Wat is er mis met de jongens?

Scouts uit Amsterdam-Holendrecht op kamp op het scoutinglandgoed van Zeewolde Beeld Herman Engbers

Met een veelbesproken tv-spotje breekt Sire een lans voor jongensgedrag. Maar hebben Nederlandse jongens eigenlijk wel een probleem? Een rondje langs de velden.

Te veér?! Het gaat me niet ver genoeg!” Tv-maker en notoir voorvechter van mannenrechten Maxim Hartman krijgt dinsdagmorgen een telefoontje van BNR-radio met de vraag wat hij van de nieuwe Sire-campagne vindt. Jongens moeten volgens Stichting Ideële Reclame weer ruimte krijgen om te stoeien, het bos in te gaan of een scheur in hun broek op te lopen. Hartman roept dit al jaren, zo zegt hij op de radio. “Ze zouden testosteron moeten toevoegen aan de schoolmelk van jongens.”

Maar zoals Hartman zijn er niet veel. De boodschap dat meiden de laatste decennia genoeg aandacht hebben gehad en dat de focus best eens mag verschuiven naar de behoeften van jongens, oogst onder pedagogen, columnisten en andere opiniemakers vooral kritiek. De campagne riekt naar de jaren vijftig en is onnodig stereotyperend, zijn de verwijten die deze week het publieke debat domineren.

Maar of de campagne nou oubollig of te voorzichtig is, de tienjarige jongen in kwestie zit straks nog altijd in dat klaslokaal. Hééft hij nu eigenlijk een probleem? Groeien ‘de jongens’ in deze samenleving minder op tot daadkrachtige Clint Eastwoods? Wie zijn die mannen in de dop van tegenwoordig dan eigenlijk? Tijd voor een rondje langs wetenschappers en een bezoek aan de scouting.

Rollen door de modder

Dat in ieder geval niet álle jongens binnen zitten tegenwoordig, bewijst de zevenjarige Julius. Hij brengt een week door op een groot scoutingkamp in het Flevolandse Zeewolde. De tengere jongen komt aangelopen en houdt zijn hand op met een onverstoorbare blik in de ogen. “Wat heb jij daar?”, wil leidster Eva van Silfhout weten. “Blubber.”

Julius heeft, gestoken in laarzen en korte broek, de hele middag met zijn mede-welpen letterlijk door de modder gerold. Er zijn heel wat kikkers gevangen en één pad. Die vertoeft middenin de zwarte klont die Julius meedraagt. Vijftig meter verder zit een andere Eva (ook zeven jaar) met twee vriendinnen aan tafel, gedoucht en al. Maar vergis je niet: ook zij lagen een paar uur geleden tot hun kin in de drab. Maar zij hadden het, vergeleken met Julius en zijn maten, wel wat sneller gezien. Ze zijn toen gaan kleuren aan tafel.

Bij de scouting kunnen kinderen al meer dan honderd jaar ‘leren door te doen’, zonder al te veel aanwijzingen van volwassenen. Ook vandaag. Grote bouwwerken van dikke houten palen zetten de meisjes en jongens op zonder instructies. Er heerst rust zo op het open veld omringd door bos. Veel groepen scouts zijn nog niet terug van zwemmen.

Beeld Herman Engbers

Sire? Niets van gehoord

Even verderop roken leiders Jeroen ten Hooven (25) en Sjahad Iske (35) een sigaretje aan een houten tafel. “Een Sire-campagne? Niets van gehoord”, zegt Iske. Het nieuws gaat deze drukke zomerweek even langs ze heen.

Maar op de vraag of jongens zijn veranderd de laatste decennia, hoeven ze niet lang na te denken. “Vroeger waren ze ruiger”, zegt Ten Hooven, die al achttien jaar meedraait in de scouting. “Toen ik jong was, dropten ouders hun kinderen bij aanvang bij de leiding. Ze kregen die een week later terug, eventuele problemen werden ter plekke opgelost. Ouders merkten daar niets van.”

Nu hebben kinderen om het minste of geringste contact met hen. Laatst stond een vader met een tasje droge kleding in het kamp, omdat een van de jongens de zijne nat had gemaakt. “Ik wist niet eens dat die vader op weg was. Met een mobieltje bellen kinderen hun ouders soms nog voordat ze bij ons komen.”

Fikkie stoken

Dat ouders er nu veel meer bovenop zitten, ziet ook ontwikkelingspsycholoog Steven Pont. “Vroeger had je meer ruimte om te ontsnappen aan ouderlijk gezag. Er was altijd wel een trapveldje of verlaten bouwterrein in de buurt. Soms ging je matten met jongens uit een andere straat.” Ouders laten hun kinderen niet meer zo begaan. Een parkje om de hoek is vaak al te ver weg.

Volgens Pont hebben jongens van nu te maken met twee veranderingen in de opvoeding. “Hun ouders zijn minder tolerant naar dat typische jongensgedrag vergeleken met dertig jaar terug, maar tegelijkertijd laten ouders de teugels vieren.”

Dat klinkt tegenstrijdig, maar Pont legt uit: “Ik zag laatst een foto van de Jordaan in de jaren dertig. Een paar jochies zaten een fikkie te stoken, op straat. Er liepen veel volwassenen langs, maar niemand zei er blijkbaar wat van.”

Tegenwoordig zit je dan direct bij bureau Halt voor een werkstraf, merkt hij op. “Best sneu ook wel. Heb je allerlei plannetjes als jongetje, is er tegenwoordig constant een ouder in de buurt die zegt ‘doe dat nou maar niet’, ‘misschien moet je dat even anders doen’.”

Klappen uitdelen

Hoe vaders en moeders tegelijkertijd dan de teugels laten vieren? Ze dulden meer tegenspraak. Waar elke volwassene - buurman, leerkracht of winkelier - nog niet zo lang geleden gezag had, zien de jongens hen nu meer als gelijke.

Die maatschappelijke ontwikkeling ziet scoutingleider Iske ook, maar met een grote mond moet je bij hém niet aankomen. Ze moeten hem niet zien als gelijke, want dat is hij in deze kampsituatie niet. Tegen jochies die hem aanspreken alsof hij een leeftijdsgenootje is, zegt hij: “Hé! Wij hebben vroeger niet samen geknikkerd, hè? Vergeet dat niet.” Twintig jaar geleden kreeg je een klap voor je kop als je herhaaldelijk niet luisterde, gaat hij verder. De ras-Amsterdammer - type ruwe bolster blanke pit - treedt zelf streng op als het moet, maar een klap uitdelen is tegenwoordig ontoelaatbaar, natuurlijk. Ten Hooven: “Je hebt nu dus die mondiger types. Die kinderen willen bijvoorbeeld eerst weten waarom juist zíj corvee hebben en niet een ander groepje.”

Beeld Herman Engbers

Stekkers uit elkaar halen

Even verderop in het land bereikte het Sire-nieuws hoogleraar neuropsychologie Jelle Jolles op zijn vakantieadres. Hij draagt al jaren bij aan de discussie, en schreef er een boek over: ‘Het Tienerbrein’. Jongens typeert hij aan de hand van een jeugdherinnering. “Ik haalde als kind graag wekkers uit elkaar. Gewoon, om te kijken hoe die er van binnen uitzien. Soms bleef er na het weer in elkaar knutselen een radertje over. Maar daar leer je van.” Wat Jolles wil illustreren: jongens hebben een natuurlijke nieuwsgierigheid. Doen, proberen, risico’s nemen. Zo krijg je later gedurfde ondernemers, uitvinders of artsen die het lef hebben een nieuwe behandelmethode te starten.

Vrouwen kunnen dat uiteindelijk net zo goed, mits je hen daar net als jongens toe stimuleert. “Dat zij over een ander genenpakket beschikken, doet er weinig toe.” Aanvankelijk, in de jonge jaren, zijn die verschillen in genen wél meer van invloed. Meisjes en jongens starten het leven met een ietwat verschillende waaier aan talenten. Hoewel het hier gemiddelden betreft, kun je volgens hem zeggen dat jongens in hun kindertijd wat meer ruimtelijk inzicht hebben, meisjes juist wat meer taalvaardigheid en zelfreflectie.

Maar die verschillen kunnen onder invloed van de omgeving verdwijnen tijdens het opgroeien. Momentopnames rond het tiende jaar geven daarom een verkeerd beeld: de tiener is werk in uitvoering, zegt de hoogleraar. “Meisjes moet je platgezegd aanmoedigen om af en toe een scheur in hun rokje of broek te krijgen, en jongens om te praten over hoe ze zich voelen. Zo krijgen ze een breed scala aan vaardigheden.”

Meer structuur

In de reclame van Sire zie je juist jóngens met een scheur in de broek. Toch vindt Jolles dat geen slecht idee. “Jongens hebben het tegenwoordig namelijk wel wat moeilijker op school dan vroeger. Decennia terug had je kleinere klassen en meer autoriteit. Meer structuur dus, en zo worden jongens minder snel afgeleid door zichzelf en anderen.” Daar komt bij dat er steeds minder gymlessen op het rooster staan, al lijkt die trend zoetjesaan op zijn retour. “Met meer structuur én meer tijd voor beweging zouden jongens beter af zijn.”

Pech dus in het huidige klaslokaal, voor de speelse en stoelwippende jongen, maar dat is nog niet alles. Het vak rekenen waar hij op de basisschool gemiddeld iets beter in is wordt allengs vermengd met waar hij op dat moment vergeleken met meisjes iets in achterloopt: taal. Jolles: “Vanaf de jaren negentig bestaan sommen steeds meer uit verhaaltjes: ‘Pim gaat boodschappen doen en moet daarvoor naar drie winkels die zo en zo ver van elkaar afliggen. Hoe ver moet hij fietsen?’

Meisjes hebben een groter taalgeheugen om dat hele verhaaltje te onthouden, de situatie te snappen. Jongens op dat moment nog minder.” Daardoor, en door hun speelsheid, krijgen de huidige jongens al snel een te laag schooladvies voor het voortgezet onderwijs, zegt Jolles.

Verjuffing

Om jongens het beste uit zichzelf te laten halen, gaan er al decennia stemmen op om evenveel juffen als meesters voor de klas te zetten, iets wat nu in het basisonderwijs zeker niet het geval is. Hoogleraar Jolles heeft eigenlijk een hekel aan woorden die met die discussie gepaard gaan, zoals feminisering van het onderwijs. “Net als ‘verjuffing’, dat je vaak hoort vallen. Oké, er staan nu minder mannen voor de klas, maar dat is niet de schuld van die juffen. Daarnaast hoeft het geen enkel probleem te zijn. Juffen kunnen jongens net zo goed stimuleren om te voetballen of om wekkers uit elkaar te halen.” Ontwikkelingspsycholoog Pont sluit zich daarbij aan.

Gemiddelde verschillen in genenpoel of niet, in Zeewolde zie je weinig verschil tussen de meisjes en jongens. De tenten van de meisjes blijken bij inspectie exact een even grote rotzooi als die van de jongens. Alle kinderen storten zich met evenveel plezier op het vinden van puzzelstukjes die de leiding heeft verstopt op het terrein. En zowel de meisjes als jongens hebben elkaar een paar uur terug helemaal onder de modder gegooid.

• Sire, een stichting die haar eigen gang gaat

“Optiefen, ouwe graftak”, zegt Mies tegen een vermoeide oma in de tram. Die had net vriendelijk gevraagd of ze even mag zitten. De animatie uit 2002 in de stijl van Dick Bruna’s Nijntje besluit met een pakkend ‘De maatschappij, dat ben jij’. Het spotje is exemplarisch voor Sire, de Stichting Ideële Reclame die sinds 1967 maatschappelijke thema’s via vaak prikkelende campagnes aankaart. De onafhankelijke stichting wil mensen ‘wakker schudden, aan het denken zetten en laten beseffen dat bepaalde kwesties niet uit het oog verloren mogen worden’, stelt ze op haar website. Sire kan daarbij de hulp inroepen van een leger aan communicatiespecialisten, die belangeloos meewerken aan de campagnes. Menig beeld en slogan maken inmiddels deel uit van het collectieve geheugen, bijvoorbeeld de door vuurwerk gehavende handen met de leus ‘Je bent een rund als je met vuurwerk stunt’. Sire is afhankelijk van donaties en heeft geen banden met de overheid.

Lees ook: Het spotje van Sire over ravottende jongens is ronduit beledigend
Lees ook: Sire-campagne: Laat jongens jongens zijn
Lees ook: Sire-campagne schiet doel voorbij

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden