Wat het Stedelijk al heel lang mist, is reuring

'Opgewonden en vereerd' is Beatrix Ruf dat zij het Stedelijk Museum in Amsterdam mag leiden. Een museum dat internationaal bekend werd door zijn 'moedige en avontuurlijke exposities'. Dat spreekt haar aan, want de zucht naar avontuur en experiment op de museumvloer zit haar in het bloed, heeft ze laten zien in de twaalf jaar dat ze de Kunsthalle in Zürich leidde. Daar ging ze niet alleen voor bekende en gevestigde namen als Peter Doig en Neo Rauch. Onbekende en jonge kunstenaars kregen eveneens alle ruimte om te experimenteren. Onder haar leiding groeide de Kunsthalle uit tot een instituut waar altijd reuring is.

Reuring, dat is exact wat het Stedelijk Museum nu al heel lang mist. Het klopt dat het museum een internationale reputatie verwierf met 'moedige en avontuurlijke' exposities. Met name onder leiding van Willem Sandberg (1945-1963) groeide het Stedelijk uit tot een spraakmakend instituut. Zo kregen de experimentele Cobra-kunstenaars bij hem alle ruimte. Verrassende dingen doen, was de kracht van het Stedelijk. Maar dat is vergane glorie. Al jaren hoef je niet naar het Stedelijk om daar verrast te worden. Al voordat het museum in 2004 dicht ging voor een verbouwing die 8,5 jaar zou duren, zat de klad erin. Toen al was de reputatie aan het afbladderen.

De verwachting dat het na de heropening weer net zo'n swingende boel zou worden als in het verleden, is totnutoe niet uitgekomen. En wat vooral jonge Nederlandse kunstenaars steekt is dat het museum alleen maar oog lijkt te hebben voor grote, gevestigde namen. Onder leiding van Ruf's voorganger Ann Goldstein waren er uitstekende tentoonstellingen, van onder meer Mike Kelley en Malevitsch. En het publiek kwam er ook massaal op af. Maar opmerkelijk was het niet. Het waren kunsthistorisch verantwoorde maar ook brave tentoonstellingen. Of zoals kunstenaar Robert Zandvliet het verwoordde in Trouw: 'Het Stedelijk Museum is net een kunstgeschiedenisboek, en dat leidt onherroepelijk tot een sterfhuisconstructie'.

Aan Ruf de taak om de boel eens flink op te schudden. Naast de tentoonstellingen van grootheden, die uiteraard niet mogen ontbreken en die ook nodig zijn om de kassa te laten rinkelen, zou ze ook ruimte moeten maken voor onbekende en niet-westerse kunstenaars. Net zoals Rudi Fuchs, die van 1993 tot 2003 directeur was, het Stedelijk als springplank inzette voor jong talent. Niet dat dat altijd goede tentoonstellingen op leverde, maar er werd wel over gepraat.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden