’Wat je hier ziet is pure rancune’

In de Keniase Riftvallei zijn de wonden van het etnisch en politieke geweld overduidelijk. Ook gisteren zijn ten minste 19 mensen verbrand.

Rijdend door de Riftvallei kan het oog onmogelijk ontsnappen aan de verwoestingen. Zwartgeblakerde huizen, gesloopte elektriciteitsmasten, uitgebrande auto’s en vrachtwagens, puinhopen van as op de wegen. Her en der branden nog akkers.

Dit zijn de direct zichtbare openlijke gevolgen van het geweld dat in Kenia losbarstte in de dagen na de stembusgang van 27 december. Volgens tellingen van het persbureau AFP zijn al zeker 850 mensen omgekomen. Dit weekeinde verbrandden meer dan negentien mensen in hun huizen, die werden aangestoken door etnische en politieke belagers.

Dan zijn er de tienduizenden vluchtelingen die schuilen bij kerken en politiebureaus of opeengepakt zitten in overvolle opvangkampen. Volgens de ontwikkelingsorganisatie World Vision, actief in het gebied, zijn er ook gezinnen die lukraak en radeloos door de Rift voortkruipen. Soms zitten ze met z’n honderden op verlaten, moeilijk te bereiken plekken.

Rond de katholieke kerk in Burnt Forest is sinds drie weken een nooddorp van golfplaten huisjes ontstaan met enkele duizenden inwoners, gevluchte arme boerenfamilies, door brandstichters van hun erven gejaagd. De kerk zelf ligt vol met matrassen. Een paar mannen staan zakken te vullen met maïskorrels. „De laatste oogst van onze akkers, klaar om te worden gemalen”, zegt één van hen. Met gevaar voor eigen leven hebben de mannen de maïs uit hun schuren gehaald en op een kar geladen. Nu is er tenminste eten.

Burnt Forest ligt in het westen van Kenia. Aan weerszijden van de hoofdweg gapen de gaten van compleet uitgebrande winkels. „Wat je hier ziet is pure rancune”, zegt Mary Njeri, staand achter de toonbank van haar levensmiddelenwinkeltje. Aan een van de schappen is het ingelijste portret van president Kibaki gespijkerd. Uiteráárd is Njeri van de Kikuyu-stam, net als de president. De kans om zijn foto aan te treffen in een winkel van iemand van het Kalenjin volk is nihil. „We leven hier met gemeenschappen die niet willen werken. Als wij hier allemaal vandaan zouden gaan, zullen ze niets meer te eten hebben. Ze eten van ons”, beweert de vrouw.

De uitgebrande winkels naast de hare blijken van Kalenjins te zijn. Aan de overkant van de weg zijn het winkels van Kikuyu’s die werden verbrand. John Kamau’s verfwinkel is van het rijtje de enige zaak die open is. „‘Jullie moeten weggaan, de stad verlaten’ dreigen Kalenjins ons”, zegt Kamau. „Het is hier niet erg veilig”, zegt hij met Keniaans gevoel voor understatement.

Op honderd meter van de verfwinkel hangen ze rond, de jongeren van Kalenjin-origine. Sommigen zitten op stenen. „Als onze leiders oproepen tot demonstraties gooien we de stenen weer de weg op”, zegt de brutaalste van het stel. „We hebben toch geen werk en zijn boos dat Kibaki de verkiezingsoverwinning heeft gestolen.” Het opwerpen van barricades lijkt voor hen een soort nieuwe baan. Kikuyu’s beweren dat de jongeren ervoor worden betaald. Veel Kikuyu’s in de Riftvallei denken dat het voor hen nog onveiliger zou zijn als Kibaki niet zou zijn ’herkozen’, omdat ze nu nog bescherming krijgen.

De ex-chef van de VN, Kofi Annan, blijft vandaag en morgen in Kenia om te helpen de crisis te bezweren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden