Wat is populisme?

De president van Turkije Recep Tayyip Erdoğan. Beeld Fadi Nadrous

Populisten die aan de macht komen, binden niet in, zoals vaak wordt gedacht. Ze proberen dan juist de basale democratische rechten in te perken, waarschuwt populismekenner Jan-Werner Müller in zijn nieuwe boek.

Populisme is een omstreden begrip, zegt politicoloog Jan-Werner Müller, die morgenavond in Utrecht een lezing houdt bij het verschijnen van de Nederlandse uitgave van zijn boek ‘Wat is populisme?’. “In Europa worden politici te pas en te onpas voor populist uitgemaakt. De meesten, zoals Geert Wilders, vinden dat vervelend. Anderen, onder wie de Franse Front National-leider Marine Le Pen en de Hongaarse premier Viktor Orbán, zien de aanduiding als geuzennaam, omdat ze ‘voor het volk’ werken. Wat het extra verwarrend maakt, is dat populisme verschillende vormen aanneemt. In de Verenigde Staten is het historisch gezien meestal links, in Europa vooral rechts. Er bestaat helaas geen ‘populistisch manifest’ waarin je de grondslagen kunt opzoeken.”

Mensen associëren populisme met simpele ideeën tegen de gevestigde orde, aantrekkelijk opgedist voor de laagopgeleide, gefrustreerde massa. Dekt dat ongeveer de lading?

“Nee. Geen van deze kenmerken is uniek voor het populisme. Niet iedereen die een elite of machtige groep bekritiseert, is meteen een populist. Van oudsher was je juist een goede democratische burger als je de machthebbers nauwlettend in de gaten hield. In feite strijden zelfs alle nieuwe Amerikaanse presidentskandidaten tegen de gevestigde orde, want ze zetten zich vrijwel standaard af tegen de zittende president.

“Simplistische voorstellen zijn ook niet onderscheidend voor het populisme. Je kunt vaak niet eens een scherpe grens trekken tussen ‘eenvoudig’ en ‘voldoende complex’. En dan die 19de-eeuwse gedachte dat domme massa’s vanzelf achter een demagoog met eenvoudige ideeën aanlopen... Dat is niet per se onwaar, maar het heeft een nogal normatieve ondertoon. Je vertelt die mensen eigenlijk dat ze stom zijn - dat is niet erg bevorderlijk voor de democratie.”

Wat is populisme dan wel?

“Populisme drijft op een kunstmatig onderscheid tussen het volk en de elite en gaat altijd gepaard met antipluralisme. Dat wil zeggen: populisten eisen het morele monopolie op om als enige de vertegenwoordigers te zijn van ‘het volk’, ook wel ‘de zwijgende meerderheid’ genoemd. Tegelijkertijd doen ze er alles aan om hun tegenstanders te delegitimeren. De Turkse president Erdogan roept: ‘Mijn partij en ik zijn het volk’, en tegen zijn critici: ‘Wie zijn jullie nou helemaal?’. President Donald Trump zei tijdens zijn inauguratietoespraak: ‘De macht is vandaag teruggegeven aan het volk’. Kortom: als hij regeert, regeert het volk. Dit vormt de kern van het populisme. Tijdens zijn campagne zette Trump zijn concurrente Hillary Clinton weg als een vijand van het volk. Hij betoogde zelfs dat ze de gevangenis in moest.”

Wilders wil niet dat media hem ‘populist’ noemen, want dat vindt hij denigrerend. Heeft hij een punt?

“Dat is alsof Noord-Korea zegt: ‘Noem ons geen dictatuur, want dan beledig je ons’. Ik gebruik de term ‘populist’ niet als belediging, maar als beargumenteerde kwalificatie. Het maakt mij niet uit hoe Wilders genoemd wil worden. Hij voldoet onmiskenbaar aan de definitie, want hij zegt te spreken namens het volk en is voortdurend bezig om tegenstanders en democratische instituties te delegitimeren. Hij spreekt van een nepparlement en van neprechters. Dat maakt de PVV populistisch en een gevaar voor de democratie.”

(Tekst gaat verder onder de foto) 

PVV-leider Geert Wilders deelt flyers uit in het centrum van Spijkenisse. De Partij voor de Vrijheid trapt hier de campagne voor de Tweede Kamerverkiezingen af. Beeld ANP

Waarom richten alle populisten hun pijlen op democratische instituties, zoals het parlement, de rechterlijke macht en de vrije pers?

“Populisten beweren dat ze als enige het volk vertegenwoordigen. Toch winnen ze lang niet altijd de verkiezingen. Ze zijn niet steeds de grootste partij en halen meestal geen absolute meerderheid. Hoe kunnen ze die discrepantie verklaren? De eenvoudigste uitweg is: zeggen dat de zwijgende meerderheid is blijven zwijgen door toedoen van de manipulatieve, liegende elite in hun nep-democratische organen. Op zich mag je best kritiek hebben op die instituties. Je kunt discussiëren over de aard van het parlementaire systeem of over het kiesstelsel. Maar je kunt niet tegen je achterban zeggen, zoals populisten doen: ‘Omdat wij niet winnen, deugt onze democratie niet’.”

Waarom noemt u populisten een gevaar voor de democratie?

“Het begint al als ze nog in de oppositie zitten. De populisten van Alternative für Deutschland roepen bijvoorbeeld dat de Bondsdag een nepsysteem is en dat bondskanselier Angela Merkel een dictator is. Zo hollen ze het nog resterende vertrouwen in de democratische organen uit. Daarnaast ondermijnen ze de democratie op het niveau van burgers. Ze zeggen: ‘Mensen die ons niet steunen en ons begrip van het ware volk niet delen, horen niet bij het volk’. Zulke uitsluiting is gevaarlijk, want je zet er in feite mee aan tot haat tegen minderheden. Je creëert tweederangsburgers. Dat is ten diepste ondemocratisch.

“Als populisten eenmaal gaan regeren, binden ze niet in, zoals vaak wordt gedacht. Integendeel, ze tasten dan basale democratische rechten aan, zoals de vrijheid van meningsuiting, vergadering en vereniging. Zo breken ze de rechtsstaat af en blokkeren ze het democratische proces.”

Maar vormen populisten, met hun liefde voor de directe democratie van het referendum, juist geen broodnodige correctie op doorgeschoten technocraten die niet meer naar de burger luisteren?

“Populisten beginnen altijd met een symbolische voorstelling van het volk. Daaruit leiden ze de zogenaamde ‘enige authentieke wil van het volk’ af. Uiteindelijk zeggen ze, net als Trump: ‘Ik ben jullie stem’. Maar in dat hele proces heeft er niemand anders echt gesproken dan de leider. Het is een puur theoretische oefening. Als populisten een referendum houden, is dat ook niet bedoeld als proces met een open uitkomst. Nee, ze kennen het antwoord van tevoren, omdat ze het hebben afgeleid uit hun symbolische voorstelling van het volk. Dat volk hoeft alleen nog het goede vakje aan te kruisen en te bevestigen wat de politicus altijd al riep.

“De Hongaarse premier Orbán illustreerde dit in oktober. Hij wilde in een referendum bevestigd krijgen dat Brussel geen immigranten in Hongarije mocht toelaten zonder toestemming van het Hongaarse parlement. Daarvoor voerde hij een campagne die meer geld kostte dan de hele Brexit-campagne. Uiteindelijk bleek het referendum ongeldig, omdat er te weinig mensen hadden gestemd. Toch concludeerde Orbán dat de overgrote meerderheid van de kiezers het met hem eens was, net als de thuisgebleven ‘zwijgende meerderheid’. In Brussel meldde hij vervolgens dat hij een volksmandaat had gekregen tegen immigratie. Dat is kenmerkend voor de manier waarop populisten te werk gaan. Daarom maken we een fout door hen te zien als bepleiters van meer directe democratie. Toegegeven, Nederland negeert ook weleens een uitkomst van een referendum. Dat is een probleem. Maar de Nederlandse overheid zegt tenminste niet: ‘O, maar het echte volk is het met ons eens’.”

Toch benoemen populisten echte problemen, zoals de snelle culturele verandering door immigratie of de werkloosheid als gevolg van vrijhandelsakkoorden. Vervullen ze daarmee niet toch een nuttige functie?

“Ik heb twee problemen met die vraag. Ten eerste: wie bepaalt er wat ‘echte problemen’ zijn? Democratische vertegenwoordiging werkt niet als een soort mechanische reproductie van iets wat objectief in de buitenwereld bestaat en wat uiteindelijk door een politicus wordt verwoord. Nee, vertegenwoordiging is een dynamisch proces waarin de eigen indruk van mensen kan worden gevormd en hervormd. ‘Echte problemen’ zijn geen vast gegeven, dus kijk uit met de veronderstelling dat populisten zouden vertellen wat er werkelijk speelt.

“Ten tweede moet je de inhoud scheiden van de methode. Het populistische Alternative für Deutschland wil minder immigratie en is conservatief in zijn opvattingen over gezinnen en medische ethiek. Persoonlijk moet ik daar niets van hebben, maar de standpunten zijn niet ondemocratisch. Integendeel, democratie is pluralisme en daar horen ook dingen bij die je niet leuk vindt. Het antidemocratische van het populisme zit juist in het aantasten van het pluralisme. In theorie zou een populistische partij het populisme best kunnen afschudden om vervolgens alleen nog bepaald beleid te verdedigen, zonder de wil van het ‘ware volk’ te claimen. Dan zou je een normaal inhoudelijk debat met zo’n partij kunnen voeren. Maar ik ken geen enkel historisch voorbeeld waar het zo is gelopen: eens een populist, altijd een populist.”

Wordt het Westen momenteel overspoeld door een populistische golf?

“Nee, dat is pure misleiding. Het is inmiddels een lui cliché om te zeggen: eerst de Brexit, toen Trump, straks Wilders en dan Le Pen. Ten eerste mis je daarmee het feit dat de Britse populist Nigel Farage de Brexit niet in z’n eentje teweeg heeft gebracht. Hij had de hulp nodig van zeer gevestigde Conservatieve figuren als Boris Johnson en Michael Gove. Trump is ook geen president geworden als kandidaat van een opkomende partij vol rebellen, maar van een zeer gevestigde partij, met steun van zeer gevestigde Conservatieve politici. De lakmoesproef in Europa is of een extreem-rechtse populist kan winnen zonder de steun van gevestigde Conservatieven. Als dat gebeurt, zou dat een fundamentele verandering zijn.

“Bijna elk opiniërend artikel in de Europese pers begint tegenwoordig met een zinnetje als: ‘Overal komt het volk in opstand tegen de elite’. Maar je moet voorzichtig zijn met dit soort schijnbaar neutrale beschrijvingen. Want je doet er een concessie mee aan de populistische kijk op de wereld. En het klopt gewoon niet. In de VS kwam het volk helemaal niet in opstand: in absolute aantallen hebben er 3 miljoen mensen meer gestemd voor het zogenoemde establishment dan voor Trump. En in Oostenrijk verloor de extreem-rechtse populist Norbert Hofer vorig jaar de presidentsverkiezingen van de Groene Alexander Van der Bellen. Dat kwam deels doordat de Conservatieven niet met Hofer wilden samenwerken.”

Komt het ware gevaar dan eerder van de VVD, die veel ideeën van de PVV heeft overgenomen?

“Dat is een belangrijk punt. Als je alleen naar populisten kijkt als een geïsoleerd fenomeen, mis je de reële mogelijkheid dat gevestigde middenpartijen zichzelf opnieuw uitvinden als populistische partij. De Fidesz-partij van de Hongaarse premier Orbán was niet altijd populistisch. Mensen staarden zich blind op de extreem-rechtse Jobbik-partij en zagen niet hoe snel Fidesz veranderde. Luister ook eens naar de recente retoriek van de Britse premier Theresa May. Het lijkt wel alsof ze de Tories wil omvormen tot een Ukip-light.”

Hoe kunnen gevestigde partijen het populisme bedwingen?

“Mainstreampartijen denken vaak dat ze alleen een beter verhaal nodig hebben. Maar ze zullen ook met wezenlijk nieuw beleid moeten komen, toegesneden op de problemen. Een belangrijke les is in elk geval dat je populisten niet moet uitsluiten van het debat, want dat versterkt hun verhaal dat de elite niet luistert. Je moet het contact juist aangaan. Maar praten mét populisten is iets anders dan praten áls populisten. Je hoeft niet mee te gaan in de manier waarop zij problemen framen.

“En er zijn ook momenten waarop je tegen een populist mag zeggen: ‘Stop!’ Als een AfD-populist beweert dat Merkel een geheim plan heeft om de Duitse bevolking te vervangen door Syriërs, moet je het publiek duidelijk maken dat de populist met die samenzweringstheorie het normale democratische debat heeft verlaten. Natuurlijk zal de populist dan niet meteen zijn excuses aanbieden, maar je hebt wel een belangrijk signaal gegeven aan de burgers. Want ook al delen veel mensen de standpunten van populisten, ik blijf ervan overtuigd dat de meesten niet geloven dat ze echt in een dictatuur leven of dat de elite alles manipuleert.

“Populisme kan altijd ontstaan in een vertegenwoordigende democratie. Het is de schaduw van het systeem. Maar het hoeft er niet per se te zijn. Ik geloof niet in de fatalistische gedachte dat we er nu voor eeuwig aan vastzitten.”

Jan-Werner Müller schreef het boek 'Wat is populisme?'. Beeld Tor Birk Trads / Information

Jan-Werner Müller

De Duitser Jan-Werner Müller (1970) is hoogleraar politiek aan Princeton University in de Verenigde Staten. Momenteel werkt hij als gastonderzoeker aan de universiteit van Wenen, waar hij zich bezighoudt met populisme. Hij schreef boeken over patriottisme, ideologie in het na-oorlogse Duitsland en de crisis van de Hongaarse democratie.

Zijn boek ‘Wat is populisme?’, vorig jaar uitgekomen in het Engels, verschijnt deze week in een geactualiseerde Nederlandse vertaling bij Nieuw Amsterdam. Morgen geeft Müller een lezing in Utrecht, georganiseerd door het wetenschappelijk bureau van D66. Populism and the people, 19.30 uur, Geertekerk, Utrecht.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden