Wat ik leerde van de televisie

Het traditionele televisie kijken is op z'n retour. Een goede reputatie heeft het nooit gehad: van hangen voor de beeldbuis werd je dom. Volkomen onterecht, vindt Harmen van Dijk. Een ode aan de televisie, nu het nog kan.

In mijn jeugd gold de tv als het grote kwaad en dus was ik er dol op. Het woord verslaafd viel wel eens - ik was zo'n kind dat de tv-gids van voor tot achter doorploos en vrij dwingend aankruiste welk programma ik beslist wilde zien. Dat je van veel tv kijken dom zou worden, vond ik toen al onzin. En nog steeds zou ik durven beweren dat het tegendeel het geval is geweest.

Onlangs kreeg ik nog een compliment over mijn beheersing van het Duits. Van wie ik dat had geleerd? Van Maja de bij, antwoordde ik naar waarheid. Toen ik op de kleuterschool zat, had je nog maar twee Nederlandse zenders, die een groot deel van de dag het testbeeld uitzonden. Maar we woonden niet ver van de grens en dus keek ik veel naar de Duitse tv, waar 's middags nog wel eens een leuk programma te zien was. Mij maakte het niets uit of ik nu naar het bijtje Maja of Die Biene Maja keek - ik volgde het verhaal probleemloos. Overigens stak ik van dat programma ook nog het een en ander op over de insectenwereld. Het was allemaal dan wel wat geromantiseerd, de bijen, spinnen, kevers, mieren en niet te vergeten Flip de krekel gedroegen zich in grote lijnen zoals in de natuur.

Van Wickie leerde ik wat Vikingen zijn, van Heidi hoorde ik over de Alpen en van Sinbad over de woestijn.

Later, in de brugklas, kwam de overdonderende serie 'The Winds of War' op tv - een groots opgezet epos over de belevenissen van een Amerikaanse familie in de Tweede Wereldoorlog. Ik ontdekte dat de oorlog niet op 10 mei 1940 was begonnen (daarover leerde je op school), maar al in 1939, in Polen. Ik hoorde voor het eerst over Pearl Harbor, operatie Barbarossa, de Wannsee- conferentie. In dezelfde tijd was de serie 'Willem van Oranje' te zien en sindsdien kan ik vertellen naar wie al die Juliana van Stolberglanen of Charlotte de Bourbonstraten nou eigenlijk vernoemd zijn. 'The Last Days of Pompeii' gaf me een inkijkje in het dagelijks leven van de Romeinen. En via de belevenissen van Orry Main en George Hazard in 'North and South' leerde ik over de slavernij op katoenplantages, president Lincoln en de Amerikaanse burgeroorlog.

Critici hielden destijds hun hart vast, want de zwaar geromantiseerde (zeg maar gerust soap-achtige) tv-series namen nogal eens een loopje met de historische feiten. Maar ik was natuurlijk ook niet op mijn achterhoofd gevallen - ik ging zelf op zoek naar meer informatie. Dat deed je destijds in de bibliotheek, want internet moest nog uitgevonden worden. In een kaartenbak kon je daar op trefwoord zoeken naar boeken waarin mogelijkerwijs het antwoord op je vragen te vinden was. Betrouwbaar natuurlijk, maar nogal stoffig. Het kon dus helemaal geen kwaad om in eerste instantie een beetje geprikkeld te worden door een spannend verhaal en dito hoofdrolspelers. Uiteindelijk kwam ik in boeken de ware, onopgesmukte feiten wel tegen - die soms nog iets te gruwelijk waren voor een 13-jarige, maar dat is weer een ander verhaal.

Het geringe tv-aanbod in de jaren tachtig (het derde net kwam er pas in 1988 bij!) zorgde ervoor dat ik alles keek wat werd uitgezonden: journaals, actualiteitenrubrieken, het oersaaie maar informatieve 'Van Gewest tot Gewest' en destijds al stokoude zwart-witfilms, van Laurel and Hardy tot het werk van Billy Wilder.

Toen begin jaren negentig de kabel eindelijk ons dorp bereikte, kreeg ik opeens de beschikking over tientallen zenders en ontwikkelde ik een voor huisgenoten onnavolgbaar, maar uiterst efficiënt zapgedrag. Zappen was het surfen van die tijd: hoppend van zender naar zender kon je de meest uiteenlopende dingen ontdekken: hoe de hoogste brug van Europa gebouwd werd, waarom het Fries en het Oudengels zo op elkaar lijken, dat Winston Churchill als journalist over de Boerenoorlog schreef, hoe Van Gogh nooit had kunnen schitteren zonder de chemische industrie en dat je in de wildernis kunt overleven door water uit een olifantendrol te persen. BBC, Discovery en National Geographic vulden mijn hoofd met nutteloze kennis en ik scherpte en passant mijn Engels er nog een beetje mee aan.

De tijd vliegt - televisie is op haar retour. Ik merk het zelf ook, steeds vaker kijk ik op het scherm van mijn laptop, en steeds minder naar de oude vertrouwde (inmiddels platte) beeldbuis met z'n zenders en z'n vaste programmering. De nieuwe generatie zal surfend over het internet de wereld ontdekken.

Of overdrijven we een beetje?

Laatst kreeg mijn nichtje van 6 een dokterset cadeau. Trefzeker haalde ze het instrument uit het koffertje waarmee de huisarts in je oor kijkt - met zo'n lampje erin. "Dit is een otoscoop", zei ze zelfverzekerd. Geen van de volwassenen in de kamer kende het woord en wantrouwig checkte mijn zus het op haar iPad. Mijn nichtje had het helemaal goed. "Hoe weet je dat?", riepen we uit. "Van tv", antwoordde de 7-jarige. Alsof dat volkomen vanzelfsprekend was.

Reageren

Kijkt u ook steeds minder tv, of zit u nog elke avond aan de buis gekluisterd? Bent u fan van Netflix, of spelt u de tv-gids? Reageer in maximaal 150 woorden op tijdpost@trouw.nl

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden