Wat kun je doen met een koepel?

Drie koepelgevangenissen gaan eind dit jaar dicht. Die in Breda staat al leeg. Het Rijk moet op zoek naar een nieuwe bestemming.

Alle 208 celdeuren staan open, de sloten zijn eruit. De koepel in Breda is geen gevangenis meer. Het Rijksvastgoedbedrijf zet hem te koop, net als de koepels in Arnhem en Haarlem. Justitie heeft ze niet meer nodig, maar wat valt er van deze rijksmonumenten te maken?

Vijf teams van jonge architecten en ontwikkelaars uit Nederland en Turkije buigen zich sinds gistermiddag over die vraag. De workshop, genaamd De Olifantenkooi, denktank voor ingewikkelde ruimtelijke vraagstukken, is opgezet door Architectuur Lokaal. De deelnemers brengen morgenmiddag verslag uit aan het Rijksvastgoedbedrijf. Dat kan met de adviezen doen wat het wil, de scenario's zijn vrijblijvend.

Maar het kan er ook echt wat aan hebben. Want de koepel daagt potentiële kopers wel uit: de verwarmingskosten zijn torenhoog en de akoestiek is beroerd. Wie aan de ene kant van de ronde vloer zijn mond open doet, vindt aan de andere kant gehoor, maar niet in het midden van de cirkel. Daar zijn de lijnen getrokken van drie volleybalveldjes, waar opslag en smashes meervoudig galmend terugkeren. Zoek dan maar eens slimme oplossingen zodat de koepels toch bruikbaar zijn als hotel, welnesscentrum, marktplaats, theater, manege, wooncomplex met binnentuin, bedrijventerrein of wat dan ook. Misschien toch een gevangenis. Met belangstelling uit België, Noorwegen en Zwitserland lijkt de huisvesting van buitenlandse gevangenen een groeimarkt, constateert Indira van 't Klooster, initiatiefnemer vanuit Architectuur Lokaal. Eind vorig jaar zochten de teams naar oplossingen voor de wijk Saracoglu in Ankara, de koepels vormen de Nederlandse tegenhanger: in beide gevallen gaat het om monumenten, economische druk en het maatschappelijk belang van beeldbepalende gebouwen waar de betrokken stad graag een nuttige functie aan geeft.

Vandaag zitten de teams de hele dag in Breda. Elke deelnemer heeft getekend voor geheimhouding van de bouwtekeningen, want Arnhem en Haarlem hebben nog tot eind dit jaar gevangenen binnen de muren.

Breda is de mooiste van de drie koepels, vindt Robert Meijer van de Dienst Justitiële Inrichtingen. Hij schreef vorig jaar het boek 'Bajes met een ziel', nadat de laatste gedetineerde uit Breda was overgeplaatst. Het complex van Haarlem is compacter, mist de monumentale toegangspoort en heeft net als Arnhem geen vrouwenvleugel en geen rechtbank. Maar het belangrijkste verschil zit hem in de glazen vloer die Breda nog maar zestien jaar geleden kreeg. Die geeft de koepel grandeur. Onder het glas, in de kelder bouwde Breda recreatieruimtes. Daardoor kwamen er boven zestien cellen bij. Die waren eind vorige eeuw nog hard nodig. Misschien toch niet zo'n gekke bestemming, een gevangenis.

Panopticum-principe

De koepels van Arnhem en Breda zijn vanaf 1882 gebouwd en in 1886 in gebruik genomen. Het ontwerp is van justitiearchitect Johan Frederik Metzelaar, die het panopticum-principe overnam van de Brit Jeremy Bentham: vanuit het midden van het cirkelvormige complex konden bewakers de gevangenen constant in de gaten houden. Metzelaarszoon Willem Cornelis ontwiep de koepel in Haarlem, die op een wat compacter terrein staat. Hij tekende ook het huis van bewaring en het gerechtsgebouw dat samen met de vrouwengevangenis, de koepel en een kerk de Penitentiaire Inrichting Breda vormt. In PI Breda konden 450 gevangen terecht, van wie 248 in de koepel.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden