Wat ik kan, kan jij ook

Ze zijn jong, zwart, verdienen goed en laten dat graag zien. De koopkracht van de drie miljoen black diamonds nadert die van hun blanke landgenoten in Zuid-Afrika.

Het grootste winkelcentrum van heel zuidelijk Afrika bevindt zich niet in de chique noordelijke voorsteden van Johannesburg, maar middenin het grote zuidwestelijke township Soweto. Hier opende in 2007 de gigantische Maponya Mall haar schuifdeuren.

De bijna tweehonderd boetiekjes, juwelierszaken, banken, grand cafés en restaurants tappen in op de snelle groei van het lucratieve segment van de opkomende zwarte middenklasse, de black diamonds.

Deze groep groeide tussen 2005 en 2008 explosief, van 2 naar 3 miljoen consumenten. De recessie van vorig jaar bracht de groei tot stilstand, maar nog altijd is de koopkracht van deze groep enorm: omgerekend 25 miljard euro.

Hoewel de ’zwarte diamanten’ slechts 7,5 procent van de zwarte bevolking uitmaken, zijn ze wel goed voor 69 procent van de zwarte koopkracht en voor een derde van de totale Zuid-Afrikaanse koopkracht.

De black diamonds zijn geen homogene groep. Marktonderzoeksbureau TNS Research Surveys onderscheidt vier categorieën: de jongeren (met een gemiddeld besteedbaar persoonlijk inkomen van omgerekend 160 euro per maand); de starters (760 euro); de mensen met jonge kinderen (710 euro) en de gevestigde orde (960 euro). De laatste groep is het grootst, met ruim een miljoen consumenten. Zij zijn qua koopkracht de gemiddelde blanke landgenoot – met 940 euro per maand – al voorbijgestreefd, aldus TNS.

De belangrijkste motor achter de opkomst van de zwarte middenklasse is de politieke omwenteling van 1994, aldus TNS-directeur Ivan Motlogeloa. „De nieuwe regering voerde de politiek van black economic empowerment in, beleid bedoeld om de zwarte bevolking economisch te versterken. Bedrijven die zaken wilden doen met de overheid, moesten voldoen aan eisen voor zwarte participatie. Dat hielp ons darkies geweldig vooruit.”

Tegelijkertijd betekende het afschaffen van de apartheid dat buitenlandse investeerders weer zaken wilden doen met Zuid-Afrika, wat de economische ontwikkeling stimuleerde, aldus Motlogeloa.

„De belangrijkste reden voor de zwarte welvaartsgroei is dat een veel groter deel van de zwarte bevolking toegang kreeg tot het hoger onderwijs, na 1994 ”, stelt Carel van Aardt van het aan de Unisa-universiteit gelieerde Bureau of Market Research. „Want ondanks de omslag en speciale programma’s, zijn er nog steeds miljoenen zwarte Zuid-Afrikanen die niet of nauwelijks vooruitgang boeken omdat ze niet over de juiste vaardigheden beschikken voor de arbeidsmarkt. Wie geen opleiding heeft, valt buiten de boot.”

De meeste echte Black Diamonds – niet de talloze wanna-be’s die zich in de schulden steken om op party’s met de juiste merkkleding en blingbling te kunnen showen – zijn dan ook goed opgeleid, werken hard en kunnen redelijk met geld omgaan.

Marktonderzoekers noemen ze ook wel BAPPies: booming, aspirational and previously poor, in volle bloei, vol ambitie en voorheen arm. Zij genieten van hun nieuw verworven status en kopen doorgaans als eerste een auto, gevolgd door een flatscreen-tv. Tegelijkertijd zijn ze ervan overtuigd dat ze ook een voorbeeldfunctie hebben voor hun leeftijdsgenoten: ’als ik het kan, kan jij het ook’.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden