Wat is er nou zo leuk aan gamen?

Verslaving aan computerspellen komt weinig voor. Maar het kan je leven wel beheersen.

Ouders zijn te vaak bang voor de gevaren van computerspellen, vinden Herm Kisjes, hulpverlener in verslavingszorg, en Erno Mijland, freelance journalist. „Wij wilden wel eens van jonge gamers zelf horen wat ze leuk vinden aan gamen en hoe zij denken dat ze het beste begeleid kunnen worden.”

De twee wonen in hetzelfde Brabantse dorp, hebben zelf kinderen die gamen en besloten gezamenlijk een onderzoek te starten onder gamers en hun ouders. Het resultaat leverde het boek ’It’s all in the games’ op, dat vandaag wordt gepresenteerd op een symposium over gamen in Eindhoven. Onder meer via internet bereikten zij met een enquête bijna 400 spelers, van 12 tot 35 jaar oud. Daarnaast reageerden 50 ouders van gamende jongeren. „Die zitten er vaak mee in hun maag als hun kind veel uren achter de computer zit. Hoe begeleid je dat, welke afspraken maak je.”

Met hun boek proberen zij er een antwoord op te geven. De overgrote meerderheid van de jongeren speelt wel eens een computerspelletje, blijkt uit onderzoek. Jongens gamen meer uren per week dan meisjes. Volgens wetenschappelijk onderzoeksbureau Ivo, dat zich onder op game-verslaving richt, is bij 1 procent van de jongeren die gamen sprake van verslaving, wat betekent dat zij meer dan 36 uur per week gamen én dat ze dit zelf een probleem vinden. Dat is procentueel weinig, maar het betekent dat tienduizenden jongeren een probleem hebben met gamen.

Kisjes en Mijland hebben veel tips voor ouders van gamers. Zoals: vraag het kind zelf hoeveel tijd het achter de computer wil doorbrengen. Mijland: „Je kunt met kinderen best praten over hun verantwoordelijkheden: schoolwerk, taken in het gezin, sporten. Hij of zij begrijpt heus wel dat die dingen ook tijd nodig hebben.”

Veel ouders stellen een tijdslimiet aan het gamen, bijvoorbeeld anderhalf uur per dag. Niet alle gamers vinden dat een succes. Kisjes: „Begrijpelijk. Want soms ben je net goed op weg met je spel en dan moet je stoppen. Je zou ook kunnen zeggen: je mag twee dagen in de week langer gamen en de andere avonden niet.”

Hebben ouders goed contact met hun kinderen over de positieve en negatieve kanten van gamen, dan is de kans veel kleiner dat het misgaat. „En het is goed als ouders wel letten op signalen van verslaving” zegt Kisjes. „Dan moeten ze hulp zoeken.”

Bart Vilet (33) uit Brabant zat ruim twee jaar bijna continu achter zijn computer te blowen en te gamen.

„Mijn gameprobleem begon pas toen ik 27 was. Maar ik begon te blowen toen ik een jaar of vijftien was. Al snel kwamen er ook andere drugs bij, speed vooral. Na school ging ik werken, begon een bedrijf in de bouw met mijn broer. Heel hard gewerkt, maar ik raakte depressief. Toen het ook nog misliep met mijn vriendin, ging het snel. Ik speelde toen al veel op de computer, dat was ook wel een reden waarom de relatie stukging. Daarna was ik continu aan het gamen. Ik werkte niet meer, ik heb ruim twee jaar lang letterlijk de hele dag geblowd en achter de computer gezeten. Ik verloor mezelf in het spel World of Warcraft.

Dat wordt door miljoenen mensen tegelijk over de hele wereld gespeeld, met verslavende elementen. Hoe meer tijd je in je karakter stopt, hoe sterker het wordt. Je speelt via internet met een groep, soms wel 80 mensen, en als je dan met jouw groep wint, krijg je een zee van complimenten. De sociale contacten die je buiten mist, vind je zo in je groep. Ik vond rust in het blowen en spelen.

Mijn huis vervuilde, ik waste mezelf nog wel en ik at nog, maar toen mijn broer zijn eerste kind kreeg ben ik niet eens langsgegaan. Ik durfde niet meer naar buiten. Ik vroeg me af: wie ben ik eigenlijk. Ik werd er zelf bang van.

Ik heb uiteindelijk hulp gezocht, eerst bij een therapeut, daarna in een kliniek om van mijn middelen- en gameverslaving af te komen.

Samen met een begeleidster hebben we mijn karakter uiteindelijk gewist. Maar we kregen een boodschap terug van World of Warcraft: ze behielden mijn karakter, voor als ik spijt kreeg. Ik vond dat heel raar. Mijn begeleidster heeft toen mijn toegangscode gewijzigd, zodat ik er nu echt niet meer bij kan.

Het blijkt dat ik ADHD heb, ik slik nu ritalin. Maar ik game en blow niet meer. Heb ik ook echt geen behoefte aan. Ik maak nu een opleiding af om zelf hulpverlener te worden. Ik denk dat ik met mijn ervaring anderen goed kan helpen. Sinds een jaar kan ik eindelijk zeggen dat ik gelukkig ben. Dat geeft zo’n goed gevoel.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden