'Wat is er waar van wat ik nog weet?'

Haar moeder, niet gelukkig met de door haar echtgenoot bedachte naam Yvonne, noemde haar jongste dochter Angin, het Maleise woord voor wind: ,,Want de wind neemt de verhalen mee. Kabar Angin betekent 'verhaal dat op de wind wordt gedragen'.'

Mooi begin van een boek dat door de schrijfster zelf, Yvonne Keuls, wordt gekarakteriseerd als een 'gefictioneerde autobiografie'. Al haar boeken bevatten autobiografische elementen, vanaf Jan Rap en z'n maat tot en met, vooral, Mevrouw mijn moeder, maar in haar jongste boek is dat nog uitdrukkelijker het geval. In Madame K -van Indisch kind tot Haagse dame blikt ze terug op de zeventig jaar van haar leven, beschrijft ze haar Indische jeugd, de verhuizing naar Nederland, de oorlog, de dood van haar vader. Maar, zegt ze, ,,wat is er waar van wat ik nog weet? Het is net alsof je leest in een oud geschrift dat zinnen bevat die je nog goed kunt lezen, maar dat hier en daar versleten is zodat er gaten zijn gevallen. Die gaten heb ik opgevuld. Met behulp van de verhalen van mijn moeder bijvoorbeeld, een echte vertelster. De mystiek die die vrouw met zich meedroeg, de geheimzinnigheid die ze kon oproepen, altijd in het halfduister, nooit de lamp aan. Ik vond het heerlijk om naar haar te luisteren. Zij was de enige die mij Angin noemde, de naam die mij nog steeds als een navelstreng met haar verbindt.'

,,Mijn vroegste herinnering is dat ik in een slendang word gedragen en boven me boomkruinen zie waar het licht doorheen speelt. Een kind werd tot zijn tweede, hooguit derde jaar in een slendang gedragen. Dus die herinnering moet uit die periode stammen. Zo reconstrueer je het tijdstip. En ja, dan maak je daar toch een verhaaltje van.'

Je beschrijft in je nieuwe boek ook de dood van je vader, die joods was, in de oorlog dus gevaar liep, bovendien aan tbc leed, en uiteindelijk zelfmoord heeft gepleegd. Je was toen nog jong, twaalf jaar. Komt het daardoor dat hij een minder grote rol in je leven heeft gespeeld dan je moeder, van wie je in 'Mevrouw mijn moeder' zo'n liefdevol portret hebt gegeven?

,,Ik heb altijd een grote bewondering voor mijn vader gehad. Op school zei ik altijd: mijn vader is een tovenaar. Maar het woord 'bewondering' zegt al genoeg, dat houdt afstand in. Met mijn moeder had ik een lijfelijke band, met hem niet. 't Was een prachtige man, maar een mathematicus; niet alleen in zijn werk, hij straalde dat ook uit. Geen man die kinderen knuffelde. Ik dacht dat hij de oorlog kon tegenhouden, de Duitsers, de honger. Pappie kon immers alles.'

,,Hij kon geen kant uit. Hij had zich wel ingedekt met allerlei papieren, had zelfs in zijn paspoort zijn voornaam Samuel veranderd, maar bij een controle zou dat vast ontdekt zijn. Een doodzieke man bovendien en toch al niet iemand die altijd wel ergens licht ziet. En als je dan weet dat je familie, je kinderen, het weinige eten dat er nog is voor jou uit de mond sparen, in de veronderstelling dat veel eten helpt bij tbc... Voor hem werd dat een ethisch probleem waaraan hij heel rationeel een eind maakte.'

,,Nee, ik voel me niet joods. Ik heb wel veel contact met de familie van mijn vader. Een van zijn broers is naar Brazilië geëmigreerd en noemt zich geen Bamberg meer maar Bambergio. Als ik de foto's zie van die tak van de familie, dan lijk ik daar toch ook op.'

Maar het is toch vooral de Indische cultuur van haar moeder waarin ze opgroeide, ook al, na de oorlog, door de komst van familieleden uit het voormalige Nederlands-Indië, de tantes aan wie zij een apart boekje heeft gewijd maar die ook in andere boeken een rol spelen en wier verdwijnende taal zij op de band heeft vastgelegd, de taal immers van een uitstervende generatie. Ofschoon zij tot haar genoegen constateert dat de derde generatie weer weten wil waar haar wortels liggen. Keuls, moeder van drie dochters en grootmoeder van vier kleinkinderen, loopt naar de hoek waar een hele collectie familieportretten hangt en staat, zoals de foto van haar Soendanese overgrootmoeder, op wie een van haar kleinzoontjes sprekend lijkt. Daar ook is het zakje met aarde uit haar geboorteland te vinden, meegenomen door haar moeder bij het vertrek naar Nederland; een zakje voor ieder kind, want, vond zij, je moet de aarde van je land altijd bij je houden. ,,Mijn oudste zusje heeft het haar naar haar hoofd gesmeten maar toen zij was gestorven heeft mijn moeder haar eigen zakje aarde over de kist uitgestrooid.' Een van de ontroerendste passages uit Mevrouw mijn moeder is die waarin Keuls beschrijft hoe haar moeder die dochter de rust geeft om te sterven.

Madame K is opgedragen aan wijlen David Koning, hoofd afdeling drama van de NCRV-televisie, die haar zo noemde en die van grote betekenis is geweest voor Yvonne Keuls' loopbaan. Het is geschreven naar aanleiding van haar zeventigste verjaardag (17 december), haar zilveren jubileum bij uitgeverij Ambo, plus het gegeven dat veertig jaar geleden haar eerste toneelstuk werd uitgevoerd. Zeventig jaren in een mengeling van nieuwe teksten en fragmenten uit eerder gepubliceerd werk.

Keuls kan terugzien op een rijke, gevarieerde oogst aan boeken, toneel-, televisie- en hoorspelproducties. Grote bekendheid verwierf zij vooral na de verschijning van sociaal-maatschappelijk getinte boeken als Jan Rap en z'n maat, De moeder van David S., Het verrotte leven van Floortje Bloem, Annie Berber en het verdriet van een tedere crimineel. Haar werk werd in vele talen vertaald, De moeder van David S. zelfs onlangs in het Chinees.

Menig boek, aanvankelijk van andere auteurs, zoals Couperus, later van jezelf, heb je bewerkt voor toneel, televisie of radio. Je hebt jezelf wel 'een toneelschrijver die boeken schrijft' genoemd.

,,Ik zit nog steeds op het toneel. Samen met Coen Pronk speel ik nu Mevrouw mijn moeder en de zaal huilt en lacht. Ik heb geleerd om eenzelfde gegeven voor diverse media te maken. Jan Rap en David S. heb ik in boek-, toneel- en televisievorm geschreven en je kunt die verschillende vormen niet met elkaar vergelijken, zelfs de teksten niet. Een boek dat je voor toneel bewerkt, of het nu je eigen boek is of dat van een ander, wordt een nieuw product, een eigen kunstwerk. Elk medium is anders, vraagt iets anders. Van De koperen tuin van Vestdijk heb ik zowel een televisieserie als een hoorspelserie gemaakt. De dialogen daarin zijn totaal verschillend. Je moet je heel goed realiseren voor welk medium je iets maakt; doe je dat niet, dan ga je de mist in. Het is misschien pedant om te zeggen maar ik ga ervan uit dat ik alles kan; ik heb alles al een keer gedaan. Ik kan kiezen voor welk medium ik iets maak. Alles is kiezen, ook in de kunst.'

Schrijven is voor jou ook een manier om maatschappelijk onrecht over te brengen. Onlangs verscheen een kritisch onderzoek naar de situatie in psychiatrische inrichtingen, een onderwerp waarover je in 'Meneer en mevrouw zijn gek' hebt geschreven.

,,Er is niets, niets veranderd. Het gaat allemaal over situaties die ik toen al in mijn boek beschreef. Ik heb er veel reacties op gekregen, soms boze, onder meer over mijn beschrijving van de elektro shock, maar ook veel brieven als: ja, zo voel ik het ook. Ik heb dat sociale aspect nooit losgelaten. In zekere zin kun je mij vergelijken met een klokkenluider. En in wezen is Mevrouw mijn moeder ook een sociaal boek. Het geeft een mankement in onze maatschappij aan, de Indische mensen mochten zichzelf niet zijn. Het is niet het hoofddoel, maar het speelt er doorheen.'

In 'Madame K' beschrijf je hoe je voor het eerst teruggaat naar Indonesië en daar het gevoel hebt thuis te komen.

,,Ja, absoluut. De eerste zeven jaren van je leven, die ik in Nederlands-Indië heb doorgebracht, zijn het belangrijkste, dat is de inprentingsperiode. Alles kwam weer terug. Ik stond bovenaan de vliegtuigtrap, ik rook de geur van de aarde, en tegelijkertijd kwam de smaak van de ramboutan, een klein rood vruchtje, weer in mijn mond. Ik wist: ik zal hier wonderen ondergaan. Dat brein zit nog vol met zeven jaar indrukken. Toen ik voor de muur bij mijn geboortehuis stond, stak ik zo maar mijn hand achteruit in een gat en ik wist dat ik een koude kikker zou voelen; want die muur scheidde het huis af van een kali, een riviertje, en daaruit sprongen de kikkers in de muur. Ik had daar nooit meer aan gedacht, maar op het moment dat ik bij die muur stond, kwam dat terug. Ik ben westers opgevoed, maar die Indische periode zit daarin ingekapseld en springt open als ik daar ben.'

Ergens in je boek zeg je: de dood zit me op de hielen. Denk je wel eens aan je eigen dood?

,,Ja, heel veel. Nee, dat stop ik niet weg. 't Gekke is dat ik maar niet kan beslissen of ik nou gecremeerd of begraven wil worden. Geen van beide vind ik erg aanlokkelijk. Ik denk dat het vuur wordt. Wham, afgelopen. Het is na je dood toch afgelopen met je lichaam. Maar ik ben er heilig van overtuigd dat wij nog heel lang doorgaan. Niemand kan dat bewijzen, maar het is toch wel een plezierige gedachte. Er gaat immers niets verloren in het leven. Je gaat weer verder. Ja, ik weet niet hoe, al heb ik daar wel een idee over waaraan ik een heel boek zou kunnen wijden. Nee, dat heeft niets te maken met een godsdienst, meer met boeken die ik lees, met ervaringen die ik heb gehad. Een aanwezigheid van mijn moeder, die ik op een gegeven ogenblik heb gevoeld. Ik denk dat niks echt weg is. Ik vertrouw er op dat er voor mij nog een hoop te doen valt in het hiernamaals.'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden