Wat je kan leren van Goofy en oom Dagobert

De kast puilt uit van de verantwoorde jeugdliteratuur. Maar zoon (10) leest alleen de Donald Duck. Wat nu?

’Sjakie en de chocoladefabriek’ ligt al jaren voor hem klaar. Maar zoon (10) heeft niks met Sjakie, of met welke literaire held dan ook. Zijn leesdieet is even consequent als eenzijdig: drie maal daags de Donald Duck. Kan dat kwaad?

„Ik was vroeger fel tegen”, zegt Helma van Lierop, hoogleraar kinder- en jeugdliteratuur aan de universiteit van Tilburg. Maar als moeder van twee zonen moest ze een beetje bakzeil halen. „Mijn jongste van 21 leest nog steeds de Donald Duck.” Kwaad kan dat volgens haar niet.

Maar boeken hebben meer in hun mars: ze verrijken de woordenschat, het tekstbegrip en het wereldbeeld. Haar jongste zoon las vroeger zelf niet graag, daarom las Van Lierop hem voor. „Dat deed ik tot in het gymnasium.”

Haar eerste tip voor ouders van Donaldverslaafden luidt dan ook: blijf boeken voorlezen! Stop niet abrupt na het verzameld werk van Nijntje, Muis en Kikker. Houd niet op zodra kinderen zelf kunnen lezen. Want de literaire vlam, zo zorgvuldig aangewakkerd vanaf de peutertijd, kán doven.

Zeven- en achtjarigen moeten zich door simpele zinnetjes heenworstelen: ’Jan zit op de wip en Miep ook’. Ze leveren een enorme inspanning, maar krijgen daar geen mooi verhaal voor terug.

„Veel kinderen uit groep 3 en 4 stoppen om die reden tijdelijk met lezen,” aldus de hoogleraar. Of ze grijpen alleen nog maar de Donald Duck.

’Vooral laten lezen’, zo luidt Van Lierops advies. Maar begin wel een gesprek over de strips. Niet op afkeurende toon: ’Zit je nu alweer met dat flutblaadje op schoot?’ Toon liever oprechte belangstelling: ’Wat lees je, waar lach je om, wie vind je leuker, Donald of Goofy, wat leer je van oom Dagobert Duck?’

Kinderen vinden het vaak leuk om hierover te praten. Zo’n gesprek biedt hun ouders meteen inzicht in hun voorkeuren, aldus Van Lierop. „Probeer daarbij aan te sluiten.” Laat je adviseren door school of bibliotheek, zoek zelf een geschikt boek en leg het je kind voor: ’Dit gaat óók over vriendschap tussen dieren, wil je het eens proberen?’

Maar wat als die literaire zieltjeswinnerij op niets uitloopt? Als zoon stug vasthoudt aan de Donald Duck? Niet na één keer opgeven, zegt Van Lierop. „Gewoon blijven proberen.”

Wie weet volgen op de eend ooit Tonke Dragt, Roald Dahl of Edward van de Vendel. En als oom Donald niet het lezen stimuleert, dan misschien wel het schrijven. Uit Donald Duck nr. 17-2010 (30 april), van de 8-jarige Mart Kaper: „Ik ben mijn eigen boek aan het schrijven, ’Oekie Droekie het insectje’. Ik heb ook bedacht hoe u rijk kunt worden. Schrijf een boek, verkoop het in boekhandels en het geld gaat binnenstromen!”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden