Review

Wat liturgisch voor een agnost wel en niet door de beugel kan

Anthony Kenny: A Life in Oxford. John Murray, Londen (imp. Nilsson & Lamm); geb., 249 blz. ¿ 73.

Anthony Kenny, aan wie dit citaat ontleend is, heeft er ervaring mee. De Britse filosoof, ooit rooms-katholiek priester, is sinds tientallen jaren zelf agnosticus. Althans in het begin van die periode kwam hij nog dikwijls in de kerk. Voor ongelovigen als hijzelf ontwikkelde hij toen de volgende ethisch-liturgische gedragslijn.

Niet alleen bidden mag. Meezingen hoeft evenmin hypocriet te zijn. Kerkliederen drukken weliswaar vaak gevoelens uit waar je geen raad mee weet, maar met dat probleem zitten vele gelovigen ook. Het is de versvorm, vermoedt Kenny, die de regels voor oprecht en onoprecht gedrag wat minder stringent maakt.

Ook sommige atheïsten beamen dit. Van de filosoof Gilbert Ryle vernam Kenny eens dat hij ongelovige kerkbezoekers onder zijn vrienden verdeelde in zingende en niet-zingende atheïsten. Maar er zijn grenzen, vindt de ex-priester. Door de geloofsbelijdenis uit te spreken of ter communie te gaan zou een ongelovige zichzelf al te zeer verloochenen. Het zou bovendien “een belediging (zijn) voor de ernst waarmee gelovigen deze handelingen verrichten”.

Anthony Kenny verstrekt dit recept in 'A Life in Oxford', het onlangs verschenen tweede deel van zijn autobiografie. Hoe hij priester werd, zijn geloof in de kerk - maar nog niet meteen in God - verloor en het ambt verliet, verhaalde hij zonder bitterheid en zelfs ootmoedig in deel 1, 'A Path from Rome'.

Eenmaal priester af, wierp hij zich op de studie van Thomas van Aquino's godsbewijzen - waarvan hij als geestelijke de conclusie maar had te slikken - en dong naar de hand van een presbyteriaanse Amerikaanse. Beiden, Thomas en Nancy, maakten het hem niet makkelijk. De Amerikaanse, diep gelovig, moest er eerst van overtuigd worden dat haar vrijer zich als kandidaat-priester niet zozeer tegenover God als wel tegenover een lagere autoriteit had verplicht levenslang vrijgezel te blijven. Dat lukte. Ook Thomas' vijf godsbewijzen werden van tafel geredeneerd. Allengs kwam Kenny tot de slotsom dat het godsbegrip van de Bijbel, van de traditionele natuurlijke theologie en van rationalistische filosofen inconsistent is.

Werk vond de ex-priester, een dertiger inmiddels, in 1964 in Oxford. Afgestudeerd aan de Gregoriaanse Universiteit in Rome en gepromoveerd op een proefschrift over taal- en godsdienstfilosofie, wist hij zich slechts voor één broodwinning geschikt: een docentschap filosofie. Hij zou het tot hoogleraar brengen, en tot Master (hoofd) van een der oudste colleges, Balliol.

'Oorspronkelijke bijdragen van enige betekenis' aan de wijsbegeerte te leveren, was, zoals hij in de jaren zeventig ging beseffen, niet voor Kenny weggelegd. Bedreven en bedrijvig toonde hij zich wel in de geschiedschrijving van het vak. In dertig jaar publiceerde hij bijna evenveel boeken - over Aristoteles, Descartes, Frege en Wittgenstein, maar ook over Thomas van Aquino, Wyclif, Thomas More, geloof en rede, en het bezit en gebruik van kernwapens.

Van superioriteitsgevoelens jegens de christelijke traditie heeft Kenny nooit last gehad. Met haar vertegenwoordigers is hij vol respect in gesprek gebleven. Vaak bevond hij zich in een parket dat humanisten als Paul Cliteur tot een zekere mate van wanhoop heeft gedreven: een ongemakkelijk soort driehoeksverhouding met vrijzinnige en conservatieve christenen. Het gesprek ging dan over “een of ander traditioneel leerstuk, bijvoorbeeld het geloof dat Jezus opstond uit de dood en een leeg graf achterliet”.

“De ongelovige filosoof en de vrijzinnige christen waren het erover eens dat deze leer, letterlijk genomen, onwaar is. De ongelovige filosoof en de conservatieve christen waren het erover eens dat een christen moest geloven dat het waar is. In discussies met katholieke vrienden nam ik het dikwijls voor twee hoeken van de driehoek op: als katholiek, zo hield ik hun voor, behoorden ze een bepaalde uitspraak te geloven, maar tegelijkertijd betoogde ik dat ze diezelfde uitspraak niet behoorden te geloven, omdat ze onwaar was.”

Een van Kenny's academische hobby's, de stilometrie - zeg maar: het stilistisch onderzoek van teksten met behulp van de computer -, leefde hij onder andere uit op het Nieuwe Testament. Hij vond een treffende overeenkomst tussen Lucas en de Handelingen der Apostelen, maar constateerde ook dat van alle nieuwtestamentische boeken de Openbaring van Johannes in stilistisch opzicht het minst gemeen heeft met het evangelie dat aan dezelfde discipel is toegeschreven. De hypothese dat maar vier van de paulinische brieven van Paulus zelf zijn, bleek zich niet voor stilometrische bevestiging te lenen.

Te beweren dat Kenny zijn lezers met filosofie en theologie vermoeit, zou om twee redenen onbillijk zijn. De eerste is dat hij bevattelijk schrijft; de tweede, dat hij meestal met andere dingen bezig is: academische bestuurszaken, problemen met studenten, fondsenwerving voor zijn college, buitenlandse reizen en politieke activiteiten binnen en buiten het Verenigd Koninkrijk. De man moet in dertig jaar meer werk hebben verzet dan sommige hoogbejaarden in een heel leven.

Om beslagen ten ijs te komen in politiek-filosofische discussies over moord en doodslag, studeerde hij tussen de bedrijven door rechten, op het gevaar af dat kranten hem na afloop voor schut zouden zetten: 'Master van Balliol voor examen gezakt'. Hij slaagde.

Ook in campagnes tegen de Britse en Amerikaanse kernwapenpolitiek roerde de Master van Balliol zich. Aan een diner in Oxford onderhield hij daarover de Amerikaanse minister van defensie Caspar Weinberger. Kenny raakte zo opgewonden dat zijn vrouw hem onder de tafel aanstootte. Hij maakte zijn excuses: “Het spijt me, meneer Weinberger, als ik te ver ben gegaan, maar als u de macht hebt om de wereld te vernietigen, moet u er rekening mee houden dat mensen zich in een gesprek met u opwinden.” “Maar misschien”, antwoordde Weinberger, “heb ik ook wel de macht om de wereld te redden”.

Het was de eerste keer sinds Jezus' Laatste Avondmaal - constateert Anthony Kenny - dat iemand dit aan een diner durfde te beweren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden