Wat kunnen we leren van eerdere crises?

Een handelaar op 19 oktober 1987. Op die dag stortten de beurzen wereldwijd volledig in.Beeld ANP

De Nederlandse economie krimpt dit jaar met 0,6 procent, bleek gisteren uit prognoses van de Europese Commissie. Het begrotingstekort komt uit op 3,6 procent, ruim boven de toegestane 3 procent. De tegenvallende cijfers komen bovenop slecht nieuws van het Centraal Bureau voor de Statistiek een dag eerder.

De werkloosheid stijgt fors en het consumentenvertrouwen is dieper weggezakt. Het Centraal Planbureau maakt volgende week voorspellingen voor dit en volgend jaar bekend: nog meer onheil voor het kabinet. Wat is het antwoord? Meer bezuinigen? Het kabinet-Rutte II kan leren van eerdere crises: niet hardnekkig op het eigen pad blijven.

De jaren dertig: te harde gulden
Halsstarrigheid van de kabinetten Colijn heeft de crisis in de jaren dertig in Nederland erger gemaakt dan nodig was. De regering vond een sluitende begroting zeer belangrijk. Het tekort op laten lopen om de economische groei te bevorderen, was taboe.

Nederland zat met de gulden in de Gouden Standaard, een systeem van vaste wisselkoersen. Harde afspraken tussen de landen, zoals nu in de eurozone, waren er toen niet. Men vertrouwde er wel op dat overheden hun tekorten binnen de perken hielden en de geldpers niet aanzetten om schulden te financieren.

In 1931 klapte het systeem feitelijk uit elkaar omdat Groot-Brittannië met zijn pond de Gouden Standaard verliet. Nederland hield echter hardnekkig vol dat de gulden aan het goud gekoppeld moest blijven onder het motto 'Wij zijn geen muntbedervers'. Gevolg was dat de export in elkaar zakte omdat de Nederlandse waar veel te duur werd. Net zoals nu in Griekenland of Portugal moest Nederland de concurrentiekracht weer opvijzelen door prijzen en lonen te laten dalen. Dat was een zeer pijnlijk proces. In 1935 was de werkloosheid gestegen tot 20 procent van de beroepsbevolking.

Pas in 1936 liet Nederland de Gouden Standaard los. Achteraf gezien hebben de Nederlandse kabinetten uit die tijd de beleidsvrijheid die ze wel hadden, niet benut. Principes - een sluitende begroting, een sterke munt - gingen lang boven het lot van de burgers.

 
Halsstarrigheid van de kabinetten Colijn heeft de crisis in de jaren dertig in Nederland erger gemaakt dan nodig was
Een foto uit 1929. Mensen rennen naar de bank om hun spaargeld op te halen in Millbury, Massachusetts nadat de beurs op Wall Street is ingestort.Beeld ANP

De jaren '70 en '80: overheid aan zet
De jaren na de oorlog had Nederland goed gedijd op het stimuleren van de economie. De overheidsuitgaven stegen fors, de werkloosheid werd prettig laag. In de jaren zeventig kwam er de klad in. De overheid wilde aan zoveel economische knoppen tegelijk draaien dat het contraproductief werd. Er was een hoge lastendruk, de lonen en de inflatie stegen hard. Bedrijven zaten krap bij kas. De export bood geen verlichting. Nederlandse producten waren te duur. De wereld zuchtte onder de oliecrises (1973 en 1979).

De kabinetten-Den Uyl en Van Agt-Wiegel hadden geen goed antwoord op de crisis. Verhoging van de overheidsuitgaven werkte niet meer. Pas in 1982, met de komst van het eerste kabinet-Lubbers, ging het roer om. Onder het motto 'no nonsense' snoeide het kabinet hard in de overheidsuitgaven en verlichtte het de lasten om de koopkracht op peil te houden. Vanaf de jaren tachtig ging de welvaart weer gestaag omhoog, geholpen door stijgende huizenprijzen, ruimere kredietverlening en de grotere toestroom van vrouwen naar de arbeidsmarkt.

De driedubbele dip: te veel bezuinigen?
Vergeleken bij de vrijheid die kabinetten in de jaren zeventig en tachtig nog hadden om eigen beleid te bepalen, is de speelruimte nu kleiner. De muntunie is een nog strakker korset dan de Gouden Standaard uit de jaren dertig. Eruit stappen is een hachelijke onderneming voor een open economie als Nederland.

Met de concurrentiekracht is nu, anders dan in de jaren zeventig, niets mis. De export draait goed, rekening houdend met de omstandigheden dat veel handelspartners ook een recessie beleven. Nederlandse spullen zijn niet te duur, bedrijven zitten goed bij kas.

Maar de Europese muntunie schrijft wel voor dat het begrotingstekort laag moet zijn, net als in de jaren dertig. Het kabinet kan daar moeilijk van afwijken omdat het juist al jaren pleit voor strakke begrotingsdiscipline om de eurocrisis te bestrijden.

Binnenlands is er wel speelruimte voor eigen beleid, maar die wordt niet goed benut. Net zo halsstarrig als in de jaren dertig en zeventig houden opeenvolgende kabinetten ook nu vast aan heilige huisjes. De hypotheekrente-aftrek is lang ongemoeid gelaten, het pensioenstelsel moet nog hervormd. Het gevolg is een onzekere consument die met geen mogelijkheid te bewegen is om geld uit te geven. Onlangs is dan wel een woonakkoord gesloten. Maar dat roept nog zoveel vragen op dat het de vastgelopen huizenmarkt niet meteen in beweging zal zetten.

 
Onder het motto 'no nonsense' snoeide het kabinet hard in de overheidsuitgaven en verlichtte het de lasten om de koopkracht op peil te houden
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden