Wat is erger: een scheuring of een mislukte hereniging?

De auteur is emeritus-predikant van de Gereformeerde Kerken. Hij schreef deze bijdrage op persoonlijke titel.

De media geven de zwarte piet aan de hervormde leiders die hun kerk niet mee kunnen krijgen. Want de Nederlandse Hervormde Kerk heeft te maken met de wet van de remmende voorsprong. Eens waren ze koplopers in de oecumene. Reeds in 1938 werd iemand uit hun midden, dr. W. A. Visser 't Hooft, aangewezen als de eerste secretaris van de Wereldraad van Kerken in oprichting. Toen de oprichting, vertraagd door de oorlog, in 1948 in Amsterdam echt doorging, waren de Gereformeerde Kerken nog bezig de wonden te likken van de kerkscheuring, die leidde tot het ontstaan van de vrijgemaakte kerken.

Pioniers

De goede samenwerking tussen kerkelijke leiders in hun verzet tegen de bezetter had wat de gereformeerden betreft geen directe oecumenische vruchten afgeworpen. Intussen waren er wel een aantal pioniers bezig een soort pressuregroep te vormen binnen de Gereformeerde Kerken om aansluiting bij de Wereldraad te bevorderen, onder wie prof. dr. J. van den Berg, prof. mr. I. A. Diepenhorst, wijlen ds. G. Toornvliet en later ook ds. K. Bisschop. Ook de studentenpredikanten Kuitert, Rothuizen en Van Minnen liepen mee voorop. Ze hadden allemaal hun inspiratie opgedaan binnen de Nederlandse Christen Studenten Vereniging.

Zelf werd ik uitgenodigd mee te doen nadat ik als eerste gereformeerde student het diploma oecumenische studiën had behaald aan de cursus in het Oecumenisch Instituut Château de Bossey bij Genève. Maar omdat wij nog geen lid waren kreeg ik slechts een halve beurs, mede dank zij dr. Visser 't Hooft. Hij gaf ons allemaal als opdracht mee: Werk binnen je eigen kerk voor de oecumene. Via de bladen Uitzicht en later De strijdende kerk hebben we toen flink propaganda gemaakt voor de Wereldraad. Toch werden de Gereformeerden pas in 1971 lid. Er moesten vele weerstanden overwonnen worden.

Door die Gereformeerde traagheid, mede veroorzaakt door een kerkelijk conflict waardoor velen afhaakten, misten ze de oecumenische boot en liep de Kerk van Jezus Christus in Nederland schade en gezichtsverlies op. In 1948 en daarna waren de Gereformeerden door hun traagheid de oecumenische brokkenmakers.

Brokkenmakers

Nu bijna vijftig jaar later lijkt het er op dat de rollen zijn omgekeerd. De Hervormden dreigen nu de brokkenmakers te worden. Ze hebben blijkbaar, ondanks hun oecumenische voorsprong en hun eerste violen in Genève en elders geen kans gezien hun eigen kerken een echte oecumenische gezindheid bij te brengen. Of hebben ze de verbreding en verdieping van het oecumenisch besef in de eigen kerk op hun beloop gelaten? Zou dat komen door het feit dat altijd dezelfde mensen naar internationale ontmoetingen werden afgevaardigd? Hoeveel toonaangevende Gereformeerde-bonders hebben in Bossey gestudeerd en hebben hun kerk in de oecumenische beweging mogen vertegenwoordigen? Of geneerde men zich voor deze behoudende broeders (en zusters?) en liet men ze daarom maar thuis?

Uit eigen ervaring weet ik trouwens dat andere, met name oosters orthodoxe kerken wel degelijk vele confessionele en behoudende mensen afvaardigden. De Gereformeerde Bond kon ook niet profiteren van de kleine oecumene van de Gereformeerde Oecumenische Synode (thans Raad), waarbij ze zich waarschijnlijk meer thuis zouden hebben gevoeld. Is iemand dan verbaasd dat de oecumenische gezindheid in die kring niet zo sterk ontwikkeld is? Mentaliteitsverandering in een kerk gaat niet van zelf. Ik heb dat persoonlijk ervaren bij het kweken van meer begrip voor moslims en hun godsdienst.

Vlak na de Tweede Wereldoorlog heeft het driemanschap Banning, Gravemeijer en Kraemer de Nederlandse Hervormde Kerk samen geconfronteerd met en geïnspireerd tot haar apostolaire taak. Zou iets dergelijks niet weer moeten gebeuren, maar nu gericht op het SoW-proces? Ik stel daarom voor dat alle kerkelijke leiders en kaders, inclusief Bonders, midden-orthodoxen, confessionelen en vrijzinnigen, hard gaan werken aan de opdracht van Christus: ut omnes unum sint/opdat allen een zijn. De komende synodevergadering valt vlak na de week van het gebed voor de eenheid. Laten we voorkomen dat de kerkhistoricus van de twintigste eeuw moet schrijven over kerkelijke drama's in Nederland: de eerste in 1946, de kerkscheuring/'vrijmaking' en de tweede in 1996, een mislukte hereniging. Waarbij men zich kan afvragen wat erger is, een scheuring of een mislukte hereniging. De kerkscheuring was desastreus voor het apostolaat en versnelde de secularisatie, een mislukte hereniging lijkt me een ramp voor het pastoraat.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden