Wat lezen de leiders?

Nero en Stalin schreven gedichten. Hitler hield van Karl May. En wereldleiders van nu lezen ook wel eens een roman. Maar welke? En beïnvloeden ze hun politieke keuzes? Rob Schouten onderzocht de literaire voorkeuren van de machtigen der aarde. De Amerikaanse Ayn Rand en meer nog de Braziliaan Paolo Coelho kunnen op forse aanhang rekenen. Wat zijn dat voor goeroes? Welke boodschap verkondigen hun romans?

Welke romans, verhalen en gedichten u en ik het liefste lezen, kunnen we geregeld opmaken uit de wekelijkse toptiens van meest verkochte boeken en uit de publieksprijzen voor literatuur. Maar wij zijn slechts machteloze burgers, onze smaak weerspiegelt wel van alles maar bewerkstelligt weinig. Misschien veranderen Kluun en Connie Palmen onze dagelijkse inzichten een tijdje, maar veel invloed op de wereldgeschiedenis zal onze favoriete lectuur niet hebben.

Anders ligt het bij de groten der aarde, de wereldleiders. Wat lezen zij eigenlijk, welke boeken hebben het in zich om belangrijke politici te verleiden en met hun gedachtengoed de loop der geschiedenis al was het maar een beetje te beïnvloeden?

Over de literaire voorkeur van veel grootheden tasten we in het duister, een geheim dat misschien wel afdekt dat ze nauwelijks lezen, maar van een van de eerste grote wereldleiders weten we in elk geval welke schrijver hem gevormd heeft. Alexander de Grote heeft Aristoteles gelezen, geen twijfel aan, hij werd namelijk een tijdlang door de grote Griekse wijsgeer opgevoed, en je zou kunnen zeggen dat het wereldrijk dat Alexander stichtte mede geïnspireerd is door Aristoteles’ ideeën. Zo’n directe band met een groot schrijver is voor weinigen weggelegd. Bij andere machthebbers lagen de literaire invloeden veelal op het nachtkastje. Of ze daar veel goeds of kwaads hebben aangericht, is niet altijd duidelijk. Adolf Hitler bijvoorbeeld bezat een heuse bibliotheek in zijn Berghof, van 1200 boeken. Ze staan inmiddels als Third Reich Collection op de derde verdieping van het Jefferson-gebouw in Washington, als onderdeel van het Library of Congres. Maar heeft hij ze ook gelezen?

Hij pochte wel op zijn boekenkennis, beweerde bijvoorbeeld ’aus ’Parsifal’ baue ich meine Religion’, maar van zijn werkelijke leesgedrag weten we weinig meer dan dat hij dol was op de verhalen over Old Shatterhand en Winnetou. Een Duitse generaal zag in 1933 Karl May nog op het boekenplankje bij het bed van de Führer staan en volgens Albert Speer gebruikte Hitler Winnetou soms om zijn generaals de waarheid te zeggen. May en Wagner dus, wat dat betreft was hij niet kieskeurig, zoals hij dat ook niet in zijn muzikale smaak was, getuige zijn voorliefde voor het lied ‘In meiner Badewanne bin ich Kapitün’.

Van die andere tiran, Stalin, weten we dat hij in zijn jeugd zelf gedichten heeft geschreven (een hebbelijkheid die hij trouwens deelt met dictators als Nero, Mao Zedong, Kadafi en Saddam Hoessein) en dat zijn favoriete auteur Maxim Gorki was. Niet verwonderlijk die laatste: als beschrijver van de zorgen en de strijd van het proletariaat paste hij precies in Stalins denkwereld, waarschijnlijk heeft de schrijver de politicus eerder bevestigd dan uitgedaagd in zijn denkbeelden.

Ook van minder omstreden staatslieden is hun literaire voorkeur soms genoegzaam bekend. Zo was de favoriete schrijver van Franklin D. Roosevelt Mark Twain. Er is zelfs een hardnekkig gerucht dat de term ’New Deal’ die Roosevelt lanceerde, afkomstig is uit een boek van Twain. Roosevelt zelf zei: „Als mensen van mijn woordkeus en mijn stijl van spreken houden, is dat hoofdzakelijk vanwege mijn voortdurende bestudering van Twains werken.” Ronald Reagans favoriete roman was dan weer ’Lord Jim’ van Joseph Conrad, echt hét boek voor iemand die graag een held wil zijn. Met Jim loopt het, na aanvankelijke successen, echter niet goed af. Voor wereldleiders kan zo’n boek alleen maar een waarschuwing zijn.

Over de literaire smaak van tegenwoordige kopstukken zijn we in het algemeen aardig ingelicht, maar schrik niet. Zo is van de Britse premier Tony Blair bekend dat Ivanhoe zijn favoriete romanheld is. Of deze voorkeur tot stand is gekomen na een langdurige worsteling met andere literatuur moet echter ernstig betwijfeld worden. Toen de premier eens werd voorgesteld aan de bekende Engelse romancier Ian McEwan zou hij gezegd hebben: „Ik ben een echte liefhebber van uw werk, ik heb thuis twee schilderijen van u hangen.”

Ook van George Bush’ literaire voorkeuren hoeven we niet wakker te liggen. De man is een notoire anti-intellectueel. Op een galadiner voor journalisten verbaasde first lady Laura Bush (zelf verslaafd aan ‘Desperate Housewives’ overigens) zich erover dat ze haar man nota bene in een bibliotheek had leren kennen, een atypische omgeving voor zo’n niet-lezer.

In de neo-conservatieve omgeving van Bush wordt echter wel degelijk gelezen. Een schrijfster die daadwerkelijk enige invloed op de Amerikaanse politiek heeft gehad is Ayn Rand, de favoriete auteur van bijvoorbeeld de voormalige baas van de Amerikaanse centrale bank Alan Greenspan. Ook de inmiddels onder vuur liggende directeur van de wereldbank en voormalig Amerikaans onderminister voor buitenlandse zaken, Paul Wolfowitz, is een liefhebber, net zoals bij ons ex-eurocommissaris Frits Bolkestein, naar het schijnt. En Margaret Thatcher.

Het werk van Ayn Rand (1905-1982), met haar eigen Ayn Rand Institute in California een heus monument, heeft dan ook alles om sterke mannen te begoochelen. Rand, in de jaren twintig van de vorige eeuw geëmigreerd uit het boze communistenrijk Rusland, bezingt in haar romans het kapitalisme en de zelfzucht. Haar bekendste werk, en ook nog steeds in Nederlandse vertaling (‘De eeuwige bron’) verkrijgbaar, is ’The Fountainhead’, uit 1943. Howard Roark, een briljante Einzelgünger, wordt door allerlei kleingeestige en traditionele lieden dwarsgezeten maar met ijzeren wilskracht overwint hij alle tegenslagen, vergaart roem en geld en ook nog eens het hart van de bloedmooie en hyperintelligente Dominique.

’The Fountainhead’ is een romantische keukenmeidenroman en een ideeënroman ineen. Een boek waarin egoïsme als deugd wordt voorgesteld. Alleen als zelfzuchtige individuen de ruimte krijgen, komt een maatschappij tot bloei. De mens is een heroïsch wezen dat vooral zijn eigen levensgeluk moet najagen. Ayn Rand belichaamt met haar, ondanks de nogal clichématige karakters overigens wel degelijk meeslepende romans niet alleen het typisch Amerikaanse gedachtengoed dat materiële welvaart de beloning is voor het goede in de mens (en omgekeerd armoede betekent dat je iets fout doet), maar door haar invloed op sommige politici propageert ze die gedachte ook nog eens. Wie bij Wikipedia de titels van haar voornaamste boeken intypt, ’The Fountainhead’ en ’Atlas Shrugged’, ziet dat de gemeente nog steeds breedsprakig haar ideeën evangeliseert.

Maar de meest invloedrijke schrijver van onze tijd is ongetwijfeld de Braziliaan Paolo Coelho. Hij telt zowel ex-president Bill Clinton als popster Madonna onder zijn fans. De Japanse regering nodigde hem onlangs uit voor een serie lezingen, oud-premier Sjimon Peres van Israël loopt met ‘m weg en de Franse president Jacques Chirac speldde hem zelfs het Legion d’Honneur op. Wat maakt hem tot goeroe van al deze leiders? Coelho is een oude hippie die in de loop der jaren door de geest van de New Age is aangestoken. In zijn romans beschrijft hij de spirituele zoektocht van de mens naar zingeving. Er zit een religieuze maar nergens dogmatische toon in, die kennelijk koren op de molen is van nobele politici die uit zijn op een betere wereld van vrede en harmonie.

Anders dan Ayn Rand propageert hij juist tolerantie en verdraagzaamheid. Zijn beroemdste boek is allicht ’De alchemist’, een wereldwijde bestseller. Het verhaal gaat over een eenvoudige herdersjongen, Santiago, die ’s nachts droomt van een verre schat in een Egyptische piramide. Onderweg ontmoet hij allerlei personen die hem verder helpen op de spirituele weg naar inzicht.

Ook Coelho’s deze week in het Nederlands verschenen roman ’De heks van Portobello’ lijkt geknipt voor de zoekende mens die de politicus in zijn vrije tijd graag is. Het door een Libanees stel geadopteerde zigeunermeisje Athena verbluft de wereld met haar spirituele danssessies maar er zijn er ook die haar als een soort moderne heks beschouwen. Denk niet dat het haar allemaal komt aanwaaien, ook zij kent almaar moeite en onbegrip en moet soms uitpuffen bij haar geestelijke moeder, een arts in het verre Schotland die haar bijpraat over de cultus van ’de Grote Moeder’.

Coelho windt geen doekjes om zijn bedoelingen met deze roman, die zoiets als het vrouwelijke element in de Westerse cultuur beoogt te injecteren. Athena’s levensverhaal begint met de regels: „Je steekt een lamp niet aan om hem achter een deur te verbergen: licht is bedoeld om je omgeving te verlichten, je ogen te openen, de wonderen om je heen zichtbaar te maken.” En de laatste woorden luiden maar liefst: ’de liefde is’. Maar nog meer dan het onverminderde spirituele bombardement van Coelho treft het verhaal van Athena zelf, verteld door haar omgeving: vader onbekend, de wereld verzaakt, gruwelijke dood maar bij nader inzien toch weer verder levend om haar boodschap te verbreiden.

Lezers die dan geen ridder of nobele indiaan believen te zijn, kunnen zich in ‘De heks van Portobello’ altijd nog met een onmiskenbare Jezusfiguur identificeren. En dat is misschien wel de hoogste droom van wereldleiders.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden