Wat is de wereld toch mooi

Helemaal onder de indruk was Frank Vandenbroucke. Ademloos gaapte hij de posters van grote sporters uit een roemrijk verleden aan. Eddy Merckx, Lucien van Impe, Bernard Hinault, allemaal jeugdidolen van VDB. Hij had er als schooljongentje al van gedroomd minstens hetzelfde te presteren als zij.

,,Ik kan je helpen'', sprak de vaderlijke nonkel en legde zijn hand op zijn schouder. Samen met de diep onder de indruk geraakte wielrenner zwijmelde hij weg in het verleden. Ach, wat een mooi, onbedorven, willig slachtoffer. Bertrand Sainz had de toch zo vroegrijp, zelfbewust en professioneel overkomende VDB al in zijn zak, voordat hij hem ook maar één middeltje had aangesmeerd.

VDB reed vorig jaar in dienst van Mapei. Een keurig georganiseerde ploeg, waar slechts incidenteel een steekje los is. Bijvoorbeeld wanneer een soigneur in een envelop van de ploeg amfetemine naar Italië verstuurt. Maar verder een net gezelschap. VDB wilde echter meer: kopman worden. Hij lonkte naar Frankrijk. Wat kon hem gebeuren in een land dat druk doende is de bezem door de Augiasstal van het wielrennen te halen? Een vriendelijke mijnheer meldde zich bij zijn ouders in Ploegsteert: advocaat Lavelot. Hij wist wel een mooie ploeg voor hem: La Francaise des Jeux. VDB ging liever naar Cofidis. Daar reed iemand met wie hij trainde, Gaumont. En die kende weer een arts, nou ja, hij was eigenlijk paardenfokker en dus bekend met groeihormonen (dat laatste vertelde hij er niet bij). Die zou van hem een echte topper maken. Een Merckx. Een Hinault. Wat is de wereld toch mooi, dacht VDB in zijn grenzeloze onschuld.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden