Wat ligt er onder het hunebed?

In het museum zijn poppen neergezet voor een beeld van de Trechterbekercultuur. Beeld
In het museum zijn poppen neergezet voor een beeld van de Trechterbekercultuur.

Het hunebed is hot en het decor voor film, musical en kinderboekjes. Volgende maand krijgt het Hunebedcentrum in Borger in Istanbul een prijs voor ’empathische archeologie’. Directeur Hein Klompmaker snakt naar een volgende stap: Opgraven!

Ellis Ellenbroek

Een schouwburg vol kinderen zag twee weken geleden de laatste voorstelling van Oek. De musical over het zoontje van een hunebedbouwer trok sinds oktober 2009 met succes langs de Noord-Nederlandse theaters. Vier Oekjes stonden beurtelings op de planken en nog tientallen andere kinderen.

Dat die prehistorische groepjes zwerfkeien anno 2010 het decor van een musical vormen is misschien opmerkelijk. Maar het hunebed is hot, zegt directeur Hein Klompmaker, geestelijk vader van Oek. En dat komt niet in de laatste plaats door het Hunebedcentrum in Borger, waar Klompmaker directeur van is. Het centrum ontvangt komende maand in Istanbul een Europa Nostra Award, een oorkonde van de Europese Unie, uitgereikt voor verdiensten op het terrein van cultureel erfgoed. Mogelijk neemt Klompmaker tienduizend euro mee naar Drenthe, als het Hunebedcentrum in de categorie educatie, training en bewustwording als beste wordt gekozen. In 2008 ging de Museumprijs van de Bankgiroloterij ook naar Borger.

Klompmaker is al sinds 1988 directeur van het centrum dat vijf jaar geleden een nieuw onderkomen betrok. Hij woont op driehonderd meter afstand en heeft non-stop uitzicht op D27, het grootste van de 54 Nederlandse hunebedden. De mysterieuze grafmonumenten uit de prehistorie blijven hem fascineren. „’s Morgens vroeg als de dauw over het veld ligt, moet je eens bij zo’n hunebed staan. In Drenthe noemen ze het dook, die laaghangende mist van een meter. Ineens zie je daar de bovenste stenen van het hunebed bovenuit. Fantastisch.”

In de nieuwbouw zag het Hunebedcentrum de bezoekersaantallen exploderen van 35.000 per jaar naar zo’n 100.000. De hunebedden vormen het eerste onderwerp in de canon van de Nederlandse Geschiedenis, en zijn meteen ook het enige prehistorische venster daarin.

„Ik denk dat het iets te maken heeft met de tijd waarin we leven”, verklaart Klompmaker de populariteit van de stenen. „We zoeken onze identiteit, in deze globaliserende wereld. Hunebedden zijn mooie ankerpunten, vertrouwde dingen die we altijd al hadden.”

Feitelijk is er nog weinig bekend over de vijftig eeuwen oude grafmonumenten uit de Trechterbekercultuur. Er zijn geen geschreven bronnen over. Klompmaker: „Dat geeft veel ruimte voor de fantasie.” Zonder die fantasie was het Hunebedcentrum vast een dooie boel geweest. Klompmaker en de zijnen bedrijven zoals dat heet ’empathische archeologie’. „We proberen ons in te leven op basis van de kennis die we hebben.”

Hoe versjouwden die Trechterbekerlui die zwerfkeien van twintigduizend kilo het stuk? Met touwen en boomstammen, zien bezoekers in het spannende filmpje waarmee ze een rondgang door het Hunebedcentrum beginnen. „Het is het meest waarschijnlijk dat het zo ging”, zegt Klompmaker. Maar het wemelt eigenlijk nog van de raadselen. „Om te beginnen weten we niet hoe de hunebedbouwers sociaal georganiseerd waren. We denken dat het in familieverband was, we denken dat we iets weten van hoe hun huizen eruit zagen. Maar we weten niets van hun godsdienst of hun relatie tot de natuur. We weten niet hoe ze hun kinderen opvoedden.”

Wie werden er in de hunebedden begraven en hoe ging dat? Ook dat is gissen.

„Het publiek wil mensen van vlees en bloed zien. Daar proberen wij aan te voldoen.” Daarom ook bedacht Klompmaker het ventje Oek. Behalve de musical, verscheen er een tv-serie van 27 afleveringen bij RTV Drenthe. Vorige zomer maakte het dorp Borger zelfs een film over Oek. En het begon met vier boekjes, geschreven door Klompmaker met tekeningen van Roelof Wijtsma.

Het is Klompmaker niet genoeg. Hij wil het mysterie verder ontrafelen en pleit vurig voor het graven in en om de hunebedden, te beginnen bij het hunebed van Borger. Een per generatie, stelt Klompmaker voor, tot nieuwe onderzoekstechnieken het graven misschien onnodig maken.

Het laatste hunebed dat werd opgegraven ligt in het Drouwenerveld, dat was in 1970. In D27 werd in 1685 gegraven, op initiatief van de Groningse dichteres Titia Brongersma. Zij schreef toen dat er ruwgevormde potten en wat menselijke botten waren gevonden, maar de vondsten zijn spoorloos helaas. Een paar jaar geleden kwam René Edens uit Borger wel een doos met resten uit D27 naar het Hunebedcentrum brengen. In 1983 had de toen 13-jarige Edens wat zitten peuteren met een stokje in het hunebed en de vondsten al die tijd bewaard. Onderzoek wees uit dat er in zijn doos scherven uit de Trechterbekercultuur zaten, en menselijke crematieresten, maar die dateerden uit de Vroege Bronstijd, tweeduizend jaar later. Edens deed zijn ’opgravingen’ op het moment dat men net begonnen was hunebedden met gasbetonblokken te verzegelen, tegen schatgraverij.

Klompmaker popelt om het schatgraven, uiteraard op verantwoorde wijze, voort te zetten. Zijn er archeologische vondsten die meer vertellen over het Trechterbekervolk? Zijn er sporen die vertellen of zij de oer-Drenten waren of misschien nog voorgangers hadden? Is er in de omgeving iets van een dorpje geweest? Vooralsnog is Klompmaker een roepende in de woestijn. Graven in hunebedden is verboden, omdat het vernietigen van bodemarchief zou zijn. Alleen als er in de buurt gebouwd wordt, mogen archeologen in de bodem kijken.

Klompmaker, met spijt: „Ons beeld van de prehistorie hangt dus af van wat we met wegen, spoorwegen of andere uitbreidingsplannen doen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden