen? Zorgen dat ze een passend imago krijgen aangemeten?"

Medendorp: "Nou..."

Blom: "Wij denken wel na met de marketingafdeling over hoe we schrijvers presenteren."

Medendorp: "Wij meten niets aan. Wel coachen we auteurs voor mediaoptredens. Hoe komt hun boek in interviews het beste tot zijn recht? Dat zie ik als een onderdeel van mijn werk."

Blom: "Het is begeleiden wat wij doen. Het is fijn meegenomen als schrijvers meerdere soorten interviews aankunnen. Een paar korte quotes voor de televisie, maar ook een lang interview met een dagblad."

Medendorp: "We merken dat vrouwelijke schrijvers gewilder zijn bij de geschreven media dan mannen. Ook bij de inkopers van de boekhandel trouwens. Sinds duidelijk is dat het grootste lezerspubliek bestaat uit vrouwen, wordt daar op alle mogelijke manieren op ingespeeld, heb ik de indruk. Vrouwen zijn de lezers. Terwijl mannen toch vaak de schrijvers zijn."

Een schrijver is een schrijver als hij gelezen wordt.
Buelens: "Dan gaat het eerst om de definitie van wat een schrijver is. In ons gesprek wordt schrijver gelijk gesteld aan auteur van romans. Als ik mijn strengste definitie van een schrijver hanteer, dan vallen de meeste romanschrijvers daarbuiten. Iemand moet mij iets vertellen en het moet in een dwingende vorm zijn waarin hij die mededeling doet. Een schrijver moet een stem hebben. Ik moet sterk het gevoel krijgen: hier spreekt iemand tot mij. Een schrijver is een schrijver als hij moét schrijven."

Blom: "Iedereen kan zich boeken voorstellen die aan alles voldoen: een goed plot, de juiste zinnen, prima verhaal, uitgediepte personages. Alles klopt, maar er ontbreekt iets...."

Goedegebuure: "Geen echte drive."

Blom: "....bezetenheid, gekte."

Goedegebuure: "Het zijn boeken waarbij je verzucht: Braaf gedaan, maar is het zo bijzonder? Een echte schrijver is ook helemaal niet zo gezellig."

Blom: "Nou...."

Goedegebuure: "De meeste niet. Als je vrienden wil maken, dan moet je ze niet onder schrijvers zoeken."

Medendorp: "Is dat ook geen mythevorming? Ik heb het doorgaans erg gezellig met schrijvers."

Blom: "Ik vind het oprecht fijn om met die mensen te werken."

Buelens: "Je moet ze ook niet dwingen om normale mensen te worden. Arnon Grunberg zei eens: 'Ik heb mijn werk, mijn werk, dan lange tijd niks en dan mijn werk'. Je hebt ook een structurele mentale ruimte nodig om te kunnen schrijven. En je lichaam moet natuurlijk mee willen. Ik heb rsi en kan daardoor al drie maanden niet schrijven. Een ramp."

Goedegebuure: "Wat jij in het begin zei, Harminke, over die obsessie en die focus; ik denk dat het daarom draait. Als je niet in staat bent om die obsessie met behulp van een scherpe focus te kanaliseren, dan gaat het niet. En je moet trainen. Schrijven is ook gewoon trainen, hoor. Er zijn heel wat grote schrijvers die al enorm veel geschreven hadden voor er ook maar iets van ze gepubliceerd was.

Blom: "Er zijn schrijvers die nooit schrijven. Helaas."

Goedegebuure: "Of niet meer."

Blom: "Weet je wie nooit meer schrijft, maar toch een echte schrijver is? Nanne Tepper. Schrijft nooit meer. Eeuwig zonde."

Sander Blom (1959) is sinds 1987 redacteur. Hij werkt en werkte met zowel beginnende als gerenommeerde schrijvers, zoals P.F. Thomése, Paulien Cornelisse, Vonne van der Meer, Wanda Reisel en Dimitri Verhulst en L. H. Wiener. Sinds een paar jaar is Sander Blom hoofdredacteur bij uitgeverij Contact.

Jaap Goedegebuure (1947) zal bij de lezers van deze krant vooral bekend zijn door zijn bijdragen als literatuurcriticus in het zaterdagse katern Boeken. Sinds 2005 is hij hoogleraar Moderne Nederlandse letterkunde aan de Universiteit Leiden. Goedegebuure is een bewonderaar van Gerard Kornelis van het Reve, W.F. Hermans, Hugo Claus en E. du Perron. Hij publiceerde in 1999 de biografie van Hendrik Marsman en schreef over Nederlandse schrijvers en religie.

Harminke Medendorp (1974) is hoofdredacteur van uitgeverij Podium.

Begeleidt onder anderen Wilfried de Jong, Kluun, Hans Aarsman, Joris Luyendijk, Tjitske Jansen, Renate Dorrestein, Ingmar Heytze en Elvis Peeters.

De Vlaming Geert Buelens (1971) was aanvankelijk docent aan de Universiteit Antwerpen maar is sinds 2005 hoogleraar Moderne Nederlandse letterkunde aan de Universiteit Utrecht. Daarnaast is hij dichter, essayist, en columnist. Hij debuteerde met zijn dichtbundel 'Het Is' in 2002. Buelens schreef onder meer een essay over de invloed van Paul van Ostaijen op de Vlaamse poëzie.

Er is een uniek mediaframe nodig om je als auteur nog te onderscheiden

De beste schrijvers scheppen hun eigen kader en publiek; ze zijn goed van zichzelf

Nu is alles er op gericht om die of die schrijver bij 'De wereld draait door' aan tafel te krijgen

Als ik zou moeten kiezen, dan liever éérst de obsessie en de focus en dán pas de ambachtsman

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden