Wat is dat, de rechtsstaat?

(ANP) Beeld
(ANP)

Sinds de PVV mee onderhandelt over een coalitie, klinkt alom de waarschuwing dat onze rechtsstaat gevaar loopt. Voor welke dreiging we moeten vrezen, is verre van duidelijk.

Wetenschappers richtten een Comité voor de Rechtsstaat op, bezorgde CDA’ers schreven het manifest ’Wij staan voor onze grondrechten’, opiniepagina’s staan vol met artikelen onder alarmerende koppen als ’Coalitie kan rechtsstaat slopen of versterken’.

Maar wat is dat, de rechtsstaat? En is die in gevaar, nu de partij van Geert Wilders een serieuze gesprekspartner is voor een regering met VVD en CDA?

„De term wordt oneigenlijk gebruikt. Je moet de rechtsstaat niet voor je politieke karretje spannen”, zegt promovendus Peter Boswijk.

„Je moetWees heel voorzichtig met uitspraken als: ’Dit is een gevaar voor de rechtsstaat’. Zo’n vaart loopt het niet”, vindt hoogleraar staatsrecht Leonard Besselink.

„Als een partij de grondrechten wil aanpassen, is dat een potentieel gevaar voor de rechtsstaat”, meent hoogleraar staatsrecht Jit Peters.

„Het gevaar is niet acuut, maar er wordt wel slordig met de rechtsstaat omgegaan”, antwoordt historicus Jan Dirk Snel, oprichter van het Comité voor de Rechtsstaat.

Vanaf het moment dat Geert Wilders zijn Partij voor de Vrijheid oprichtte, is er discussie over de verhouding tussen het PVV-programma en de rechtsstaat. Het PVV-standpunt dat er geen nieuwe moskeeën mogen komen en dat islamitische scholen moeten sluiten, komt Wilders op het verwijt te staan dat hij moslims behandelt als tweederangsburgers: zij kunnen geen aanspraak maken op dezelfde rechten als andere burgers.

Sinds de verkiezingen is dat debat hoogst actueel en urgent. De politiek leider van het CDA, Maxime Verhagen, weigerde wekenlang met Wilders te praten over een rechts kabinet en voerde de rechtsstaat aan als belangrijkste struikelblok: „Bij de PVV is de rechtsstaat in het geding: de kopvoddentaks, etnische registratie, een verbod op de Koran”, lichtte hij eind juni toe in de Tweede Kamer. „Vóór we een geloofwaardig gesprek voeren, moet dit opgelost zijn. Ik ga de AOW niet uitruilen tegen beginselen van de rechtsstaat. Dit zijn geen concessies voor onderhandelingen.”

Anderhalve maand later praat het CDA toch met de PVV over een kabinet. Niet dat de partijen tot een vergelijk zijn gekomen: men accepteert elkaars verschillen van inzichtover aard en karakter van de islam. Door de constructie van een minderheidskabinet van VVD en CDA met gedoogsteun van de PVV, hoopt met name het CDA de zorgen over de rechtsstaat weg te hebben genomen. De standpunten van de PVV die de rechtsstaat raken, worden immers geen kabinetsbeleid.

Daarmee is allerminst een punt gezet achter de discussie. Historicus Jan Dirk Snel noemde de dag dat besloten werd tot onderhandelingen tussen CDA, VVD en PVV Zwarte Vrijdag. Een paar dagen later richtte hij een Comité voor de Rechtsstaat op, dat de fractieleden van VVD en CDA opriep om zich uit te spreken tegen de verklaring van de drie politieke leiders, dat ze wilden komen tot een minderheidskabinet met gedoogsteun: ’Wij vragen u alsnodig daar in een publieke verklaring afstand van te nemen en uit te spreken dat u elke aanslag op de grondslagen van onze liberale rechtsstaat afkeurt en het ook niet acceptabel acht als gedoogpartners van een door u gesteund kabinet dat wel doen’. De verklaring ging naar Den Haag met 131 handtekeningen.

Zorgen over de rechtsstaat zijn ook de kern van een Manifest dat in eerste instantie werd ondertekend door 44 CDA-leden, die samen een ’beweging van onderop’ moeten vormen. Hun aantal is inmiddels gegroeid tot ruim 1000. ’In haar politieke uitingen en verkiezingsprogramma tornt de PVV aan verschillende grondrechten, met name het recht op gelijke behandeling en het recht onze levensovertuiging te belijden (...) Zo bedreigt de PVV niet alleen de vrijheden van moslims maar ook de beginselen van onze rechtsstaat en daarmee de vrijheid van ons allen’, schrijven de CDA’ers in een poging de top ertoe te bewegen de onderhandelingen met de PVV te staken; tot nu toe tevergeefs.

In de VVD ligt samenwerking met de partij van de man die ooit uit die partij stapte veel minder gevoelig. Wekenlang uitte alleen oud-Kamervoorzitter Frans Weisglas zijn bezorgdheid en ook die richtte zich op de rechtsstaat: ’Ook kan Wilders zonder enige terughoudendheid zijn verwerpelijke opvattingen, in strijd met de rechtsstaat, blijven verkondigen’, schreef hij in Trouw.

Wilders, op zijn beurt, noemt juist zijn politieke tegenstanders een gevaar voor de rechtsstaat. De PvdA, bijvoorbeeld. Zijn Is het niet de PvdA, stelde hij, die rechter en wet negeert met haar standpunten over woningkraken en over het generaal pardon voor asielzoekers?

De discussie van de laatste weken overziend, concludeert hoogleraar staatsrecht Jit Peters van de Universiteit van Amsterdam, dat het begrip rechtsstaat zó vaak opdook dat het verwarrend wordt. „Het zou beter zijn als politici die die term gebruiken uitleggen wat ze bedoelen”, vindt hij. „Waar hebben we het over?Ik begrijp het wel: schermen met grote woorden als ’rechtsstaat’ past in het politieke discours van de laatste jaren. Het klinkt heftig, maar wat er precies wordt bedoeld...?”

Zijn Utrechtse collega Leonard Besselink heeft daar wel een gedachte over: „Als in het debat in Nederland de term rechtsstaat van stal wordt gehaald doelen mensen meestal op onze grondrechten. Dat zie je de laatste weken ook in de opmerkingen die over de PVV en de formatie worden gemaakt. Het debat over de formatie en de rol van de PVV daarin spitst zich toe op twee grondrechten: de vrije meningsuiting en de vrijheid van godsdienst.”

„Iemand die zegt: ’De PVV is een gevaar voor de rechtsstaat’, bedoelt eigenlijk: ’De PVV tast de grondrechten aan’ en dan vooral: het recht op vrije meningsuiting en het recht op godsdienstvrijheid. Dat er in termen van rechtsstaat gesproken wordt, zegt wel iets: dat veel mensen vinden dat die grondrechten op een heel fundamentele manier in het geding zijn.”

Maar de rechtsstaat staat voor meer dan de grondrechten, doceert Besselink. „De rechtsstaat kent een dikke en een dunne definitie. De dunne rechtsstaat zegt: de staat handelt op basis van de wet en is daaraan gebonden. Die rechtsstaat heeft maar één beginsel: het legaliteitsbeginsel, wat betekent dat het overheidsoptreden moet berusten op de wet en dat iemand alleen op basis van de wet bestraft kan worden. Dat is wat de Britten rule of law noemen.”

„De dikke rechtsstaat heeft naast het legaliteitsbeginsel meer beginselen. Eén: de grondrechten. Twee: de scheiding der machten. Drie: rechtsbescherming voor iedereen. Vier: het democratiebeginsel.”

Dat laatste principe, de democratie, staat niet bij alle juristen in het rijtje pijlers onder de rechtsstaat. „Op zich kan het best”, zegt Besselink. „Een overheid die zich aan regels bindt, de machten gescheiden houdt en de grondrechten respecteert, zónder dat die overheid democratisch is gekozen. Lange tijd stonden rechtsstaat en democratie juist tegenover elkaar, maar in de afgelopen eeuw, vooral sinds de Tweede Wereldoorlog, zijn ze steeds meer met elkaar vervlochten.”

Hoewel Besselink noch Peters de noodklok wil luiden, menen ze allebei dat Wilders de grenzen van de rechtsstaat tart.

De grondrechten komen aan iedereen toe, zegt Besselink. „Zodra je een deel van de bevolking uitsluit van een grondrecht, kom je aan de rechtsstaat.”

Peters is scherper: „De PVV wil de grondrechten aanpassen. Geen moskeeën erbij, het liefst een Koranverbod. Dat is een potentieel gevaar voor de rechtsstaat. De grondrechten zijn er juist om de minderheden te beschermen. Ze zijn inclusief: iedereen hoort erbij. Een grondrecht dat niet voor iedereen telt, is geen grondrecht.”

Dat is een weerkerend punt in de kritiek op het PVV-programma: de partij zondert moslims uit van mensen die gebruik mogen maken van grondrechten. De vrijheid van godsdienst en vrijheid van onderwijs acht Wilders niet van toepassing op aanhangers van de islam, omdat die in zijn ogen geen religie is, maar een politieke ideologie en nog een gewelddadige ook. Dat is in ons land geen basis om aanspraak te maken op godsdienst- en onderwijsvrijheid.

Iets van die redenering kan Peter Boswijk, promovendus staats- en bestuursrecht aan de Universiteit Utrecht, wel volgen. „De discussie is of de islam zelf een probleem is waartegen maatregelen moeten worden genomen. Is de islam een ongevaarlijke religie of een gevaarlijke ideologie? Of is het stellen van deze vraag een vorm van discriminatie? Ik ben geen islamoloog, maar juridisch is het mogelijk je negatief over de islam uit te laten zonder dat je daarmee moslims discrimineert. In uitspraken over de vrijheid van meningsuiting heeft de rechter dit onderscheid gemaakt.”

Juist omdat de opvattingen over de aard van de islam zo wezenlijk zijn voor het debat over de rechtsstaat, vindt Boswijk dat politieke partijen ze intern moeten bediscussiëren. Tot nu toe deed alleen de ChristenUnie dat en dat vindt hij te weinig. „De Grondwet geldt voor iedereen, ook voor moslims, maar je mag de grondrechten bijvoorbeeld niet gebruiken om geweld te verkondigen. Er zijn wel degelijk beperkingsmechanismen.”

Het is lastig voor politici om vast te stellen wat het karakter is van een religie, zegt Boswijk. „Wilders’ voorstellen zijn zeker vrijheidsbeperkend, ze vormen een aantasting van de vrijheid van mensen. Maar binnen de rechtsstaat is het mogelijk om de vrijheid te beperken als daar reden voor is. Vanuit juridisch oogpunt moet je dan wel de noodzaak om de invloed van de islam te beperken en moslims grondrechten te onthouden, hard kunnen maken. Die discussie moet je voeren. Het CDA heeft dat niet aangedurfd. Had het dat wel gedaan dan had de partij nu sterker gestaan in de discussie.”

Ook Boswijk heeft zich de afgelopen weken gemengd in het debat. ’Uit zorg voor de rechtsstaat’ en ’uit ergernis dat niemand Wilders tegen de vloed van ernstige beschuldigingen verdedigde’ schreef hij een stuk in de Volkskrant, waarin hij betoogde dat Wilders binnen de grenzen van de rechtsstaat blijft. Hij verwijt de mensen die nu zo opkomen voor de rechtsstaat, die te misbruiken voor eigen politieke doeleinden – namelijk om de PVV buiten de deur te houden.

„Wilders wordt neergezet als een vijand van de rechtsstaat en dat is een heel ernstige beschuldiging”, zegt hij. „Ik denk dan aan een dictator of iets dergelijks, niet aan de standpunten van de PVV. Als je een politieke tegenstander als een gevaar voor de rechtsstaat kunt wegzetten, heb je geen last meer van hem. De term wordt oneigenlijk gebruikt en zo wordt het begrip rechtsstaat gedevalueerd. Beeld je eens in hoe een PVV-stemmer tegen die discussie aankijkt. Die denkt: O, mag Wilders niet meepraten omdat hij een gevaar is voor de rechtsstaat? Dan is die rechtsstaat dus een probleem! Ik zou het verschrikkelijk vinden , dat mensen dat gaan denken enals de rechtsstaat zelf onderdeel wordt van de discussie. Dat is veel gevaarlijker dan Wilders.”

Historicus Snel van het Comité voor de Rechtsstaat werpt de beschuldiging dat hij politiek bedrijft verre van zich. Hij heeft, zegt hij, niet naar de politieke achtergrond van de ondertekenaars van de oproep aan CDA en VVD-fractie gevraagd, maar hij durft er zijn hand voor in het vuur te steken dat zij de 131 mensen een breed spectrum vertegenwoordigen, van christelijk rechts tot uiterst links. Nogal wat filosofen en theologen, historici en mensen ’uit de gewone wereld’ – de woorden zijn van Snel zelf. Het comité is er nadrukkelijk niet op uit Wilders het spreken te verbieden. „Ons bezwaar is niet wat hij vindt, dat mag gewoon. Ons bezwaar is dat andere partijen met de PVV gaan regeren, ook al leveren ze geen ministers. Het gaat om de actieve acceptatie, dat CDA en VVD accepteren dat een regeringspartner te hoop loopt tegen de rechtsstaat. Daar moet je niet lichtzinnig mee omgaan, want op den duur gaan we het normaal vinden wat hij zegt.”

Is de rechtsstaat dan een statisch gegeven? Is er nooit verandering mogelijk?

Zeker wel, zegt hoogleraar Besselink: „De rechtsstaat is altijd onderwerp van controverse, om de eenvoudige redenen dat er altijd sterk uiteenlopende opvattingen in de samenleving bestaan. De rechtsstaat is geen statisch gegeven. Het is een dynamisch politiek concept, met ruime marges, met ontwikkelingen. De tijd verandert, de samenleving verandert, de wet verandert mee. Juist daarom is er veel discussie en controverse. Ga maar na: tot 1983 was in de Grondwet het processieverbod opgenomen. Dat kun je je haast niet meer voorstellen.”

„Er zijn marges”, zegt ook Peters. „Er is binnen het rijtje grondrechten een soort hiërarchie. Brengt afschaffing van de vrijheid van onderwijs de rechtsstaat in gevaar? Dat lijkt me niet, maar afschaffing van vrijheid van onderwijs voor een bepaalde groep wel: dan is het gelijkheidsbeginsel in het geding. Zo moeten er, binnen de kaders van de rechtsstaat, veel vaker afwegingen worden gemaakt.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden