Wat is er toch met het vwo?

Onderwijsinspectie kritisch over kwaliteit, maar waarom is niet helemaal duidelijk

Het gaat de verkeerde kant op met het voortgezet onderwijs; vooral het vwo 'maakt een zorgelijke ontwikkeling door'. Die waarschuwing bracht de onderwijsinspectie in haar jaarverslag.

Ruim 18 procent van alle vwo-afdelingen is zwak of zelfs zeer zwak, meldde de inspectie. Dat is veel meer dan twee jaar geleden; toen lag dat percentage op 12. En het is zelfs bijna twee keer zoveel als bij alle andere schoolniveaus. Want van zowel havo- als vmbo-scholen is slechts rond de 10 procent onder de maat.

Wat is er aan de hand in het vwo?

De examencijfers dalen licht, maar daarin onderscheidt het vwo zich niet sterk van andere schoolsoorten. Ook aanvullend onderzoek van de inspectie levert geen duidelijk beeld op.

Havo en vwo vertonen wel enige verschillen, zo blijkt uit een steekproef van de inspectie onder vwo- én havo-afdelingen. Op het vwo zijn de leraren bijvoorbeeld beter in staat hun klas te laten meedoen in de les en geven ze hun leerlingen beter feedback.

Op de havo vallen daarentegen minder lessen uit en wordt de kwaliteit van het onderwijs beter gecontroleerd. "Maar in grote lijnen gaan havo en vwo wat de kwaliteit betreft gelijk op", concludeert de inspectie zelf.

Er is eigenlijk maar één duidelijk verschil tussen havo en vwo. Op vwo-afdelingen vallen de cijfers voor het schoolexamen veel vaker dan op de havo hoog uit in vergelijking met de cijfers bij het landelijke eindexamen. En dat is voor de inspectie een aanwijzing voor twijfelachtige kwaliteit. De inspectie heeft daar goede redenen voor. Het eindexamencijfer is het gemiddelde van twee andere cijfers. Allereerst dat van het centraal schriftelijk eindexamen; dat examen is voor leerlingen overal in Nederland hetzelfde en levert dus een eenduidige maatstaf op.

Het tweede cijfer komt uit de zogeheten schoolexamens; die worden door elke afzonderlijke school zelf opgesteld én nagekeken, zonder toezicht van buitenaf. Scholen waar leerlingen bij hun schoolexamen steevast hogere cijfers krijgen dan bij het centraal schriftelijk, zijn dus een beetje verdacht, redeneert de inspectie. Die helpen hun leerlingen aan een te hoog gemiddeld eindcijfer.

Toch is de manier waarop de inspectie examencijfers gebruikt voor een kwaliteitsoordeel niet geheel onomstreden. Een schoolexamen toetst nu eenmaal andere zaken dan het centraal schriftelijk examen (spreekvaardigheid bij vreemde talen, bijvoorbeeld) en het is dus best verklaarbaar dat dat soms verschillende scores oplevert. Dat hoeft niet per se een slecht teken te zijn.

Soms zijn er ook andere verklaringen. Een vwo-school met veel allochtone leerlingen, die vaak niet uitblinken in taal, doet erg haar best de eigen examens zo op te stellen dat ze niet taalbegrip, maar kennis van de stof toetsen.

Op het centraal examen moeten deze leerlingen alsnog door een brij van woorden heen, ook bij vakken als schei- of wiskunde. Geen wonder dat ze dan lagere cijfers halen - zonder dat dat op slecht onderwijs duidt.

Er ís iets aan de hand in het vwo, dat kan bijna niet anders. Maar wat precies, dat wordt uit het inspectierapport niet duidelijk.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden