Wat is een land zonder herinneringen?

De toekomst van de film ligt volgens sommigen niet langer in het Westen, maar bij talentvolle regisseurs uit Latijns-Amerika, Azië en Afrika. Het nieuwe festival World Cinema Amsterdam, dat vanavond van start gaat, richt zich dan ook volledig op niet-westerse films. ’Un homme qui crie’ van de Tsjaadse regisseur Mahamat- Saleh Haroun is de openingsfilm. „Ik hoop dat Tsjaad door mijn verhalen wat minder onzichtbaar wordt.”

Met World Cinema Amsterdam heeft de hoofdstad er vanaf vandaag een speler bij op filmgebied: een filmfestival gewijd aan Latijns-Amerika, Azië en Afrika. Initiatiefnemer Raymond Walravens, directeur van het Amsterdamse filmtheater Rialto, pakt de eerste editie meteen zo professioneel aan dat het International Film Festival Rotterdam (IFFR) er een concurrent bij lijkt te hebben. Diverse films die normaal gesproken pas diep in de winter in Rotterdam hun Nederlandse premières beleven, zijn nu – een half jaar eerder – al in Amsterdam en vier satellietsteden te zien.

Zoals de Thaise winnaar van de Gouden Palm in Cannes: ’Uncle Boonmee Who Can Recall His Past Lives’ van Apichatpong Weerasethakul. Het klassieke verhaal van de zieke man die op zijn sterfbed terugblikt op zijn leven, heeft nog het meest weg van een fantastisch experiment waarin de verrassendste rollen worden vertolkt door geestverschijningen. Het zegt veel over de centrale rol die het geloof in geesten in het dagelijks leven in Thailand inneemt.

Ook de Turkse winnaar van de Gouden Beer in Berlijn is onderdeel van het programma: ’Honey’ van Semih Kaplanoglu die als een van de gasten van het festival naar Amsterdam komt om toelichting te geven bij zijn alom geroemde ’Yusuf’-trilogie, die verder bestaat uit de films ’Egg’ en ’Milk’. Yusuf is een jonge dichter in Istanbul die na de dood van zijn moeder terugreist naar zijn geboortestreek, het Turkse platteland, en daar geconfronteerd wordt met herinneringen en levensvragen over afkomst en identiteit.

Een kenmerk van ’wereldcinema’ is dat de films uitnodigen om andere terreinen en taalgebieden te verkennen dan de dominante westerse. Voor een Amerikaan is een film al ’foreign’ als er geen Engels in wordt gesproken. Maar in principe gaat het om ontdekkingstochten naar andere continenten, culturen, religies, samenlevings- en omgangsvormen. Zoals ook ’Alamar’, het Mexicaanse vader-zoondrama van Pedro González-Rubio, dat zich afspeelt op een Mexicaans koraalrif, in een van de best bewaarde ecosystemen ter wereld. De prachtige, zinnelijke film won eerder dit jaar al een Rotterdamse Tiger Award voor nieuw talent en maakt nu deel uit van een speciaal programma rond Mexico.

De voorspelling van wijlen Hubert Bals, grondlegger van het Filmfestival Rotterdam, dat de toekomst van de cinema bij jonge filmers in niet-westerse contreien ligt, lijkt steeds meer bewaarheid te worden. Werd de auteurscinema in de tweede helft van de vorige eeuw vooral gevierd in Europa en Noord-Amerika, de moderne maestro’s komen uit China, Japan, Taiwan, Zuid-Korea, Argentinië, Uruguay, Iran, de Filippijnen en het voormalig Oostblok, met een land als Roemenië voorop.

Van de niet-westerse cinema die op het festival centraal staat, maken Aziatische en Latijns-Amerikaanse films al langer deel uit van het reguliere festivalcircuit en bioscoopaanbod. Afrikaanse films zijn schaarser. Het is daarom verheugend dat World Cinema Amsterdam opent met ’Un homme qui crie’ van de Tsjadische regisseur Mahamat-Saleh Haroun, een van de grootste hedendaagse cineasten, afkomstig van het Afrikaanse continent.

Het is nauwelijks voorstelbaar dat Harouns vader-zoondrama op locatie in Tsjaad werd gemaakt, een land dat al decennia in de greep is van burgeroorlog en geen filmindustrie heeft. Haroun was achttien jaar toen hij werd getroffen door een verdwaalde kogel en zijn vaderland ontvluchtte. Hij ging film studeren in Parijs en journalistiek in Bordeaux, en leefde het leven van een vluchteling, om uiteindelijk met een camera op zijn schouder terug te keren naar Tsjaad. „Want wat is”, zegt Haroun, „een land zonder verhalen, zonder herinneringen?”

Negen speelfilms uit Latijns-Amerika, Azië en Afrika doen mee aan de competitie van World Cinema Amsterdam. Zij dingen mee naar een prijzengeld van in totaal 25.000 euro. Naast een Juryprijs (7.500 euro) en Publieksprijs (7.500 euro) is er een zogeheten ’NTR broadcastprijs’ (10.000 euro) die uitzending op de Nederlandse televisie garandeert. NTR staat voor het educatieve samenwerkingsverband tussen NPS, Teleac en RVU.

Het programma ’Mexican Landscapes’ opent met ’Revolución’ waarin tien Mexicaanse filmmakers hun visie geven op de honderdste geboortedag van de Mexicaanse revolutie. Onder hen Carlos Reygadas, Amat Escalante en acteurs Gael Garcia Bernal en Diego Luna. Openingsfilm van de serie openluchtvoorstellingen is ’Benda Bilili!’, het swingende portret van de Congolese rolstoelband ’Staff Benda Bilili’.

World Cinema Amsterdam vindt tot en met 22/8 plaats in het Amsterdamse filmtheater Rialto. Een selectie uit het programma is van 19/8 t/m 15/9 ook te zien in Arnhem, Den Haag, Eindhoven en Utrecht. Voor meer informatie: www.worldcinemaamsterdam.nl.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden