Wat kan de ECB doen tegen dalende inflatie?

Bestuur Europese Centrale Bank bijeen. Verdere renteverlaging lijkt nauwelijks mogelijk.

JAN KLEINNIJENHUIS

De inflatie in de eurozone is in december opnieuw gedaald, tot 0,8 procent op jaarbasis. Dat is een tegenvaller voor de Europese Centrale Bank (ECB), waarvan het bestuur morgen bijeenkomt om te bepalen wat er moet gebeuren met de rentestand in de muntunie. De steeds lagere inflatie is een van de grootste uitdagingen waar de ECB mee kampt.

Vooraf rekenden economen er nog op dat de inflatie stabiel zou blijven op het niveau van november, toen de geldontwaarding 0,9 procent op jaarbasis bedroeg. In oktober werd een laagterecord van 0,7 procent genoteerd, voornamelijk als gevolg van flink gedaalde prijzen voor energie en brandstof. Omdat die prijzen vaak sterk schommelen - net als de prijzen voor voedingsmiddelen - kijken economen van de ECB liever naar de zogeheten kerninflatie, waarin energie en voeding niet worden meegeteld. Die kerninflatie kwam in december uit op het laagste niveau sinds de invoering van de euro.

De Europese Centrale Bank streeft naar een inflatie die onder, maar dichtbij de 2 procent op jaarbasis ligt, maar dat is al geruime tijd niet het geval. Beleidsmakers in Europa zijn bang dat met de geringe economische groei en hoge werkloosheid de huidige lage inflatie beklijft, of zelfs negatief wordt.

Een periode van aanhoudende prijsdalingen - zogeheten deflatie - betekent weinig goeds voor de Europese economie. Consumenten zijn dan geneigd aankopen uit te stellen, waardoor bedrijven minder produceren en de werkgelegenheid afneemt. Het kan leiden tot een vicieuze cirkel van dalende prijzen en afnemende economische activiteit. Met name in een aantal zuidelijke Europese landen - Griekenland voorop - is al sprake van flinke prijsdalingen. Vorige maand waarschuwde 's werelds grootste obligatiebelegger Pimco nog dat de eurozone 'slaapwandelend' een periode van deflatie zal ingaan.

Na de scherpe daling van de inflatie in oktober besloot de ECB het rentetarief in de eurozone terug te brengen tot het historisch lage niveau van 0,25 procent. ECB-president Mario Draghi liet toen weten dat de inflatie nog geruime tijd laag blijft, maar dat de ECB klaarstaat om in actie te komen als dat nodig is.

Vraag blijft wat de ECB nog kan doen. Een verdere renteverlaging is met het huidige niveau nauwelijks mogelijk. Wellicht komt een nieuwe ronde van onbeperkte, goedkope leningen aan het bankwezen op tafel, maar het nadeel daarvan is dat banken niet erg geneigd zijn meer geld uit te lenen. Een andere mogelijkheid is dat de ECB geld vraagt aan banken die geld willen stallen. Die zogeheten depositorente staat momenteel op nul, maar president Draghi liet eerder weten een negatieve rente niet uit te sluiten.

Japan
Wie een paar jaar geleden voorspeld had dat Japan een hogere inflatie zou kennen dan de eurozone en de Verenigde Staten zou waarschijnlijk voor gek zijn verklaard. Het land kampt al jaren met lange perioden van hardnekkige prijsdalingen. Na het knappen van een gigantische vastgoedzeepbel is het beleidsmakers nooit meer echt gelukt de economie goed aan de praat te krijgen. Maar sinds het aantreden van de huidige premier Abe is er iets veranderd. Onder invloed van veel retoriek, en een forse vergroting van de geldhoeveelheid, lukt het hem vooralsnog de inflatie aan te jagen. Dat moet ervoor zorgen dat de spaarzame Japanse burgers hun geld weer gaan uitgeven, de economie groeit en de staat de kans krijgt zijn enorme schulden af te lossen. Critici noemen 'Abenomics' - zoals Abe's economische beleid is genoemd - een enorme gok waar het land uiteindelijk een hoge prijs voor moet betalen. Maar Abe zelf houdt vast aan zijn beleid. Gisteren pleitte hij nog voor een Japanse equivalent van het Nederlandse akkoord van Wassenaar. Maar in plaats van loonmatiging ziet Abe vooral heil in fors hogere salarissen.

De Verenigde Staten
Zou ECB-president Mario Draghi soms jaloers naar de overkant van de oceaan kijken, naar hoeveel flexibiliteit zijn collega's van de Federal Reserve hebben om de Amerikaanse economie te stimuleren? Feit is dat in de VS het stelsel van centrale banken meerdere doelstellingen heeft: én een (relatief) lage inflatie, én een lage werkloosheid. Soms ligt het accent meer op het één, dan weer op het ander. Momenteel geven de afzwaaiende voorman Ben Bernanke en zijn opvolger Janet Yellen voorrang aan het omlaag krijgen van de werkloosheid. De grote sommen geld die daarvoor in de economie worden gesluisd kunnen op termijn inflatie veroorzaken, maar daarover heeft bijna niemand het in de VS. Sterker nog: de inflatie blijft zelfs bij het zeer stimulerende beleid laag, voor Amerikaanse begrippen zelfs zeer laag. Maar, zo waarschuwen economen, nu de Amerikaanse economie aantrekt wordt het wel tijd te gaan letten op de verwachtingen voor toekomstige inflatie. Het duurt vaak lang voordat de gevolgen van monetair beleid in de economie zichtbaar worden. Als de inflatie plots flink toeneemt, is de centrale bank al te laat met de bestrijding ervan.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden