Wat het lichaam levend maakt

Theo de Boer is er medeverantwoordelijk voor dat Levinas bij een groter publiek bekend werd. Hij zocht hem ook thuis in Parijs op. Beeld MARK KOHN

De Maand van de Filosofie staat dit jaar in het teken van de ziel. Tot verrassing van vertaler Theo de Boer dook de ziel ook op in het werk van de Franse filosoof Emmanuel Levinas.

De ziel is een begrip dat snel tot spraakverwarring leidt. Zelfs Theo de Boer, een filosoof die zowel in theologie als filosofie goed thuis is, fronste toen hij bij het vertalen van de Franse filosoof Emmanuel Levinas ineens stuitte op dat woord, middenin een passage over twee schermers die elkaar te lijf gaan.

Er was nog iets extra vreemds aan: in de eerste Franstalige uitgave had er arme (wapen) gestaan. In latere uitgaven is dat gecorrigeerd tot âme (ziel), en de vertalers hebben die correctie uiteraard overgenomen.

Het is vijfentwintig jaar geleden dat Theo de Boer (1932), emeritus hoogleraar filosofie aan de beide Amsterdamse universiteiten, samen met Chris Bremmers voor het eerst een vertaling leverde van 'Totaliteit en oneindigheid' (1961), het magnum opus van Emmanuel Levinas (1906-1995). Voor een hernieuwde geannoteerde uitgave, onlangs verschenen in de monumentale reeks Grote Klassieken van uitgeverij Boom, bracht De Boer naar eigen zeggen op 135 plaatsen veranderingen aan. "Dat betrof niet allemaal fouten hoor", haast hij zich te zeggen. "Het zit hem vaak ook in formuleringen die preciezer moesten, dichter bij het origineel."

De meest intrigerende fout bleef dat 'wapen' dat eigenlijk een 'ziel' moest zijn. Wat deed die 'ziel' daar, midden in een krachtmeting tussen twee mannen met degens, in gevecht op leven en dood? 'Ik moet rekening houden met de behendigheid van mijn tegenstander, die meer is dan de som van krachten. En mijn behendigheid verdaagt het onvermijdelijke', schrijft Levinas.

Theo de Boer: "Dat 'verdagen' begreep ik wel: Levinas ziet verdaging als een overwinning. Je kunt de dood niet definitief verslaan, je kunt wel tijd rekken. Maar die ziel? Ik wist me lange tijd geen raad met dit fragment. Bij de ziel denken wij West-Europeanen aan de onsterfelijke ziel in een sterfelijk lichaam. Dat heeft Plato ons geleerd. 'Het lichaam is de kerker van de ziel', zegt Socrates. En die ziel moet daaruit bevrijd worden. De kerk heeft dit Griekse zielsbegrip vleugels gegeven."

De Boer grijpt naar de Van Dale. Bij 'ziel' leest hij: 'in bespiegelende of godsdienstige zin opgevat als een hoger beginsel, van goddelijke oorsprong en onsterfelijk geacht'. De Boer: "Dat is die Griekse en kerkelijke betekenis. De ziel is in deze definitie eeuwig en zo goed als goddelijk. En een trapje hoger dan het lichaam, waar ze los van staat."

Maar het woordenboek biedt ook andere, op het eerste gezicht minder spirituele betekenissen. Zo kan 'ziel' ook voor menselijk individu staan ('deze stad telt één miljoen zielen'). Of voor 'de werkende kracht in iets, het voornaamste, het onmisbaarste, wat het leven geeft'. De Boer: "Met die laatste betekenis komen we in de buurt van de Joodse oorsprong, waar Levinas zich op baseert. In het Nederlands is die oorsprong niet geheel overwoekerd, denk aan een uitdrukking als 'in levenden lijve'."

Wat een levend lijf met de ziel te maken heeft? De Boer verwisselt de Van Dale voor een kloek woordenboek Hebreeuws. Tijdens zijn filosofiestudie in de jaren vijftig volgde de domineeszoon uit Amsterdam-Noord bijvakken Hebreeuws. Louter uit filosofische interesse, had hij tegen de professor gezegd. Want wie de westerse cultuur wil bestuderen, moet de Bijbel lezen. En om de Bijbel te kunnen begrijpen, moet je Hebreeuws leren. De Boer: "Het lemma nefesj wordt hier simpelweg vertaald met 'ziel'. Maar dan vallen de woordenboekmakers even uit hun rol, en volgt er een waarschuwing: 'Streng te onderscheiden van het zielsbegrip bij de Grieken'. Ze zijn zich dus bewust van het probleem: als je nefesj vertaalt als ziel, dreig je de essentie mis te lopen."

Namelijk?

"De ziel als levend lichaam. De onsterfelijkheid van de ziel komt in de hele Bijbel niet voor. In het Oude noch in het Nieuwe Testament. Dat is voor velen bijna niet te geloven, omdat onze blik op ziel en Bijbel bepaald is door de kerkvaders, die sterk door het Griekse denken beïnvloed waren."

De Boer verruilt het woordenboek voor de Bijbel. "Je weet dat Genesis begint met twee scheppingsverhalen? In het eerste schept God de mens 'naar Zijn beeld'; 'mannelijk en vrouwelijk schiep Hij hen', staat er. Een frase waar feministen terecht graag op hameren. Eigenlijk is God biseksueel. In het tweede scheppingsverhaal verschijnt God als een soort boetseerder, die uit leem een beeld maakt. Om het te voltooien blaast hij er adem in en zo wordt de mens tot een levende ziel. Nefesj. Bijna alle bijbelvertalingen maken hiervan: levend wezen, in plaats van levende ziel. De Statenvertaling heeft nog: 'en zo werd de mens tot een levende ziel'."

Waarom is dat belangrijk?

"Het Hebreeuwse nefesj, ziel, betekent als werkwoord 'ademen'. En als zelfstandig naamwoord verwijst het naar de hele persoon. Niet alleen een ziel, maar een ziel die één is met het lichaam."

Zo'n bijbelse ziel, die één is met het lichaam, kan per definitie niet onsterfelijk zijn.

"Inderdaad. Stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeren."

Dus de wij-zijn-ons-brein-aanhangers denken bijbels?

"Nou ja, van de hersens wordt in de Bijbel niet gerept. Proust zegt dat de diepste wortels van de mens in de ingewanden liggen. Dat heeft hij uit de Bijbel, die spreekt van het ingewand of de buik, vaak keurig vertaald als 'het binnenste'. Maar nooit het hoofd, nooit de hersens."

En Levinas, en de ziel in het duel van de schermers?

"Levinas baseert zich op de bijbelse zienswijze. Zijn leermeester Edmund Husserl zei: een lijf is meer dan een fysiek object. De ziel is dat wat het lichaam levend maakt. In Levinas' metafoor met de schermers is de ziel eigenlijk het lichaam dat beweegt voordat we het zelf weten. Als je fietst, ervaar je dat bij gevaar je voeten al remmen voordat je denkt 'ik moet remmen'. Het lichaam denkt voor je, gelukkig maar. De ziel is de souplesse van het lichaam."

Emmanuel Levinas: 'Totaliteit en oneindigheid', vertaling Theo de Boer en Chris Bremmers. Uitgeverij Boom. ISBN 9789461050724, Gebonden, 432 blz, €44,50.

Theo de Boer en Levinas: een levenslange verbintenis
Theo de Boer geldt met onderzoeker Ad Peperzak als een van de ontdekkers van Levinas. Onderscheidend in het denken van Levinas is dat hij 'de ander' centraal stelt in plaats van het 'ik'. De westerse filosofie noemde hij 'egologie'.

Rond 1960 hoorde De Boer als student in Leuven voor het eerst van Levinas. Regelmatig bezocht hij pater Van Breda, beheerder en uitgever van het Edmund Husserl-archief, de eveneens Joodse filosoof over wie De Boer een proefschrift aan het schrijven was - een van de leermeesters van Levinas.

De Boer: "Op een gegeven moment had de pater een stapel papier op zijn bureau liggen. Hij zei: 'Theo, wat ik hier heb liggen - ik begrijp er weinig van, maar ik ga het toch uitgeven.' Dat was 'Totaliteit en oneindigheid' van Levinas. Die was intussen tamelijk wanhopig, want zijn levenswerk was door de Franse uitgever Gallimard geweigerd."

Na zijn promotie is De Boer Levinas gaan lezen. Al snel raakte hij gefascineerd. Zijn eerste college als 35-jarige hoogleraar in Amsterdam wijdde hij aan Levinas. Daarop volgden vele artikelen, vertalingen en studies. Theo de Boer heeft tot aan Levinas' overlijden in 1995 goed contact met hem gehad.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden